2001 Faroer.


Nadat we ‘s morgens voor zessen van de boot af reden, bleek de voorspelling uit te komen, mist, regen en daardoor nauwelijks enig uitzicht,
de drie dagen die we hier door zullen brengen beginnen goed.
Echter een andere uitspraak van de inwoners is, ben je ontevreden over het weer, wacht dan 5 minuten komt ook uit, als we zicht krijgen op het vissers dorpje Eidi breekt de zon door en zijn we in de gelegenheid een paar foto’s te maken van dit kleurrijke plaatsje. De plaatselijke Camping is bereikbaar via een wirwar van kleine straatjes en het blijkt dat de parkeerplaats van een klein hotelletje bedoeld is als camping.
Een bijzet tentje opzetten op de sintels lijkt ons niet bevorderlijk voor het grondzeil zodat we doorrijden naar Gjógv via een smalle weg over de Slættaratindur. Op de smalle weg moeten we enige malen gebruik maken van de Passing places. In Gjógv is de camping gesitueerd bij de jeugdherberg Gjáargarur en is alleen geschikt voor tenten, maar de Deense studentes, die het zaakje tijdens de zomermaanden runnen,
wijzen ons een plaatsje op de parkeerplaats.

Het dorpje bestaat uit een 20 tal huisjes in vrolijke kleuren die schijnbaar willekeurig op de berghelling zijn gebouwd en de tussenliggende ruimte is met asfalt gevuld. Een nauwe gorge vormt de natuurlijke haven van Gjógv, er is weinig leven te bespeuren. Een wandeling langs de hoge kliffen leveren een aantal leuke foto’s op van Puffins ook bekend als papegaai duikertjes, deze grappige vogeltjes zijn zo mak dat we ze op een meter kunnen benaderen, dit heeft overigens als nadeel dat ze ook eenvoudig zijn te vangen, we zagen ze in het restaurant van de ferry al op het menu staan. Het wandelen hier is af en toe behoorlijk pittig, maar onze inspanning wordt beloond, vanaf de kliffen hebben we een magnifiek uitzicht op de zon overgoten hellingen van het naburige eiland Nordoyar, dit is genieten.

De volgende dag begint met een strakke blauwe hemel en we gaan een lange wandeling maken langs de oceaan naar de Fjallio we volgen de schapen paadjes over de gras begroeide steile helling en genieten van de stilte die alleen wordt verbroken door geluid van de vogels  en het breken van de golven op de rotsen enige honderden meters onderaan de klif. Dit is de vakantie waar we van houden, deze eenzaamheid en rust.
De volgende dag zwerven we  kris kras over de eilanden, ook dan valt de eenzaamheid ons op,  langs de kust zien we de kleine kleurrijke dorpjes liggen, ze  lijken verlaten. Alleen in de vissershaven Leirvik bespeuren we enige bedrijvigheid bij de vissersboten.
Op onze route terug naar de ferry, wijken we nog even uit naar Vestmanna van hieruit worden excursies gemaakt met een boot naar de bekende vogel rotsen en prachtige rots formaties en grotten, helaas voor ons ligt alles onder een dikke deken van mist en besluiten we de laatste paar uur in dit paradijs voor natuur liefhebbers door te brengen in de hoofdstad Tórshavn, dit ruim 16.000 inwoners tellende stadje is erg gemoedelijk en we snuffelen er dan ook met plezier wat rond.


De Færøer staan er om bekend dat ze volkomen boom loos zijn, wij letten er dan ook speciaal op en inderdaad alleen in Tórshavn zien we enkele mooie  bomen staan voor een boekwinkel in het centrum. Onze boot die door gevaren was naar Bergen in Noorwegen is inmiddels weer aangemeerd en we kunnen onze reis naar IJsland voortzetten. Achteraf zijn drie dagen toch wat te kort gebleken om de Færøer goed te leren kennen, maar wie weet, komen we nog eens terug.

Joop Cley Aug.2001