2001 IJsland.

De Smyrilline brengt ons van Hanstholm in het noorden van Denemarken via een tussenstop van 3 dagen op de  Færøer  naar Seydisfjordur op IJsland.
Een IJslandse touringcar blokkeert een tiental campers op het “cardeck” , de bus is op de een of andere wijze niet toegankelijk. Er wordt vervolgens een prachtige komedie voor ons, toeschouwers, opgevoerd. De chauffeur tracht eerst via het noodluik in het dak naar binnen te komen, als dat niet lukt, probeert hij zich vanaf het dak door de maar op een  kier te openen deur naar binnen te laten zakken. Z’n buik is een belemmering waardoor hij klem komt te zitten, als hij er met vereende krachten weer uit bevrijd is wordt er een slanke Franse dame gevraagd het eens te proberen. Zij komt een eind verder maar haar borst omvang blijkt ook een beletsel om in de bus te komen. Ten einde raad wordt er een ruit uit de sponning gelicht, al gauw blijkt dat ook de accu van de bus nog ontladen is, zodat een heftruck start hulp moet verrichten, waarna de bus onder een hartelijk applaus vertrekt en wij eindelijk na ruim anderhalf uur de ferry kunnen verlaten.
Vanwege de MKZ crisis is er op de kade verscherpte controle. Nadat de auto’s door een ontsmetting bak zijn gereden worden ze opgevangen door de douane die nagenoeg elke auto en camper geheel doorzoekt op niet gesteriliseerde zuivel- of vlees producten. Door ons oponthoud ontspringen wij de dans en kunnen ongecontroleerd doorrijden, vermoedelijk willen de douaniers snel naar huis. Onze Hobby Camper blijkt  een van de weinige normale campers aan boord te zijn, de meeste zijn 4WD wagens, super jeeps en grote terrein wagens in alle soorten en maten, veel eigen bouw, lijkt het ons. Prachtige exemplaren zijn er bij, we kijken onze ogen uit. Vele zullen we op onze tocht over het eiland nog weer eens tegen komen, blijkbaar kieze
n de meeste mensen er voor de ringweg te nemen tegen de klok in.



Vanuit
Seydisfjordur rijden we gelijk naar de hoogvlakte waar we door de enorme sneeuw velden en magnifieke watervallen in de stemming worden gebracht, een stralend blauwe hemel daarboven maakt het nog fraaier.
Ons eerste doel is de waterval de Dettifoss en volgen daartoe de weg nummer 1 dat is de rondweg. Deze weg  is voor een groot gedeelte geasfalteerd.

 

Hier in het noorden en oosten van IJsland bestaan er nog grote stukken uit gravel wegen, die overigens goed te berijden zijn.
Bij Grimstunga rijden we de 864 in daar is een kleine camping, dit blijkt echter een grasveldje te bij een beekje waardoor we worden besprongen door duizenden vliegen. We besluiten daarom door te rijden en zoeken een plaatsje in de Holssandur enige kilometers voor de Dettifoss.

Een Sandur is een spoelzandvlakte die door gletsjerstromen wordt gevormd en bestaat uit materiaal van de morene. De Holsandur is een golvende woestijn van zwart lava zand waar nauwelijks begroeiing op voorkomt.

 

Het geeft ons dan ook een heel vreemd gevoel hier te overnachten.
Na ons bezoek aan de Dettifoss, wat de grootste en machtigste waterval van Europa is, rijden we door naar Hljodaklettar, dit is een labyrint van rotspunten en rotsformaties die ons de adem beneemt. We zwerven rond tussen de grillige basaltformaties die hier en daar een vreemde echo geeft en waar de tektonische krachten  zelfs een natuurlijke kapel hebben gevormd.


 

Onze overnachting plaats is de camping in de Asbyrgi canyon, aan beide zijden zijn 90 m hoge rotswanden in de vorm van een paardenhoef. Onze volgende stop is reeds thuis door ons bepaald,  Husavik, van hieruit worden Whale Watching tochten georganiseerd, dat willen we beslist niet missen.

 

 

Volgens het logboek zijn er op 99,6 % van de tochten walvissen gesignaleerd dus stappen we vol verwachting aan boord van de NÄTTARI. Inderdaad, op deze 3 uur durende tocht over een spiegelgladde noordelijke ijszee onder een stralende blauwe hemel komen we midden in een school van circa 25 MinkeWhales terecht. Een adembenemende ervaring, de meeste laten alleen hun rugvin zien op een afstand van 50 tot 100 meter van de boot, maar een enkeling kwam vlak naast de boot zwemmen en steekt zn kop boven water alsof hij (zij) die vreemde wezens op de boot  eens goed wil bekijken. Het is heel imponerend om oog in oog te staan met zo’n vis van zeker 10 meter lengte. Op een zeker moment zagen we op enige afstand van de boot een (vermoedelijk) Fin Whale spuiten, wat een prachtig gezicht was echter de lucht die we toen roken was verschrikkelijk, wat had dat beest een slechte adem.


Een aantal dolfijnen zwommen voor de boot waarvan een met een kalf van een paar dagen oud. De camping van Husavik is vlakbij het centrum gelegen en wordt beheert door een vriendelijke dame. Nog nooit zagen we  vaasjes met bloemen op het toilet. Er was echt een gezellig sfeertje gecreëerd, wat ook gewaardeerd werd door de bezoekers, gezien het aantal geschreven reacties die op de wanden waren geprikt.


Ons volgende doel was de Myvatn een meer in een vulkanisch gebied. Om bij de camping te komen rijden we door een lava veld, de grillige vormen en de gigantische scheuren in de korst maken grote indruk als je er tussen door loopt. Ook een bezoek aan de nabijgelegen vulkaan de Krafla die in 1984 voor het laatst nog een uitbarsting had, is een angstaanjagende gewaarwording, vooral als je over de nog warme lava loopt. Uit de vele pruttelende modderpoelen,  gloeiende stoompotten en dampende zwafelbronnen stijgt een geur van verrotte eieren op, alles sist, pruttelt of bubbelt indrukwekkend. Iedereen waar we mee spraken over ons vakantiedoel waarschuwde ons voor het slechte weer, de regen, mist en koude, een van de weinige regenbuien die we op IJsland hebben gehad overviel ons hier op dit verse lavaveld waardoor rondom ons heen overal stoomwolkjes uit de grond opstegen. Ook een grote indruk kregen we van het prachtige kratermeer de viti. Dit prachtige turquoise meer gelegen in de grijze, desolate lavavelden geeft  een heel onwezenlijke indruk.

 

De Dettifoss mag dan de grootste waterval zijn, maar door het meegevoerde sediment ziet hij er erg somber uit. Anders is dat met de Godafoss, het heldere water en de prachtige regenbogen geeft hem een majestueus uiterlijk. Campings zijn hier genoeg, maar we geven over het algemeen de voorkeur aan een vrij plaatsje in de natuur of bij een haventje. Op IJsland is hier volop gelegenheid voor, wat is er ook mooier dan ‘s morgens wakker worden op een grandioos plaatsje aan een beekje.

 

Reykjavik was groter dan ik mij had voorgesteld het heeft dan ook ruim 100.000 inwoners maar een grote indruk heeft het niet op ons gemaakt. Iedere huis eigenaar heeft volgens mij geprobeerd z’n huis in een andere kleur te schilderen wat een hele frisse indruk van de stad geeft.
De Blue Lagoon vindt je terug in alle reis brochures en schijnt een hoogtepunt te zijn van een IJslandreis, door tijdnood besluiten we toch maar om het van ons lijstje te schrappen er wacht ons nog zoveel. Geysir bijvoorbeeld is ons volgende doel, vroeg in de avond staan we op de parkeerplaats bij dit natuurwonder en de gehele avond hebben het rijk nagenoeg alleen.

 

Officieel is de Geysir overleden omstreeks 1963 maar we hadden toch het geluk hem een maal te zien spuiten. De nabij gelegen Stokkur is wel erg actief, ongeveer om de 10 minuten komt daar met veel gesis een enorme kolom kokend water en stoom uit van  20 a 30 m hoog. Een moment voor deze uitbarsting vormt zich aan de oppervlak van het water een prachtig blauwe, bolvormige bel van wel een meter hoog waar dan plotseling de kolom doorheen spuit. Vanuit onze camper kunnen we de gehele avond dit prachtige schouwspel volgen. De volgende dag staat de volgende waterval op het programma de Gullfoss, deze ligt ongeveer 10 km vanaf Geysir. De gouden waterval is een treffende benaming, het heldere water valt in 2 etappes in een kloof van wel 70 meter diep. We zullen deze reis nog veel meer indrukwekkende watervallen tegenkomen, deze maakt toch wel de meeste indruk op ons.

 

Als we door rijden naar het natuurpark Landmannalaugar hebben we steeds uitzicht op de 1491 m hoge vulkaan de Hekla. De weg voert door immense lavavelden en de weg bestaat  grotendeels uit gravel, en dan ook nog vaak met een wasbord oppervlak zodat alles in de camper rammelt. De weinige tegenliggers zien we op kilometers afstand reeds aankomen door de stofwolken. Na de vakantie zullen we waarschijnlijk veel werk hebben om de camper weer schoon te maken, het stof dringt overal door.

 

Landmannalaugar is een verhaal apart, het is een heel buitenaards landschap. De enorme schakering van natuurlijke kleuren variërend van geel, zwart,  tot roodbruine tinten, afgewisseld door met mos bedekte gebieden en obsidiaanvelden, turquoise bergmeren en hete bronnen.

 

Om de camping te bereiken moet je 2 rivieren door steken. Je kunt er baden in een heerlijk warm beekje dat gevoed wordt door een hete bron. Daar maken we dan ook driftig gebruik van,  ‘s avonds om elf uur, als het nog nauwelijks donker is, zitten we met zo’n 20 mensen tot aan onze nek in het water van 28 gr.C.
In het VVV kantoor in Reykjavik werd ons verzekerd dat we vanaf landmannalaugar met onze 2 wiel aangedreven camper rustig de F208 konden blijven volgen in zuidelijke richting, maar na een paar zeer steile hellingen en een rivier doorsteek kregen we bij de volgende doorsteek toch het  angstige gevoel dat deze informatie toch niet zo heel betrouwbaar is, te meer daar een ons tegemoetkomende Duitser ons verteld, dat wat we hebben gehad  “spielerei” is vergeleken bij wat er nog komt verderop. Hij durfde het met zn 4WD jeep zelfs niet aan en is gekeerd.

 

Dit betekende voor ons ook een omweg van ca. 200 km maar wat zegt dat in zo’n prachtig land. Via Hella naar Vik  we overnachten daar bij het gitzwarte zandstrand. De volgende dag via de eindeloze Skeidararsandur bereiken we het prachtige natuurpark Skaftafell aan de voet van de enorme gletsjer Vatnajokull. Deze gletsjer is zo groot als onze 3 noordelijke provincies tezamen. We blijven hier een paar dagen om prachtige wandeltochten te maken. Tijdens onze laatste dagen op IJsland vergapen we ons nog aan de 160 m diepe gletsjerlagune Jokulsarlon. De 20 km brede gletsjertong glijd hier 5 m per dag in het meer en voortdurend breken daar dus stukken vanaf zodat het meer gevuld is met prachtig gevormde ijsbergen. De laatste paar honderd kilometer langs de grillige zuidkust naar Seydisfjordur, is een indrukwekkend afscheid van dit prachtige eiland. Als je van ongerepte natuur en van eenzaamheid houd, raad ik iedereen IJsland aan. Grote delen van het binnenland zijn voor ons verborgen gebleven, daar zijn drie weken echt te kort voor nog afgezien van de beperkingen die onze camper ons oplegt.

 

Komen we hier nog eens terug?
Joop Cley   Aug.2001

Informatief.
Deze reis maakten we met onze Hobby 650 Camper .
In totaal zijn we 4 weken onderweg geweest,
De overtocht maakten we met de Norróna van de Smyril-line. Deze vaart 1x per week naar IJsland en vertrekt op zaterdag om 20.00 uur vanuit Hanstholm in Denemarken.
We komen op de Færøer aan op maandag ochtend 6.00 uur dat is dus 2 nachten slapen aan boord, daarbij heb je de keus uit een Couchette dat is een 12 persoons hut zonder beddengoed, een
4 persoons hut of een 2 persoons hut, bij de 4 en 12 persoons hutten wordt je normaal gesproken ingedeeld in een dames c.q. heren hut. Ben je echter met b.v. 4 personen dan kun je ook een hut voor je zelf reserveren. De boot die door gevaren is naar Bergen in Noorwegen komt je op woensdag weer oppikken en we  vertrekken om 18.00 uur richting IJsland. Donderdag morgen om 9..00 uur komen we aan in Seydisfjordur dit ligt aan de oostkust van IJsland. Campers hoger dan 1.80 m betalen 50% toeslag en hoger dan 2.40 m is de toeslag 75 %. Onze camper is 6,80 m lang en hoger dan 2.40 m en viel dus  in de hoogste categorie. Wij kozen voor 4 persoonshutten en moesten ca. fl. 5200,= betalen voor een retour ticket. Diesel is goedkoop op IJsland ca. fl. 1,50 per liter, maar bij aankomst moet wel een dieseltax worden betaald, de hoogte daarvan is afhankelijk van de lengte van je verblijf en van het (ledig)gewicht van de wagen. LPG is niet verkrijgbaar. IJsland is bepaald geen goedkoop land, reken op het 2 a 3 voudige van onze prijzen.
Het maximum aan levensmiddelen dat mag worden ingevoerd is 3 Kg per persoon. Invoer van rauw vlees of vlees- en zuivelproducten is ten strengste verboden. 100 IJslandse kronen is ca. fl. 2,50 Het beste kun je te plaatse geld wisselen. In de winkel bij het tankstation in Seydisfjordur staat een pin automaat. De banken zijn open ma-vr. 9.15 – 15.00 of 16.00 uur De postkantoren ma-vr. 8.30 – 16.30 uur. Credit Cards worden bijna overal geaccepteerd.
In boekwinkels kun je ook postzegels kopen. Bij alle Tankstations konden we pinnen. Op de door ons gebruikte kaart, Landmælingar Íslands  1:500 000, staan ook tankstations aangegeven, maar de onderlinge afstand kan soms groot zijn, dus rij je tank niet helemaal leeg, tank tijdig. Drinkwater tappen kan bij elk Tankstation, daar zijn namelijk altijd voorzieningen om je wagen schoon te spuiten en het afvalwater af te tappen. Ons chemische toilet konden wij alleen maar op enkele campings legen.
De bewegwijzering is uitstekend, ook in het binnenland. De beste reis periode is van begin juni t/m half september, dan is er gemiddeld 20 uur daglicht. De gemiddelde temperatuur is 10-15 C met uitschieters naar 20 C. Het weer kan uiterst veranderlijk zijn, alhoewel wij het extreem goed hebben getroffen, veel zon en op slechts 2 dagen wat regen.
Wilt u nog meer van ons weten?  mail  dan gerust

Het vervolg.

Na onze reis naar IJsland in 2001, had ik een enthousiast verslag geschreven voor het verenigingsblad van de NKC. “De kampeerauto” De reacties die ik daar op kreeg deden mij besluiten om een groepsreis naar IJsland te ontwerpen voor de NKC. In 2004 kregen wij dan ook de opdracht van het bestuur deze reis te ontwikkelen en voor te reizen.
Met veel plezier hebben wij ons van die taak gekweten. Inmiddels hebben we nu, in 2012, de negende reis begeleid met een groep NKC’ers. En we hopen dit nog een aantal jaren vol te houden.
We beschouwen het als een voorrecht, eens per jaar af te mogen reizen naar dat fascinerende land, vlak onder de poolcirkel.

ijsland video

vatnajokull