2002 Italie incl. Sicilie

Al dagen gingen de geruchten rond in het kamp van de arbeiders en de slaven die te werk waren gesteld in de steengroeve. Maar nu brak er paniek uit bij het bericht dat de Carthagers in aantocht waren.Het gereedschap werd aan de kant gegooid, de schaarse bezittingen bijeen geschraapt en overhaast vluchten de mensen richting Selinunte.Maar ook hier waren ze niet veilig, de stad werd door de optrekkende Carthaagse legers, onder leiding van hun aanvoerder Hannibal, volledig met de grond gelijk gemaakt.

Zo zou het ongeveer kunnen zijn gegaan daar in de  “Cave de Cusa” dat is de groeve waar men 600 jr. voor Christus de bouwmateriaal uit de grond kapte voor de bouw van de tempels in “Selinunte” vooral de pilaren werden hier gemaakt. Het is heel interessant om te zien hoe ze dat deden. Door de inval van Hannibal werd het werk namelijk plotseling gestaakt zodat we de onafgemaakte  werkstukken kunnen bekijken. Sommige segmenten zijn half uitgekapt andere liggen klaar voor transport. Gigantische rollen zijn het van 2,5 m doorsnede en soms 4 meter lang ze wegen wel 100 ton, knap hoe men dat toen voor elkaar kreeg. Het was letterlijk en figuurlijk slavenwerk. Het is indrukwekkend om hier rond te lopen en te bedenken dat het hier in zo’n 2200 jaar nauwelijks is veranderd.  Het is een vrij onbekende groeve want we waren de enigen die er rond liepen. Nou was het nog maar eind mei en de vakantie periode dus nog niet aangebroken hier op Sicilië, dat blijkt ook al uit het feit dat de meeste campings in Italië nog potdicht waren.

We reizen al zo’n 24 jaar in de vakantie met onze camper kris kras door Europa maar dit was het eerste jaar dat we 2 maanden achtereen weg konden gaan, en dus komen de verder af gelegen landen ook binnen ons bereik. Dit jaar was onze keus dus Italië, via de onvermijdelijke toeristische “highlights” in de Toscane zoals Lucca, Pisa, San Gimignano en Siena volgden we de kust naar Rome en Napels in al deze steden brachten we een of meerdere dagen door, heerlijk als je zo op je dooie akkertje door dit prachtige land kunt zwerven.
Rome hadden we al eens eerder bezocht maar het blijft toch een belevenis om ongehaast door deze stad te slenteren en daarbij steeds weer verrassende ontdekkingen te doen.Napels was nieuw voor ons, en ondanks de waarschuwingen die vooraf kregen hebben we er ons geen moment onveilig gevoeld, een geweldige stad.  Uiteraard slaan we Pompei niet over, dagen zou je daar aan kunnen besteden ware het niet dat je na een paar uur in de brandende zon te hebben gelopen, verlangd naar een beetje schaduw. Half mei kan het al aardig warm zijn hier in Italië, maar wat is er veel te zien op dit gigantische complex.

Thuis hebben we al besloten om de prachtige kustweg “Costiera Amalfitana” te volgen. Dit is de kustweg van Sorrento tot Salerno. Dit stukje weg van ca. 80 km volgt de grillige steile kust, met soms adembenemende uitzichten op kleine vissersdorpjes en de weelderige plantengroei, dit zijn de uitlopers van het Lattari-gebergte.  We zien sinaasappel- en citroenbomen, de vruchten worden door de boeren in stalletjes aan de weg worden verkocht.

Citroenen zo groot als meloenen, grondstof voor het zoete drankje “Lemoncello” overal in Italie te koop. Oleander, Bougainvillea, geraniums en vele andere soorten bloemen staan in volle bloei, het voorjaar is toch een mooie tijd om hier rond te rijden. Door de woeste branding in slaap gewiegd, en door de ruisende regen op ons dak gewekt. Als we van ons overnachting plekje aan de boulevard van Práia a Mare vertrekken, volgen  we de kustweg de SS18 richting de teen van Italië. Bij Scilla in Calbria  naar de kust gereden, dit kleine visserdorpje aan de voet van een hoge rots vonden we aan het eind van de doodlopende weg, een leuk plekje bij een restaurantje. De eigenaar hiervan, gaf ons toestemming om hier te overnachten.
In de oudheid werd deze rots beschreven als het vrouwelijke monster Scylla dat schepen opslokte. Vanuit onze camper zien we in de verte Sicilië reeds liggen, het uiteindelijke doel van deze reis. Morgen steken we over, zo vroeg mogelijk, hopelijk slaapt Scylla dan nog.

Vanuit “Villa san Giovanni” varen we in 40 minuten over naar Messina op Sicilië. Daarna steken we het eiland over naar de noordkust. Dit ritje door de bergen beloofd wat, want de weg is smal, steil en bochtig. het kost ons dan ook ruim 2 uur om ca 50 km verder te komen. op zich is het erg spectaculair. De noordkust valt ons in eerste instantie wat tegen, de eerste 25 km is net een langgerekte rommelige stad aan het water. Daarna wordt het wat beter, de natuur wordt wat mooier en de bebouwing ligt wat verder uit elkaar.
Op het strand van San Giorgio staan een paar campers, voornamelijk Duitsers, waar we ons bij aansluiten voor de nacht. Het is een officiële overnachtingsplaats voor campers, zonder enige voorzieningen. Omdat het de gehele dag al erg warm weer is geweest duiken we direct het water in, dat is heerlijk helder, mediterraan blauw en 20 graden warm. De vloedlijn is bezaaid met duizenden minuscuul kleine, helblauwe kwalletjes. Na tot Santo Stefano langs de kust te hebben gereden, buigen we af het binnenland in richting Nicosia. De weg is uitstekend, veel bochten uiteraard, want we gaan constant omhoog naar zo’n 1100 meter. Alleen als we Mistretta in rijden geloven we onze ogen niet want we worden door de borden (ss117) allerlei kleine steile straatjes ingestuurd, soms wel hellingen van 20% en krappe bochten en dat op een bestrating van grote platen natuursteen. Het vergt erg veel van onze camper maar hij redt het wel. Tot overmaat van ramp wordt er in de toch al smalle straatjes ook nog eens een markt gehouden nauwelijks kunnen we de  uitstekende luifels van de kraampjes ontwijken. Daarbij de overstekende in het zwart geklede oude vrouwtjes beladen met zware tassen niet te vergeten. Het zweet staat me in de handen als we er door zijn.

In een klein dorpje, Sperlinga, houden we onze koffiestop en gaan aan de wandel in het dorpje. Dat is op een grote gladde rots gebouwd met op de top een burcht uit de 11e eeuw. Aan de voet van die burcht zijn in de rots grotwoningen uit gekapt in de rots. Hier hebben vroeger mensen gewoond, één daarvan is ook nu nog steeds bewoond. Je ziet eigenlijk alleen maar een deur in de rotsen met een schoorsteentje die ergens daarboven uit de rots steekt. De overige zijn in gebruik als bergruimte of als kippenhok. Ze zijn allen verbonden met elkaar d.m.v. in de rotsen uitgehouwen trappen. We rijden daarna weer terug in de richting van de noordkust. We passeren daarbij een aantal, als de meeste op Sicilië, hoog op de rotsen gebouwde, stadjes, zoals Gangi, Petralia Soprana en Petralia Soltana.
We zijn er onderhand wel moe van geworden en verlangen naar een rustig plekje aan de zee, dat vinden we dan ook al snel bij een vissershaventje Trabia. Karbonade met tuinbonen is de beloning.

Over het algemeen geven we de voorkeur aan vrije overnachtingsplaatsen maar in de nabijheid van een stad zoeken we toch altijd uit praktische overweging een camping met een goede verbinding met openbaar vervoer naar de stad. De tam-tam van de camperaars werkt zoals altijd goed deze vakantie. Tips voor mooie overnachtingsplekjes, gastvrije campings en andere interessante gegevens worden steevast uitgewisseld, het is soms net een grote familie van gelijkgestemde geesten. Zo krijgen we in San Giorgio ook het adres van de camping, “La Baye” in Isola delle Femmine zo’n 10 km voorbij Palermo.
We zijn er al om een uur of tien en gaan de luiwammes uithangen, lekker in het zonnetje liggen lezen, na een paar actieve weken met steeds maar weer nieuwe indrukken hebben we dat wel verdiend.

De dame van de receptie, ik vermoed dat ze de eigenaresse  van de camping is, spreek perfect Duits en geeft elke avond om 8 uur uitgebreide informatie aan nieuwkomers, over Palermo en hoe we daar het beste kunnen komen.  Met bus 628 vanaf de haven naar Piazze Gasperi in Palermo gereden, en lekker ontspannen in de oude binnenstad rond gezworven. Oude kronkelende straatjes met overal marktjes met levensmiddelen, vis, groente en kruiden, heel interessant. Hoewel het er allemaal vaak wel erg primitief en rommelig uitziet, hangt wel een heel fijn sfeertje, de mensen zijn allemaal erg vriendelijk en behulpzaam. Ze wijzen je direct de weg als je even op je kaart staat te kijken, en dat wij geen Italiaans spreken en zij geen enkele andere taal is dan plotseling helemaal geen beletsel.

Twee dagen besteden we aan Palermo, naast de beroemde “Catedrale” brengen we een bezoek aan de “Catacomben van de Cappuccini” waar de gemummificeerde lijken van de monniken zijn bij gezet, maar ook belangrijke mensen en veel kinderen. Het is echt heel luguber hoe die mummies daar op planken langs de muur of in kisten liggen  maar vaak ook gewoon met ijzerdraad aan de muur zijn op gehangen. Als we terug lopen pikken we de bus die richting Monreale rijdt, daar willen we namelijk ook nog heen. Doordat er op de weg constant dubbel wordt geparkeerd ontstaat er om de honderd meter een file totdat de eigenaar van de auto klaar is met z’n inkopen of met z’n praatje en weer verder rijd, het overige verkeer kan dan ook weer iets verder.  Toch lijkt niemand zich kwaad te maken. Ondanks het hectische verkeer en het ongedisciplineerde gedrag van de chauffeurs gaat alles toch goed. We kunnen er soms ook nog wel om lachen..

Monreale is een voorstadje van Palermo waar een prachtige kathedraal staat. Het is een heel imposante grote kerk met prachtige mozaïek tegen de wanden, de pilaren  en het plafond, grotendeels bestaat het uit tegeltjes die zijn gedecoreerd met bladgoud, er schijnt 1500 kg goud te zijn verwerkt in deze kerk.
Zondag betekend een rustdag, toch hebben we besloten om toch maar op pad te gaan, zij het rustig aan. We stoppen bij een natuurreservaat “Zirgaro” we trekken onze bergschoenen aan en gaan aan de wandel via een mooi voetpad over de rotsen langs de kust. Onderweg komen we een prachtig klein besloten strandje tegen en we kunnen uiteraard  de verleiding niet weerstaan om even lekker te zwemmen in het heldere water.

Erice  is een stadje 750 m hoog op de Eryxe-heuvel, we genieten van de lange wandeling over het karakteristieke plaveisel door de smalle bochtige straatjes. Het uitzicht op de wijde omgeving en vooral Trâpani was prachtig, het is dan ook mooi helder weer geen wolkje aan de hemel. Volgens het boekje zouden we hiervandaan ook de kust van Tunesië moeten kunnen zien maar dat lukt ons helaas niet, want aan de horizon is het wat wazig.

Na ons bezoek aan de “Cave de Cusa” was uiteraard een bezoek aan de opgraving “Selinunte” onvermijdelijk. Het is indrukwekkend wat daar te zien is. Op het eerste gedeelte staan 3 tempels van 16 bij 40 meter waarvan 2 eigenlijk gewoon een enorme stapel blokken steen en segmenten pilaar is. De derde is voor een deel gerestaureerd en daaraan kun je zien  hoe geweldig moeilijk het  moet zijn geweest om met de primitieve hulpmiddelen uit die tijd dat allemaal op te stapelen. Op de parkeerplaats van Selinunte vinden we een rustig plaatsje waar we de nacht doorbrengen.
Via Agrigento naar Enna. Deze ligt ook hoog op een berg en we moeten dwars door de smalle straatjes van de drukke stad rijden om bij “Castello di Lombardia”te komen, dat ligt op het hoogste punt midden in de stad. Het is ons bekend dat je daar op de parkeerplaats van het kasteel kunt overnachten met de camper.  We klauteren naar het kasteel en genieten van het prachtige uitzicht vanaf de hoogste trans, in de verte zien we de Etna liggen met sneeuw op de top Als we weer naar beneden willen gaan komen we in gesprek met een bewaker, gewapend met een grote sleutelbos, laat hij ons nog een aantal zaken zien die achter hekken zijn afgesloten, zoals het theater, de ophaalbruggen en de kogels voor de katapult. Door een prachtige vallei reden we naar Piazza Armerina, daar is een romeinse villa opgegraven en gerestaureerd alleen de fundamenten en de vloeren lagen er nog, die laatste waren schitterend allemaal mozaïek met de prachtigste figuren en taferelen van jachtpartijen en allerlei dieren maar ook een zaal waar 10 meisjes met bikini’s aan die aan het sporten waren, we hebben hier echt van genoten, schitterend.

Op de Refugio de Sapienza  2500 m hoog op de helling van de Etna vonden een plaatsje voor de camper om te overnachten, onderweg gingen we nog even een zijstraatje in om een broodje te kopen, onmiddellijk stopte er een Italiaan naast ons met de vraag waar we naar toe moesten, de Etna is die andere kant op zei hij, behulpzaam zijn ze, we beginnen ze steeds meer te waarderen die Italianen.
Kwart voor negen waren we aan de wandel, we hebben toch maar besloten om de tocht der tochten te maken, althans voor de Etna, dat is vanaf de Rifugio naar het hoogste punt wat je nu nog op de Etna kan (mag) bewandelen. Het laatste stuk naar de krater is verboden gebied, te gevaarlijk. Het gaat direct omhoog over de weg, wat niet echt een prettige route is omdat er voortdurend busjes voorbij komen in een grote stofwolk. Een alternatief is er echter niet omdat we direct door de verse lavavelden gaan afkomstig van de uitbarsting van vorig jaar. de eerste helft gaat redelijk goed met zo’n stijging van 10 à 12 % we schieten dan ook lekker op maar hoger wordt de helling toch af en toe wat steiler zodat we regelmatig even op adem moeten komen. maar toch redden we het en om precies twaalf uur zijn we boven, wat rond kijken, foto’s maken en even met het thuisfront bellen om mee te delen dat we boven op de Etna staan.Overnachten op de Etna is een belevenis op zich, we hebben een prachtig uitzicht op de duizenden lampen van Catania, door de opstijgende warmte van de aarde twinkelen al die lichtjes op een fantastische wijze.

We weten dat nabij Francavila  een mooie kloof is, de Gole d’Alcantara. Deze gorge is een paar meter breed 70 m hoog en zo’n 500 meter lang, hij is gevormd doordat er een uitbarsting van de Etna is geweest waarbij het dal is volgestroomd met lava. Deze lava is later door een aardbeving over een grote lengte gescheurd en de rivier heeft toen zijn polijstende werking gedaan. De wanden zijn van zeer grillige basalt structuren die op een aantal plaatsen glad zijn afgeslepen. Het is een prachtige tocht door deze kloof en het (koude) water lokt ons om te gaan zwemmen,  Niet zoveel verder zien we wat campers aan de boulevard staan van Santa Teresa di Riva we sluiten ons daar bij aan en zijn al snel in gesprek?! met de Italiaanse camperaars. We worden aan alle kanten in een rad tempo van informatie voorzien, helaas kunnen we er (bijna) niets van verstaan, maar toch beginnen we het beter te begrijpen, een aantal woorden kunnen we zo langzamerhand te herkennen.

Sicilië was ons uiteindelijke doel van deze vakantie, een geweldig eiland en met een camper uitstekend te bereizen. Er is erg veel te zien, en de bewoners zijn gastvrij en behulpzaam. Twee weken hebben we hier rond getrokken, veel te kort dus om alle cultuurschatten te bekijken natuurlijk, een goed excuus om nog eens terug te komen.
Voor mensen die minder tijd hebben is het uiteraard mogelijk om van Genua naar Palermo te varen met de ferry, dat scheelt toch wel een paar dagen rijden. We volgen op de terugweg naar het noorden een route door de natuurparken Aspromonte en Massiccio della Sila. Dit prachtige, met kastanjes, eiken en olijvenbomen begroeide gebergte is nauwelijks door het toerisme ontdekt en daardoor nog erg rustig. Het is een lust voor het oog om zo vroeg in het seizoen de overdaad aan bloemen te zien. Af en toe verspert  een kudde geiten of koeien ons de doorgang, dan steekt er een boommarter de weg over, terwijl we een eind verderop plotseling een wild varken met z’n zeven gestreepte jongen zien, op zoek naar eikels onder de bomen.

De kustweg langs de golf van Taranto is wat eentonig, maar we hadden nu eenmaal besloten dat we het “Trulli” dorpje Alberobello niet over mochten slaan nu we hier in het uiterste zuiden van Italië zijn. Trulli zijn merkwaardige kleine huizen met witgekalkte muren en kegelvormige daken die bedekt zijn met platte grijze stenen, elk vertrek heeft z’n eigen dak. We overnachten op het marktplein te midden van deze enorme concentratie van “trulli”. Hiervoor hadden we toestemming gevraagd aan een politieagent, hij had er geen problemen mee mits we maar parkeergeld betaalden van € 6,= per dag. De parkeerkaart is te koop in een winkeltje aan het plein.

Zoals wel te verwachten, is Alberobello een echte toeristentrekker, ze worden er dan ook met busladingen vol afgeleverd en vele van de “trulli” zijn ingericht als souvenir winkeltje. Het oostelijke gedeelte van het dorp wordt minder door toeristen bezocht, het is dan ook nog echt authentiek en worden de huisjes nog allemaal normaal bewoond. Als we de volgende ochtend door rijden zien we her en der in de olijfgaarden groepjes van deze grappige huisjes staan.

Ons eerste doel is “Grotta del Trullo”dat is een kleine druipsteengrot in Putignano zo’n 20 km verder richting Bari. Het is erg onopvallend en we rijden er eerst dan ook prompt  voorbij.
We blijken de eerste bezoekers sinds dagen te zijn. De gids gaat ons voor de grot in, vergezeld van z’n 2 jarige dochtertje waar hij ook op moet passen. De grot blijkt recht onder het gebouwtje te zijn we moeten een steile wenteltrap af in de kelder die komt uit in de druipsteengrot. De grot is niet groot maar adembenemend mooi. Zo’n 20 meter hoog en even breed. We maken er een rondwandeling over trapjes en door gangetjes. De gids verteld ons dat er onder deze nog twee van deze grotten zijn die echter niet voor het publiek toegankelijk zijn gemaakt.

Via het schiereiland Promontario del Gargano. langs de zuidkust rijden we over een goede weg door het karst gebergte waar we prachtige panorama’s te zien krijgen over de kust en de zee. Soms zijn de rotsen door de golven ondermijnd en zijn er grotten en natuurlijke bruggen ontstaan het is werkelijk een prachtige landschap. Hier en daar zijn er kleine baaitjes met een klein zandstrandje maar die zijn niet toegankelijk want ze horen allemaal bij hotels of campings. In Pischici aan de havendrinken we een kopje koffie en nuttigen daarbij de lekkere ” d’Amoretto del Italia” koekjes. Dit zijn net kleine pepernoten maar dan heel bros en met een heerlijke amandelsmaak.
In het dorp S.Salvo Marina vinden we een grote overnachtingplaats voor campers, door de afslag “Mare”op de SS16 te nemen en vervolgens de borden te volgen is het eenvoudig te vinden. € 4,- per 12 uur is best een redelijke prijs voor dit verharde terrein voor ca 60 campers ,met voorzieningen voor het innemen en lozen van water en chemisch toilet.

We volgen de kustweg en bij  Salvo trekken we de bergen in via de SS650, voorbij Isernia  buigen we af naar het noorden. Direct gaat het omhoog het nationale park Abruzzo in. In dit park komen nog beren, wolven en lynxen voor dus we letten speciaal op maar zien niets. Later lees ik dat ze er wel zijn maar dat ze zich terug getrokken hebben op de stilste plekjes en daar lopen geen wegen. Helaas moeten we dat dus uit ons hoofd zetten. Bij Scanno duiken we de nauwe Saggitariakloof in, ongeveer 8 km kronkelen we er doorheen, de steile wanden en de donkere  tunneltjes zijn imponerend.
We zijn inmiddels over de helft van onze vakantie zullen op onze reis naar huis nog veel meer beleven; San Marino, Florence en de Dolomieten, genoeg stof voor verhalen.

Maar na 8 weken zwerven door dit prachtige land, trekken we over de alpen over richting huis, gelijk Hannibal eens deed, niet op een olifant zoals hij, maar in ons trouwe campertje, die ons deze ruim negen duizend kilometer geen enkele keer in de steek heeft gelaten.