Hoofdstraat 7

Zuidhorn_GVDL_Hoofdstraat_Molen_Iwema-Tonnis_Wegter

 

 

kaart hoofdstraat tot spoorbrug (Small)

Naamloos

Bewoner/Eigenaar in 2018.
Hier zijn momenteel een aantal woningen gebouwd.
Kadastrale gegevens:
Op de kadaster kaart, die gemaakt is in de periode  1811 tot 1832 zijn de percelen; 476, 477, 478, 479, het eigendom van Pieter Rikkers Iwema. Pel molenaar.

 Van 1811 Tot 18.. Pieter Rikkers Iwema.
 Vermoedelijk volgt zijn zoon hem op, want de geboorte akten van zijn kinderen staan op het adres De straat 15  of/en 11 ook wel oostergast onder Zuidhorn genoemd.

Van 18? tot 18 Rikkert Pieters Iwema. Pel molenaar.

Van 18.. Tot 19.. Theeuwes de Boer.

 Van 19.. Tot 19… perc. 476 is na een brand in gebruik genomen als  grasdrogerij, geëxploiteerd door Trienco  Dijkema deze woonde voortijd in de kikkerstraat.

 Van 19.. Tot 19.. Perc.477, 478, 479 waren de woning en de schuur in gebruik bij Tonnis Wegter. Veehouder. Hij had ook een melkloop. 

Algemene informatie.
Nam men, komende van Groningen, de straatweg om naar Friesland te gaan dan zag men een eindje voorbij het huidige viaduct ”de Poort“  in Zuidhorn, rechts een molen.
Als pelmolen al gebouwd voor 1775, later ook korenmolen.
Het laatst was deze molen in gebruik bij de familie Dijkema, die hem gedeeltelijk liet slopen.
Het onderstuk werd daarna nog een tijdlang gebruikt als grasdrogerij. In 1931 brandde dit deel af en later  werd de rest opgeruimd om daar het zusterhuis van het Zonnehuis  te bouwen, de “molenstee” Als herinnering stond de oude molensteen half ingegraven bij de ingang
. Nadat het Zonnehuis verplaatst is naar de oostkant van het dorp is dit zusterhuis afgebroken omstreeks  2015 en is er een dubbele woning voor in de plaats gekomen,
Dit gedeelte van de straat heet nu Emma straat. 
Voor het pellen moest er een straffe wind staan, want de pelstenen waren zwaarder dan de maalstenen en de gerst moest drie keer over de stenen om geslepen gort te worden. Door het schuren langs de wanden van een van gaatjes voorziene trommel werd de gort van de dop ontdaan. Dat afval (duust) werd opgevangen en deed dienst als veevoer.
Het mesten van ossen was daarom vaak een bijverdienste van de molenaar.  Het leven van de molenaar was onregelmatig. Was er wind dan werd er gemalen, ook ‘s nachts.
Op de meeste molens in Zuidhorn werkten (althans in 1872) twee knechten voor een weekloon van fl. 1,50 in een maal– en fl. 2,50 in een pelmolen.

Bron:  “De geschiedenis van Zuidhorn” uitgegeven door: uitgeverij Profiel, Bedum