Hoofdstraat 8/10

 Bewoners c.q. eigenaren.

1825—1873 Fam. Abresch
De Hoofdstraat en de Nieuwstraat zijn de oudste straten van Zuidhorn. Op de onderstaande woningkaart staat vermeld dat in 1825 een huis nr. 125 te Zuidhorn verkocht is door de weduwe van wijlen Willem Kornelis Togtema aan Frans Izaak Abresch. Hij was toen Burgemeester en openbaar notaris van Zuidhorn. Vervolgens heeft Abresch het in het zelfde jaar laten slopen en is het huidige pand gebouwd.

eigendom 3eigendom 1Abresch woonde tot dat dit huis klaar was aan de overzijde van de straat. Ongeveer op het perceel waar nu “het kappertje” en Blokker staat.

1832-2Bewoners c.q. Eigenaren van het pand Hoofdstraat 8/10 te Zuidhorn.
Gebouwd :       1825 (huisnummer was toen 125 en werd 98)
Door :               i.o.v. F.I.Abresch

Bewoond van: 1825
Tot :                  1849
Door :              Frans Izaäk Abresch.
bewoond van: 1849
tot:                    1873
door:                Hindrik Guichart Abresch
bewoond van: 1873
tot:                     1904
door:                 Willem Koning
bewoond van: 1904
tot:                     1912
door:                 Gerardus Wilkens
bewoond van: 1912
tot:                     19..
door:                 Enne Sijbolts
bewoond van: 19..
tot:                     1932
door:                 Harm Tak
bewoond van: 1932
tot:                    1935
door:                Albert Postema? of leegstand?
Postema heeft het pand gesplitst in een winkel (nr.8) en een woning (nr.10) wie er in die 3 jaar hebben gewoond is niet bekend, maar hij verkocht het gehele pand op 28.10.1935 aan Renze Beving

Nummer 8
bewoond van : 1932
tot:                     1935
door:                 onbekend
bewoond van: 1935
tot:                    1966
door:                Renze Beving.       

Direct na de tweede wereldoorlog zijn R.Beving en zijn vrouw gearresteerd wegens collaboratie met de Duitsers. In die periode, van 1.5.1945 t/m 1.8.1945, woonden er de volgende personen: Johan Cornelis Coops. boekhouder, geboren te Sappemeer, zoon van Jan Coops drogist en Trijntje de Jonge. voormalige woonplaatsA314. Overleden op 1.8.1945(23 jr) te Leeuwarden. gehuwd met Albertje Bakker. Van 1.8.1945 t/m 20.9.1945 woonde Albertje Bakker er nog en is toen verhuisd naar Groningen.

bewoond van: 1966
tot:                     heden
door:                 Jozeph Cleij

Renze Beving heeft in januari 1966 de helft van het pand (nr.8) verkocht aan Jozeph Cleij. Hij is zelf verhuisd naar Nr. 10

Nummer 10
bewoond van: 1932
tot:                     1939
door:                 onbekend
bewoond van: 17.5.1939
tot:                     13.4.1953
door:                Oeds Koster
bewoond van: 15.6.1953
tot:                    13.1. 1955
door:                Jan Iet Boonstra
bewoond van: 2.2.1955
tot:                    20.12.1961
door:                IJpe van der Laan
bewoond van:  1.2.1962
tot:                     29.5.1965
door:                Sijtse Drentje
bewoond van: 6.9.1965
tot:                     8.11.1965
door:                Akke Penninga
bewoond van: 8.11.1965
tot:                     17.1.1966
door:                
onbekend
bewoond van: 17.1.1966
tot:                    12.8.1972
door:                Renze Beving
bewoond van: 12.8.1972
tot:                    1.7.1975
door:                wed. Gerhardina A Beving-Hinrichs.

Op 1.7.1975 Koopt Jozeph Cleij nummer 10 erbij en worden 8 en 10 weer samengevoegd.

Bouwkundige aanpassingen door de jaren heen.

Albert Postema heeft dit pand vermoedelijk gekocht als belegging met de bedoeling het, na het te hebben verbouwd, weer te verkopen.

Postema heeft op 24.12.1932 een verzoek bij de gemeente ingediend om het pand “te verbouwen en in te richten tot 2 woningen het bestaande woonhuis op gemeld perceel”
Op 17.januari 1933 werd dit verzoek ingewilligd, “onder voorwaarde, dat de beerput met overstort leiding tot den aanleg waarvan tot wederopzegging vergunning wordt verleend, moet worden gemaakt overeenkomstig de aanwijzingen van de ambtenaar, belast met het bouwtoezicht in deze gemeente

Op deze bouw tekeningen is te zien dat bij de uitvoering niet twee woningen zijn gebouwd, maar in afwijking op de vergunning, een woning en een winkel.
4-nieuw-zijgevel3-nieuw-voorgevel-19332-nieuw-plattegrond

 

 

 

1-bestaande-plattegronden

 

 

 

 

 

 


In 1955 heeft Renze Beving een Slaapkamer op de verdieping laten bouwen.

verbouwing-1955-1verbouwing-1955-2

 

 

 

 

 

 

Bouwkundige details.

Bij het uitdiepen van de kelder tijdens de verbouwing in 1978 kwamen we ca. 50 cm dieper een tweede vloer met plavuizen tegen. Dit is vermoedelijk een restant van het huis dat voor 1825 op deze plaats heeft gestaan.
verbouwing0001

In 2004 heb ik bij het samen voegen van twee slaapkamertjes tot één grote, een houten wandje verwijderd en daar achter het behang een stukje van een (staats)krant uit 1826 vond. Over deze krant zat mooi oranje behang geplakt. Het leuke was dat er op dat behang met potlood een tekst was geschreven. Een deel daarvan kon ik ontcijferen als:

Brand van Zevenhuizen 11 juny 1833 is verschrikkelijk geweest- . . . . . In a . .
Krone . . .n . . . . . . . . . . . . . . –

Deze tekst moet er dus na 1833 op zijn geschreven.

Conclusie: in 1825 is de het perceel gekocht door Abresch, het bestaande huis is toen gesloopt en een nieuw pand weer opgebouwd dat in 1826 gereed kwam.

tekst op behang.

tekst op behang.

staatskrant-1826

Staatskrant van 1826

Wij vonden het jammer om de prachtige gebeeldhouwde trap, die tijdens de verbouwing van  1978 vrijkwam, niet weer toe te passen. Deze staat nu dan ook in de in 1983  aangebouwde woonkamer achter de winkel. Het heeft veel moeite gekost om de 7 verflagen te verwijderen.
DSCN7349 (Medium)

Ook de oorspronkelijke voordeur is in 1983 weer toegepast in het tuinschuurtje.
2014 tuinschuur 2 (Medium)

Alle raamkozijnen aan de voorzijde en de dakgoten zijn destijds van degelijke materialen gemaakt, Amerikaans grenen. De balken in onze woonkamer wat later mijn kantoor is geworden zijn van Amerikaans grenen. Erg veel werk heb ik daar van gehad om alle verflagen te verwijderen, dat heeft mij zeker een dag per balk gekost. De verf was gemaakt met lijnolie en dat laat zich niet gemakkelijk verwijderen.
DSCN7352 (Medium)

Achter in de gang kwamen we nog een dichtgemetselde nis tegen, waarvan we vermoeden dat het een raam is geweest. Aan de constructie van de vloerbalk laag is te zien dat de achterkamer er later is bijgebouwd.
nis

Direct achter de achtergevel kwam op 50 cm onder de grond een welput te voorschijn, die was opgebouwd met trapeziumvormige gele steentjes. De put was ca. 6 meter diep en stond nog vol water. Ik heb er een dompelpomp in gehangen die drie dagen heeft gepompt maar dat had niet als effect dat het peil ook maar  een centimeter zakte. Dat heb ik toen maar opgegeven en is de put volgestort.welput 3

welput-1-medium

Achter het schuurgedeelte waar de koets werd gestald, is later nog een paardenstal aangebouwd, die 90 cm lager was als de rest van de schuur. Op het dak van dit gedeelte lagen twee dakpannen. Een met het opschrift H.D.S. 1843 en de andere met het opschrift H.D.san 1833. Hieruit zou je kunnen concluderen dat die stal omstreeks dat jaar is bijgebouwd. Vermoedelijk zijn de achterkamer en de stal gelijktijdig gebouwd, ze staan nog niet aangegeven op de kadasterkaart uit 1832

 


verbouwing 1978 4 (Medium)Bij het uitgraven van van de grond ten tijde van de verbouwing in 1978 kwamen er zeer veel afgebroken pijpen koppen te voorschijn.
dscn7337-mediumOp een daarvan was het wapen van Gouda afgebeeld. waar de tekst: Per Aspera Ad Astra op staat. (Door doornige wegen geraakt men tot eer). Op de hiel staat een krijgsman afgebeeld.

Het merk Krijgsman lijkt vrij veel op het merk ‘Koning David’. Deze laatste houdt echter een afgehakt hoofd in zijn linkerhand. De Krijgsman heeft duidelijk een zwaard/sabel in zijn rechterhand, en een schild in zijn linker. Het merk Krijgsman is in Gouda in gebruik geweest tussen ca 1670 en 1887
krijgsman


 

 

 

under construction