2007 Australie.

December 2006
Ik weet niet wanneer het plan bij ons is opgekomen, maar het moet al tientallen jaren geleden zijn dat wij begonnen te denken en te praten over Australië. Dat was toch wel het ultieme doel dat we ons konden voorstellen voor een verre vakantie. Al gauw hadden we door dat dat in een vakantie van 3 week natuurlijk niet haalbaar is. Daarom werd het vooruit geschoven naar het moment dat we niet meer zo gebonden waren en wel langer weg konden. De laatste jaren werden de plannen steeds concreter. Het was haast vanzelfsprekend dat de tocht met een kampeerauto zou worden gereden. Een half jaar gingen we toen van uit en was het ons duidelijk dat het huren van een kampeerauto voor zo’n periode een dikke beurs vereist. Internet was inmiddels onze informatiebron geworden. In diverse site’s van mensen die er ook voor een langere tijd waren geweest, lazen we dat kopen in zo’n geval de goedkoopste oplossing is. Om goed en up to date geïnformeerd te zijn zijn we vervolgens lid geworden van de Australische kampeerauto club, de CMCA in hun magazine wordt niet alleen veel informatie gegeven over het rijden met een kampeerauto in Australië , maar tevens wordt daarin elke maand een breed scala aan gebruikte kampeerauto’s aangeboden. Inmiddels hadden wij met veel vrienden over onze plannen gesproken. Al gauw bleek dat er onder hen ook veel belangstelling bestond voor een dergelijke reis. Een logisch gevolg daarvan was dat we er aan gingen denken om de te kopen kampeerauto voor een langere periode houden en deze tegen kostprijs ter beschikking te stellen aan meerdere deelnemers. Uitgaande van 3 jaar, blijkt dat dan de dagprijs wel op de helft van de commerciële dagprijs uit kan komen. Ruim 15 deelnemers hebben zich inmiddels aangemeld als potentieel gegadigde, waarvan er nu 8 definitieve datums hebben opgegeven. In totaal zijn er nu al 750 dagen vastgelegd. Begin januari 2007 hakken we de knoop door en gaan dan serieus op zoek naar een geschikte kampeerauto.

Februari 2007
We praten er natuurlijk al jaren over, maar het laatste jaar ben ik er uiteraard veel dieper ingedoken.
Door de gelukkige omstandigheden dat wij Australische buren kregen waar we goed mee bevriend raakten. zij hebben een half jaar naast ons gewoond en zijn toen weer terug gegaan naar Sydney. Uiteraard hebben we onze plannen met hun besproken en ze waren daar ook enthousiast over. Ze wilden wel voor ons bemiddelen bij aankoop, registratie, stalling en onderhoud van de camper. Ook wilden ze graag de mensen opvangen als ze naar “down under” kwamen. Al met al konden we hele goede afspraken maken. Alle kosten die gemaakt moesten worden kwamen natuurlijk voor onze rekening maar de tijden waarin de camper niet in gebruik was bij een van de deelnemers konden zij er mee op pad gaan. Martin & Anita zijn echt heel geweldige mensen, vrienden voor het leven kun je wel zeggen.
Via internet kom je heel veel gewaar, voor een leuke informatieve site klik hier.                En natuurlijk de startpagina van Australië helpt je enorm op weg. Voor de aankoop van de motorhome hebben we veel informatie ontvangen van Glenn Kesbah, dat is (was) een bemiddelaar in de aan- en verkoop van gebruikte motorhomes, speciaal voor buitenlanders. Via hem hebben we uiteindelijk een camper gekocht. Glenn kreeg helaas een spierziekte en moest daarom stoppen met het bemiddelen. Om toch bezig te zijn heeft hij inmiddels een website opgezet waarin hij routes beschrijft in en om Sydney voor rolstoel gebruikers. Koop je in Australië een auto of een motorhome dan moet die wel op je naam zetten uiteraard maar ook aanmelden voor registratie. De jaarlijkse APK, die daar ook verplicht is, kon steeds door Martin & Anita worden geregeld. Diverse campers hebben we op de site van de CMCA bekeken. In eerste instantie dachten we dat een 4WD de beste optie zou zijn, maar daar zijn we uiteindelijk van afgestapt. Onze dochter Anita had zich ook direct aangemeld als deelnemer en omdat zij met haar man Tjerk en hun drie kinderen  geopteerd hadden voor 6 weken, hebben we verder uitgekeken naar een camper met 5 slaapplaatsen. Onze keus is uiteindelijk gevallen op de Matilda Crystall III
een “six wheel” camper op basis van toyota. Nadeel van het kopen van een camper op internet dat je onmogelijk alle details goed kan bekijken. Zo hebben we dan ook uiteindelijk nog wel enige zaken aan moeten passen aan het interieur. Nieuwe gordijnen, bekleding van de kussens, een nieuw tafelblad. Het aanrecht met de kookplaat stond ons ook niet aan, dus ook maar vervangen. Gelukkig woonden goede vrienden van Anita & Martin in Ingelburn, een stadje 35 km zuid-westelijk van Sydney. Zij hadden ruimte bij hun huis waar we de camper mochten stallen en tevens gebruik maken van Henry z’n gereedschap. Prachtige mensen die Karen & Henry. Henry is een reus van een Maori, geboren in Nieuw Zeeland. Geweldig hartelijke mensen.
Als je daar voor langere tijd rondtrekt moet je uiteraard ook regelmatig geld uit de muur trekken, als je dat van je bankrekening in Nederland doet kan dat behoorlijk in de papieren lopen. Wij hebben er dan ook voor gekozen daar te plaatse een account te openen. We hebben gekozen voor de Commonwealth bank, omdat deze de meeste ATM’s heeft door geheel Australië. ATM’s zijn pinautomaten. Je kunt die rekening alvast hier in Nederland openen,dat scheelt je tijd in OZ. Onze vlieg tickets, hotels tijdens de stopover’s, en de excursie naar Litchfield en kakadu, hebben we laten regelen door Askja travel in Arnhem. Zeer correct reisbureau, kan het aanbevelen! De bloemetjes en het poesje kan natuurlijk ook niet onverzorgd achterblijven, maar daar hebben we de familie voor ingeschakeld en die houden verder ook een oogje in het zeil, daar hebben we dus helemaal geen zorgen over.
Langer dan 3 maand naar Australië? Ja, dan moet je een speciale Visa aanvragen, dit kan niet bij de ambassade in den Haag, maar je moet dan contact opnemen met de Australische ambassade in Berlijn.
==============================================================

En dan gaan we:

Eindelijk is het zover, we vliegen naar Australië maar eerst maken we een tussenstop in Singapore,  voor het verslag daarvan moet je op die pagina kijken.
Hieronder onze belevenissen en foto’s van onze tocht door Australië.

21 augustus 2007
Darwin.
23 kleinkinderen, heeft ze, vertelde Dorien Hardgrave ons, met haar man Jack heeft ze zes kinderen, dus is dat dan ook niet zo moeilijk. Jack was veel van huis want hij speelde in een band. Speelde ja, want Jack is inmiddels dood. Maar Dorien heeft nu een andere vriend, dus ze verveeld zich niet. Maar om een beetje bij te verdienen heeft ze een baantje als taxi chauffeuse. Ze is nog maar 58 en ze wil over 2 jaar stoppen met werken, dan gaat ze reizen met haar vriend.
Het ritje, diep in de nacht, naar ons hotel duurde maar 20 m
inuten waarin Dorien kans zag ons haar gehele geschiedenis uitgebreid te vertellen.
Travel Lodge Marabeena
, dat in het centrum van Darwin ligt. Is omringd door een prachtige tropische tuin, waarin twee zwembaden zijn aangelegd. ‘t is inmiddels half zes in de morgen, ondanks dat het zwembad ons aanlokt, kiezen we toch maar voor het bed. Morgen (straks) is het weer dag en een paar uurtjes besteden aan een schoonheid slaapje lijkt ons verstandig.
34 graden is het al als we omstreeks 11.00 a.m. aan de wandel gaan. Darwin is niet groot, het telt ongeveer 100.000 inwoners. De tweede wereldoorlog ging hier niet ongemerkt voorbij, in 1942 werd het onverwacht gebombardeerd door de Jappen. Herhaaldelijke bombardementen legden een groot deel van de stad in puin. Op kerstavond 1974, was het opnieuw raak en sloeg de cycloon Tracy toe. De hoofdstad van de Northern Territory werd in 4 uur tijd voor 80 % met de grond gelijk gemaakt. Veel historische gebouwen staan er dus niet meer, het heeft plaats gemaakt voor een modern, commercieel stadscentrum. Dit en de warmte doen ons al gauw besluiten de middag verder bij het zwembad door te brengen. Maar niet nadat we eerst beiden een “Akubra” hebben gekocht. Dat is zo’n typische Australische, breed gerande leren hoed. Het gat in de ozonlaag is hier van grote invloed, dus ons is aangeraden een zonnebril en een hoed te dragen als we in de zon lopen. Zonnebrandolie factor 30 is aan te
raden. Slip, slop, slap, is in Australië een bekende kreet, “slip” on a shirt, “slop” on suncream. “Slap” on a hat.
Het was een heerlijke steak die we voorgeschoteld kregen bij “Kate O’Shea’s Pub.

22 augustus 2007
Litchfield.
Om 5 uur hebben we ons laten wekken, we moeten de koffers om pakken want 1 daarvan laten we hier achter in het hotel en de andere mag mee,
Adam kwam ons halen met z’n 4 WD bush truck, de tour kan beginnen. Eerst inchecken op het kantoor en vervolgens nog een paar mensen oppikken bij hun hotel. Uiteindelijk reden we met 12 mensen richting Litchfield NP via de Stuart HWY waar we afzwaaiden naar de Wangi Falls. Adam reed met een behoorlijke snelheid over de unsealed road, maar veel verkeer kwamen we niet tegen dus dat kon ook wel. Af en toe sprong er een wallaby over de weg.
Het is verwonderlijk hoe vaak hier bosbrand is, volgens Adam steken de aborigines die aan om te jagen op wallaby’s. Ze steken een stuk bos in brand en wachten de vluchtende dieren dan op. Het is alleen de ondergroei dat verbrand, de bomen zijn aan de onderzijde alleen wat geblakerd maar leven nog wel. Na een
paar dagen groeit het gras weer aan en komen er weer wallaby’s op af. Kunnen de aborigines opnieuw op jacht, uitgekookte mannetjes.
Ontstellend veel termieten heuvels staan hier, bij de groo
tste (volgens Adam) zijn we gaan kijken deze was ruim 5 meter hoog, hij vertelde dat ze ongeveer een meter in de tien jaar groeien. Deze moet dan ongeveer vijftig jaar oud zijn.
Na een lange wandeling door het regen woud kwamen we uit bij de Wangi falls in het Litchfield NP, het koste ons enig geklauter om bij de water poelen te komen maar het was de moeite waard, we konden er heerlijk zwemmen. In tenten gaan we overnachten, niet nadat we in de keuken tent gezamenlijk een diner hebben gemaakt. Een uurtje met z’n allen rond het kampvuur maakte dat de oogjes steeds kleiner werden en daarmee ook de kring, zo’n dag in de buitenlucht is toch wel vermoeiend,

Na weer een lange en warme tocht in de bus kwamen we bij de Mary river, hier werden we met z’n allen in een boot geladen waarna we aan de lang verwachte tour tussen de “crocodiles” door. We zagen ontstellend veel “Salties” dat zijn zoutwater krokodillen, die hier evengoed in het zoete water gedijen als aan de kust. De meeste lagen te zonnen op de oever met de bek open. Dat doen ze om de temperatuur te regelen van hun hart. Af en toe zwom er een vlak naast de boot of schoot met een ongelofelijke snelheid het water in als we wat te dicht in de buurt kwamen. De Mary river is ook een heel rijk vogel gebied, we zagen dan ook heel veel soorten voorbij komen, ibissen, witte reigers, aalscholvers een jacana die over de bladen van de waterlelies liep, hele groepen eenden die tsjilpten als mussen, een giervalk, en parmantig door het ondiepe water stappende kraanvogels, zelfs zagen we op de oever regelmatig Wallaby’s. De gids nam er alle tijd voor ons over de verschillende dieren te vertellen.
Het was inmiddels omstreeks 4 uur zodat we naar Point Stuart werden gebracht waar we tienen lag iedereen te snurken.

23 augustus 2007
Kakadu
Vroeg op, want we hebben weer een lange rit voor de boeg. De wallaby’s hopten al weer vrolijk om de tent en een enorme zwerm zwarte vogels maakten een geweldig kabaal in de bomen, echte oerwoud geluiden. Het was een hele tocht naar de Maguk, we lieten de bus achter op een parkeerplaats in het bos en wandelen door het oerwoud over een eenvoudig 2 km lang pad, langs een rivier, waarin soms krokodillen zijn gesignaleerd, naar de watervallen voor onze volgende duik in het heerlijke koele water. We moeten daartoe wel eerst tegen een rots wand omhoog en vervolgens weer naar beneden klauteren. Maar het is het waard, een uurtje in het heldere water is heerlijk. Je kunt hier een eind de rivier op zwemmen tussen de hoge rotsen door heel erg leuk. Terug in de bus is het al snel weer warm. Op naar de volgende waterval. De Jim Jim Falls. De weg erheen is prima behalve de laatste 5 km, die gaat zo te zien door een droge rivier bedding. We worden geweldig door elkaar geschud, de bus helt soms, onder grote hilariteit van ons, 45 graden over van links naar rech
ts. Nog een kilometer lopen en dan zien we de Jim Jim Falls, tenminste als er water zou stromen. Nu zie je alleen maar aan de zwarte rotswand waar in het natte seizoen het water naar beneden komt. Toch is het een mooie wandeling.
In het donker kwamen we aan in het wildernis kamp Jabiru. Bij het licht van ons kleine zaklampje moesten we ons bed op maken en vervolgens maken we gezamenlijk in de keuken tent het diner klaar.

24 augustus
Ubirr

De laatste dag besteden we geheel aan de rotstekeningen van de aborigines in Ubirr. Het is een erg mooi gebied met grote rots partijen, onder de overhangende rotsen hebben de aborigines ruim tweeduizend jaar geleden hun specifieke tekeningen gemaakt. Het is een van de grootste collecties van deze aborigines kunst. In een kilometer lang circuit lopen we er langs. Het wonderlijke aan deze kunst is dat de figuren van dieren afgebeeld zijn compleet met het skelet. Het is niet meer na te gaan hoe oud deze afbeeldingen zijn maar wel is vastgesteld dat hier al ruim 23.000 jaar mensen hebben gewoond, vrijwel zeker is dat bepaalde schilderingen al meer dan 20.000 jaar oud moeten zijn. Maar er zijn ook afbeeldingen die veel recenter zijn want die geven de komst weer van de blanken. Afbeeldingen van mannen met geweren en met bijlen in de handen, en zelfs van zeilschepen. Sommige schilderingen dateren van 1985. Maar 1 ding hebben ze allemaal gemeen, ze zijn allen helder van kleur en duidelijk herkenbaar. T
ot besluit beklimmen we nog het hoge plateau, waar we een prachtig uitzicht hebben over de wetlands.
Tijdens de lange en warme terugtocht naar Darwin bezoeken we nog een werkplaats en verkoop shop, waar Aboriginal kunst en didgeridoo’s word verkoc
ht dat is gemaakt door de plaatselijke kunstenaars.
in het hotel krijgen we onze koffers terug en met veel moeite worden alle spullen weer zo goed en zo kwaad als het kan terug gepropt voor de laatste etappe naar Sydney.
Dit maal hadden we niet de spraakzame Dorien als taxichauffeur, maar een zeer sombere man, met geen mogelijkheid kregen we reactie op onze pogingen tot een gesprek. Het woeste uiterlijk met duidelijk Mongoolse trekken
droegen er dan ook niet aan bij enige sympathie voor hem te voelen.  De fooi was er dan ook naar.
Een paar uur rondhangen op het vliegveld van Darwin is niet zo prettig, maar het vliegtuig vertrekt pas om half twee ‘s nachts, we moeten ons maar wat vermaken. Het restaurant gaat pas over een u
ur open en we hebben wel trek in iets te eten.

25 augustus 2007
12 jaar woont Anita inmiddels in Australië maar het was er nog steeds niet van gekomen om eens de Sydney Harbour Bridge te beklimmen. Ik had het voornemen al in Nederland om dat te gaan doen, heb ik haar uitgenodigd samen te gaan.
Gepke en Martin zetten ons af bij de zuidelijke oprit van de brug en gaan zelf door voor een wandeling langs het Opera house en door de botanische tuin.
De brug beklimmen is niet zo eenvoudig, we krijgen eerst een uitgebreide voorlichting over de procedure. Alle losse voorwerpen zoals telefoons, fototoestellen, horloges, zakmessen en sieraden moeten we deponeren in een kluisje, men wil geen risico lopen dat er iets naar beneden valt, wat ik mij heel goed kan voorstellen. Vervolgens worden wij uitgedost als futuristische astronauten.  We krijgen een blauw grijze overall aan, een gordel om met daaraan een tas met een regen cape. Een petje wordt vast geklikt aan de overall evenals een koordje om je bril. Aan de gordel word ook een koord met een heel speciaal soort katrol bevestigd, deze wordt bij het begin van de wandeling aan een oneindige staalkabel geklikt en kan daar niet weer vanaf voordat je weer terug bent. Over de rand springen kan ik ditmaal dus wel vergeten.
Het schijnt een uitvinding te zijn van een Engelsman die op zijn solo zeiltocht  rond de wereld op deze manier vast gekoppeld is aan z’n schip en toch beide handen daardoor vrij heeft.
Door de eerste pylon gaan we via smalle ijzeren trapjes naar boven, steken dan oven naar de bovenkant van de eerst boog. Nog weer een aantal trappen en dan staan we er eindelijk bovenop het begin van de boog. Hier begint de eigenlijke wandeling. Op het eerste gedeelte van de boog zijn nog treden aangebracht maar halverwege zijn die niet meer nodig en lopen we op de ca. 3 meter brede bovenkant van de boog. Ongeveer om de vijftig meter stoppen we voor een korte explicatie van onze gids Arian. Halverwege worden er van ons individueel foto’s gemaakt en geheel boven ook nog eens van de gehele groep.
De gehele wandeling vergt zo’n 3,5 uur en is werkelijk een adembenemende ervaring die ik echt niet had willen missen.
Echt vermoeiend is het niet, zodat iedereen met een redelijke conditie dit met gemak kan doen.

Manly.
Manly ligt op een landtong met de haven aan de ene kant en een lang strand aan de andere kant.
Een bezoek aan manly is een must, vooral om de tocht er heen. Wanneer je de veerboot neemt vanaf de ferry terminal aan de Cirlcular Quay, heb je een grote kans dat je dolfijnen ziet of kleine pinguïns van de kolonie Manly Cove. Wij zijn samen met Anita & Martin naar de “Spit Bridge” gereden, daar de auto geparkeerd en vandaar de in Sydney geliefde wandeling “Manly Scenic Walkway”  gelopen.  Deze ca. 10 km lange wandeling voerde ons langs de beach over smalle paadj
es door de Bush  over strandje’s en rotsen die overspoeld worden worden door de golven.  We genieten van de prachtige panorama’s over de Middle harbour en zien onze eerste Kookaburra, deze vogel die beroemd is om zijn lach en z’n brutale uitstraling hadden we reeds eerder horen lachen in Kakadu maar nu konden we hem ook bewonderen. We passeren kleine watervallen, die soms over de weg stromen en steken kleine strandje’s over. Er staan hier en daar huizen boven de rotsen maar die zijn nauwelijks te zien, zodat je niet het idee hebt in een buitenwijk van Sydney te lopen maar in de vrije natuur. De route is eenvoudig te lopen, wij deden 3,5 uur over deze redelijke eenvoudige wandeling. Maar wij nemen dan ook volop de tijd om foto’s te maken en te genieten van de prachtige uitzichten over het water. Het is over het algemeen een nagenoeg vlak pad met af en toe een trap omhoog af omlaag. Vanaf Manly nemen de bus terug naar de auto, maar niet nadat we eerst genoten hebben van een kop cappuccino met een lamington, het typisch Australisch gebak. Dat zullen we waarschijnlijk nog wel eens vaker eten.

The Three Sisters.
Als je iets leest over de Blue Mountains is dat steevast over de “Three Sisters”  Geen wonder dus dat we die als eerste gaan bekijken. Martin brengt z’n ouders naar een hotel in Katoomba, ze wonen in Sydney en willen de drukte van de Apec ontvluchten. Deze conferentie tussen 21 wereld leiders, waaronder Busch en Poetin, wordt gehouden in het centrum van Sydney. Met als gevolg dat de gehele binnenstad is omgetoverd tot gevangenis. Kilometers lange dranghekken van 2 meter hoog. Hele straten afgesloten voor het verkeer en grote horden demonstranten. Veel mensen ontvluchten daardoor de stad, zo ook wij. Nadat we Nado en Francess hebben afgezet gaan we met z’n vieren aan de wandel.
Uiteraard eerst naar de “lookout” van de drie zusjes. En toen een steil paadje af naar de voet van de dames. Een groot hol (!?!?) in de onderkant van het eerste meisje is te bereiken via een bruggetje. Maar verder kunnen we niet, dus wandelen we nog een uurtje verder langs de hoge rotswand, trapje af trapje op, door de bossen, over rotsen klauteren, een schitterende wandeling en een goede training voor de kuit spieren ook nog.

Grand Canyon.
van Glenn kregen we reeds de tip, maar bij het informatie centrum hoorden we het opnieuw. De wandeling door de “Grand Canyon” geldt als een van de mooiste wandelingen in de blue Mountains, zo niet van geheel Australië. Dat laatste moeten we nog ervaren maar we weten wel zeker dat het voor ons een van de mooiste wandelingen is geworden die we ooit hebben gemaakt. Enige kilometers voor Blackheath slaan we de weg in naar Evans Look out. Hier begint de wandeling naar beneden de kloof in direct al goed. We zien een koppeltje Lyrebirds. Ik geloof dat wij die Lier vogel noemen. Het zijn wat grauw bruine, fazant grote vogels met lange staart veren, als het mannetje die opzet als een pauw lijkt het inderdaad op een lier. Ik probeer ze op de foto te zetten en sluip wat naderbij. Maar vreemd genoeg kan ik ze tot op 5 meter benaderen waarna ze beginnen te snel wandelen in een grote kring om mij heen. Steeds als ze opdoemen uit het struikgewas knip ik af. Het gaat echter steeds zo snel dat ik niet een echt goede foto kan maken. Als we er later met een eenzame wande
laar over praten verteld hij dat het zeer goede imitators zijn, ze kunnen het geluid van andere vogels perfect nabootsen maar dat niet alleen zelfs de klik van een fototoestel kunnen ze uitstekend imiteren.
De wandeling voert ons via een, in de zand stenen steile wand gemaakte traptreden steeds dieper de nauwe kloof in. We moeten soms over omgevallen boomstammen heen klauteren. De “rainforrest” bestaat uit ferntree’s, eucalyptus bomen, varens en prachtige bloemen. Het is een zeer vochtig klimaat, de bemoste rotsblokken versperren hier en daar bijna de weg. Overal hoor je vogel geluiden zonder dat je de vogels zelf kunt lokaliseren. Steeds dieper dalen we af in de canyon. Kleine water stroompjes vormen water valletjes en uiteindelijk beneden in het ravijn een riviertje. Maar voordat we die bereiken zijn we al 1,5 uur verder. We zijn overweldigd door de prachtige natuur en ik blijf maar foto’s maken. Het totale circuit is 5 k
m, maar het kost ons toch ruim 3 uur om het helemaal uit te lopen. Omhoog gaat het via de steeds smaller wordende kloof, gebukt lopen we onder overhangende rotswanden door, achter een waterval langs of door een korte tunnel. Deze overweldigende wandeling hadden we voor geen geld willen missen, voldaan stappen we dan ook weer in de motorhome om nog een flink eind te gaan rijden en een plaatsje voor de nacht op te zoeken. Via Mt. Victoria, Bell, Bilpin, Richmond slaan we de weg richting Wiseman’s ferry in. De zon gaat bijna onder als we het Cattai natuur park inrijden. Op het enorm grote recreatie terrein annex camping gaan we als enige staan. Geen kassa aanwezig en dus gratis staan we daar tussen de kangoeroes, terwijl het snel donker word.

Dat was vroeg op bed gisteravond maar vanmorgen hadden wij geen last meer van de zware wandeling. Dus vroeg op pad. De weg loopt hier door een glooiend landschap met veel bos, weide gronden en hier en daar een boerderij. Het lijkt soms een mooi park. Bij Wiseman’s Ferry steken we met een kabelpont de Hawkesburg river over. Heel vreemd maar voor mijn gevoel stroomt het water de verkeerde kant op, in plaats van naar de oceaan gaat het water landinwaarts. Langs de prachtige weg langs de rivier rijden we naar Gosford. Hier dichtbij willen we Old Sydney Town gaan bekijken. We vinden echter geen aanwijzingen waar we het kunnen vinden. Bij navraag in Gosford blijkt dat het tijdelijk is gesloten, helaas. We rijden daarom door via Teerigal naar The Entrance en vandaar over de Pacific HWY naar Newcastle. Iets verderop bij Tomago gaan we op de camping staan.


Taree.

We zijn vanuit de Blue Mountains onderweg naar het noorden, uit de drukte, denken we. Maar niets is minder waar, de weg langs de kust blijkt namelijk uit lint bebouwing te bestaan. Het ene plaatsje rijgt zich aan de andere. Het is echt wel mooi aangelegd, bijna alsof je door een park rijdt en natuurlijk overal de mooiste bloemen. We rijden daarom een stuk over de Pacific HWY maar dan mis je toch wel veel.
Gelukkig denkt men hier goed aan de toeristen want de toeristische routes worden duidelijk aan gegeven. In het inf
o centrum van Bulahdelah krijgen we uitgebreide informatie over de route langs de kust. Als eerste gaan we naar “The Grandis” dat is een gum boom van ruim 450 jaar oud. Hij staat een 5 kilometer het bos in. We slaan een bospad in dat bij nat weer alleen door 4WD auto’s is te berijden. Het is nu heerlijk weer dus we wagen het er op. Op zich is het pad uitstekend te rijden maar een paar steile hellingen zouden we met regen absoluut niet hebben kunnen halen. De boom is echt de moeite waard, aan de voet heeft hij een doorsnede van 1,5 meter en is 80 meter hoog. Terug op de verharde weg rijden we door naar “Seal Rocks” , een grotendeels verharde weg door een prachtig landschap, tussen de bomen door zien we voortdurend kristalheldere meren. Nabij het Lighthouse vinden we een plaatsje aan de kant van de weg, we zetten de luie stoelen uit en genieten van het prachtige uitzicht over de pacific, de witte stranden en rots formaties waar de grote golven op stuk slaan.
Bij Rainbow Flat komen we weer op de HWY en rijden snel door naar Taree, waar we op een rest area bij een sportveld een goed plaatsje vinden voor de nacht. Die rest area’s hier zijn over het algemeen uitstekend verzorgt, bijna alt
ijd met keurig schone toiletten, bankjes en vaak zelfs barbecues. Het is zaterdag en op het sportveld wordt rugby gespeeld, gezien het luide gejuich worden er veel punten gescoord.

Macksville.
Zondag en dus
minder verkeer op de weg. Het is hier kennelijk nog geen vakantie seizoen want we zien ook weinig kampeerauto’s en caravans rijden. Port Macquarie is wel een heel drukke plaats, type: Torremolinos. Ontzettend veel hotels, jachthavens, disco’s en eettentjes. We stoppen hier dan ook niet. In Kundabung stoppen we wel, want uit een ooghoek ziet Gep dat er een marktje is en dan is ze niet meer te houden. Het is inderdaad een leuke waren- en rommel markt. Allerlei “homemade” spulletjes worden daar verkocht op een groot grasveld aan de rand van een mooi meer. We lopen er een uurtje rond en komen in gesprek met stel Nederlandse emigranten, ze hebben een kraampje met allemaal Nederlandse producten er wordt dus driftig drop ingekocht door Gep. Anita, zo heet ze, is begonnen met het verkopen van Croquetten. En nu staan ze ook op dit soort markten met allemaal Nederlandse waren. Binnenkort gaat ze al die producten via Internet verkopen. Meer info op Anita’s Gourmet . Oorspronkelijk komt ze uit Winschoten, ook een Groninger dus.
Bij de brug in Macksville vinden we een uitstekend plekje voor de nacht. Als we een boekje zitten te lezen met uitzicht over het water, komt er een motorhome bij ons staan, en de man, een voormalige dairy farmer, komt een uurtje bij ons zitten voor een praatje.
Je hoort zo nogal wat over mooie plekjes om te kamperen. De Tam-Tam werkt hier al net zo als in Europa.
De Pizzaboer aan de overkant van de rivier maakt uitstekende Pizza’s.

Dorrigo.
Vandaag niet zo veel kilometers gemaakt, wel vroeg opgestaan en vrij snel aan de rit.
Eerst een eindje HWY, maar al gauw slaan we bij Urunga af naar links, de Waterfall way in. Geleidelijk gaan we omhoog tot aan Bellingen.
Dit is een stadje waar oorspronkelijk houthakkers en boeren woonden, maar in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw werd het ontdekt door de alternatieve scene. Op cultureel gebied wordt er ontzettend veel georganiseerd, dans-festivals, jazz en blues, wereld muziek, film festivals, theater en beeldende kunst. Op elke 3e zaterdag van de maand wordt er een grote markt gehouden met honderden kraampjes.
Er hangt een prettige sfeer en we lopen er dan ook een uurtje rond, het is meer een dorp dan een stad met veel alternatieve winkeltjes.
Als we Bellingen uitrijden gaat het al snel via een slingerende weg omhoog de bergen in door regen wouden en watervallen. Bij Griffiths lookout hebben we een prachtig uitzicht over het Bellinger river national park. Iets verderop bereiken we Dorrigo, waar we eerst doorrijden naar de Dangar Falls, iets buiten het dorp. Erg spectaculair valt het water donderend 30 meter naar beneden. Via een smal voetpad lopen we nog naar de voet van de waterval. Echt de moeite waard. Op het Dorrigo Mountain resort vinden we een plaatsje.
Morgen zien we wel weer verder.

Cathedral Rock.
Nog wat kleine reparaties verricht aan de motorhome maar toch reden we al op tijd de camping af. Op weg naar Cathedral Rock, dat op ongeveer 50 km vanaf Dorrigo ligt. Onderweg bezoeken we weer een waterval, niet voor niets heet deze weg The Waterfall road. Dit keer zijn het de Ebor Falls, het zijn er twee vlak bij elkaar. Iets voorbij het gehucht Ebor slaan we de 8 km lange gravel weg in naar de Cathedral Rocks. Deze weg is uitstekend te rijden, wel wat stoffig maar zonder kuilen of wasbord. Vlak bij de rotsen is in het bos een kleine parkeerplaats met een piepkleine camping. Je moet er geld in een enveloppe doen en die in de bus gooien. We blijven hier echter niet slapen maar gaan aan de wandel. Cathedral Rock is een hoge heuvel die hoofdzakelijk bestaat uit ontzettende grote rolstenen, groter dan de hunebedden in Drenthe. Er is een wandelroute uitgezet van 5,8 km die hoofdzakelijk door een bos voert. Het is een redelijk eenvoudige wandeling die we in 2 uur hebben gelopen. Sommige stukken moet je wat omhoog en dan weer naar beneden, maar vermoeiend is het niet. Het pad voert “clockwise” om de heuvel heen en je kunt op een gegeven moment ook een zijpad inslaan dat naar de top voert. We lopen hier een eind in maar als het echt klauterwerk wordt met kettingen enzovoort, gaan we toch maar weer terug en vervolgen onze weg tussen de grote keien door. Af en toe zien we parrots vliegen tussen de eucalyptus- en Banksia bomen en veel vogels horen we een mooie melodie fluiten. Dit natuurgebied wordt het New England National Park genoemd, terecht want het landschap doet ons heel sterk denken aan Engeland. Glooiende heuvels met kaveltjes bos afgewisseld met uitgestrekte weide grond, waarop evenals in Engeland hier en daar een solitaire boom staat. Alleen daar zijn het meestal eiken en hier zijn het eucalyptus bomen , of bomen die op eiken lijken maar waar ik de naam nog niet van heb achterhaald. In elk geval genieten we er van. Het lijkt of de kilometers hier veel langer zijn dan bij ons, er komt geen eind aan die slingerende weg. Uiteindelijk komen we bij Guyra op de New England HWY uit, rijden door tot we bij Stonehenge een plaatsje zoeken aan een zij weggetje aan de rand van een weiland.

Bald Rock.
Glen Innes is een echt streekstadje met ruime rechte straten. We kijken of we bij de toerist office kunnen internetten., maar ik kan/mag daar niet m’n eigen computer gebruiken. Dat is wel nodig want ik wil de website uploaden. We worden verwezen naar de library, maar ook daar is het niet mogelijk. Uiteindelijk komen we bij een computer shop terecht die zijn zo welwillend zij om mij in hun werkplaats aan de slag te laten gaan. Ben er bijna 3 uur druk bezig geweest voor AUD. 5.- een koopje dus. We rijden door naar Tenterfield. Daar volgen we de weg naar het Bald Rock NP. Het is een heuvelachtige weg met bossen afgewisseld met weiland en hier en daar zien we in het veld groepen enorme keien liggen, type hunebed. Dit is al een voorbode van wat ons te wachten staat in het NP.
200-300 miljoen jaar geleden penetreerde, diep in de aarde, enorme hoeveelheden gesmolten magma de bovenliggende rotsen. Langzaam koelde dit af tot enorme solide brokken graniet. Door verschuiving van de tektonische aard platen werd de aarde hier omhoog gestuwd en vormde het “Great Dividing Range”. 10 – 30 miljoen jaar geleden erodeerde de zandsteen boven het graniet. De 400 kilometer lange range kwam daardoor dichter aan de oppervlakte te liggen. Op een aantal plaatsen verdween de geërodeerde massa geheel en kwamen de veelal ronde graniet bollen in het zicht. Soms keien van 1 tot 10 meter in doorsnede, maar een daarvan springt er helemaal uit, de bald rock rijst 260 meter boven het omringende bos uit. Deze gigantische dome is 750 meter lang en 500 meter breed. Onze bedoeling is om deze gigant morgen te gaan beklimmen. De 5 km lange bos weg eindigt nabij de rock, hier is een mogelijkheid om te kamperen dus we slaan hier ons kamp op. We genieten van de geluiden van de vogels in het bos. Sommige vogels fluiten een prachtig deuntje maar er vliegen ook een aantal brutale rakkers rond. Het lijken mij kraaien toe maar ze hebben een aantal witte veren tussen de zwarte. Een Australiër die hier al een week bivakkeert in z’n eentje is des duivels als ze hem het vlees van het bord pikken. Zwaaien met z’n hoed rent hij er achteraan. Tot laat in de avond horen we de kraaien boven ons in de bomen gra….kgroe….oei..oei…oei, roepen, afgewisseld met tsjoe…tjoe…tjoei..oe. oe.
We lagen vroeg op bed, en dus ook vroeg er weer uit. Half negen trokken we onze wandelschoenen aan en vertrokken voor de 2,5 uur durende tocht naar de top. Je kunt het ook korter doen, maar dan moet je rechtstreeks tegen de gladde wand omhoog, maar dat schijnt erg zwaar te zijn daarom kiezen we voor de lange, maar eenvoudiger wandeling. Het paadje is eerst keurig verzorgd maar al gauw word het ruiger. Ik loop voorop en kijk met belangstelling om mij heen er is ook zo veel te zien, echter wat ik moet zien, zie ik pas op het allerlaatste moment. Ik hoor plotseling wat geritsel voor mijn voeten en als ik m’n blik naar beneden richt zie ik dat er een pikzwarte slang van zeker 1,25 meter voor m’n voeten langs glijd, verschrikt spring ik achteruit, precies op tijd, het hart klopt me in de keel. De slang vervolgd heel rustig z’n weg zodat ik in de gelegenheid ben er nog een paar foto’s van te maken. Later maar eens uitzoeken wat voor slang dat is geweest.
We wandelen steeds hoger en kruipen soms onder de grote stenen door en bereiken uiteindelijk de top. Het is een onvergetelijke belevenis om hier op zo’n enorme kale rots te staan, het waait hier geweldig zodat we onze hoeden goed vast moeten houden.
Tegen 11.00 uur reden we richting de kust en in het stadje Casino vonden we een plaatsje op een klein caravan park, kunnen we even lekker douchen en Gepke wilde ook nog even de was doen. Onderweg hadden we nog wat vertraging want er was een bosbrand vlak naast de weg. Pas nadat het een beetje geblust was werden we er met politie begeleiding doorheen geloodst.

Byron Bay.
Het meest oostelijke puntje van Australië is Byron Bay. Daar wil je toch geweest zijn nietwaar?
Maar dat is niet de echte reden, we hebben er foto’s van gezien en die zagen er goed uit. Bovendien kun je er een heel mooie wandeling maken, en dat spreekt ons wel aan. Vanuit Casino rijden we er via Lismore, Ballina en vervolgens langs de kust van de pacific, naar toe.
De omgeving is natuurlijk super toeristisch, maar ja dat zijn wij uiteindelijk toch ook nog eens een keer. We parkeren ons huis op de parkeerplaats “Captain Cook” en dalen gelijk af naar het strand. Hier liggen horden mensen bruin te bakken terwijl andere jongelui aan het surfen zijn in de branding. De wind is behoorlijk krachtig dat komt dus goed uit voor die lui. Het zand geeft een vreemd knisperend geluid als wij er met onze wandel kistjes over heen lopen. Bij de rotsen aangekomen moeten we een behoorlijk stuk met een trap omhoog, maar we worden beloond met een prachtig uitzicht over de baai. Ook hier staan de weer prachtige bloemen langs het pad en we zien zowaar ook een grote hagedis van zo’n 25 cm lang. Op het hoogste punt staat een lighthouse dat als museum is ingericht. Hier kan men met een auto helemaal komen, die weg is kennelijk aangelegd voor mensen die niet van wandelen houden. Het smalle pad naar beneden, terug naar de parkeerplaats, gaat steil naar beneden door het “rain forest” daar komen we alleen een paar trimmers met rooie koppen tegen. De gehele wandeling is nog 5,5 km en we doen er bijna 2 uur over. We rijden nog een half uurtje en verzeilen uiteindelijk op een caravan park in Brunswick Heads.

Brisbane.
Brisbane is de hoofdstad can Queensland en met ruim 1,5 mlj inwoners de op twee na grootste stad van Australië.
Het centrum is een mengeling van hoogbouw van glas en staal en elegante 19de-eeuwse bouwwerken.
Wij besteden er een dag aan de binnenstad te verkennen. Er heerst een ontspannen sfeer, maar omdat we nu eenmaal niet zo erg zijn gecharmeerd zijn van moderne steden laten we het bij die ene dag en besluiten dan ook morgen maar weer verder te trekken.

Toowoomba.
We hebben vanaf Ballina tot aan Brisbane langs de kust gereden, op zich is die kust met al z’n witte stranden heel erg leuk. Alleen je ziet er alleen maar wat van als je een van de vele zij weggetjes inrijd. Wij volgend de toeristische route maar die loopt toch wel steeds een eind van die kust af en is niet erg interessant. Je rijdt constant tussen de woningen en bedrijven door met af en toe een glimp van de kust. Na Brisbane besluiten we dan ook weer de weg door het binnenland te gaan volgen. Eerst naar Ipswich over de motorway maar bij Plainland buigen we af, de landelijke weg naar Laidley in.
We rijden door het land- en tuinbouw gebied van de Lockyer Valley. Via Gatton en Helidon bereiken we de grote stad Toowoomba. De afgelopen week is hier een bloemen festival gehouden, het staat dan ook bekend als de bloemen stad van Australië. Helaas is het hoogtepunt net afgelopen, de “bloemencorso” met muziek en marktjes is dit weekend gehouden.
We gaan dan de beroemde Japanse tuin bezoeken die is ook erg mooi. Vervolgens gaan we in noordelijke richting via de Nwe England HWY naar Hampton waar we bij een Info centre, samen met een paar andere camperaar’s de nacht doorbrengen.

Kingaroy. Chinese goudzoekers die rond 1870 in deze streek hun geluk beproefden, brachten uiteraard hun gewoonten vanuit China mee naar dit, toen onherbergzame land. Een van die gewoontes was het telen van pinda’s. Dit was voor eigen gebruik, maar het klimaat hier leende zich uitstekend voor dit gewas. Rond 1920 begon rond Kingaroy de commerciële teelt van de Peanuts. In de loop van de daarop volgende jaren nam dit zo’n omvang aan dat de fabriek die de pinda’s verwerkte enorme silo’s ging bouwen voor de opslag van het product. Als je nu de stad nadert, zie je al van verre de enorme 40 meter hoge silo’s de skyline bepalen. In het er tegenover liggende museum geeft men een goed beeld van de ontwikkeling van deze bedrijfstak. Het is voor ons dan ook een openbaring om te horen dat een “peanut” helemaal geen “nut” is. Aan de plant komen kleine gele bloemen die zelfbevruchtend zijn, waarna de bloemen naar de grond toe groeien en daarin doordringen. Hier vormen zich vervolgens de “aardnootjes” meer info op: www.pca.com.auHet museum gaat niet alleen over pinda’s maar geeft een goed beeld van het harde bestaan van de mensen in de beginfase van de ontwikkeling van Australië.


Fraser Island.
Half zes opstaan is niet onze favoriete bezigheid, maar als we naar Fraser Island willen moet dat wel,
het word een lange dag. We worden exact op tijd van de camping afgehaald en worden naar de haven van Hervey Bay gereden, dat is niet zo heel ver van onze camping verwijderd. Inchecken en daar vertrekt de catamaran. Hij vliegt op topsnelheid de haven uit en binnen een half uur meren we af aan de steiger van Kingsfisher Bay op het grootste zand eiland van de wereld.
De aboriginal’s noemen het eiland K’gari dat betekend Paradijs. Ze komen daarmee dicht bij de waarheid, het is inderdaad een tropisch juweeltje. Cris, onze guide/driver loodst ons de 4Wd bus in, nadat we eerst in het Kingfisher bay resort uitleg hebben gekregen van hem, wat ons vandaag te wachten staat. Z’n mond zal vandaag nooit langer dan 5 minuten dicht zijn. Tjonge, jonge wat heeft die jongen veel te vertellen. Op zo’n primitief eiland zou je een paar eenvoudige hutjes verwachten, Eco Kingfisher resort is echter een hypermodern hotel, waar ruimen duizend gasten kunnen verblijven.
Het is echter geen torenflat, op enige afstand is het niet te herkennen als hotel, het is helemaal 1 met de rainforest.
Als we van het terrein afrijden, veranderd het asfalt gelijk in een mulle zandweg. We passeren een wildrooster om de Dingo’s buiten het terrein te houden. De dingo’s zijn namelijk niet ongevaarlijk, speciaal kinderen moet je goed in de gaten houden. Wij zien vandaag trouwens geen een van die beesten, jammer. Op Fraser island kan alleen maar met een 4 Wd auto worden gereden, je krijgt er een speciale vergunning voor om er met eigen auto rond te rijden en je mag dan gelijk ook op veel plaatsen vrij kamperen. Ons eerste doel is Lake Mckenzie, Fraser Islands spectaculaire fris water meer, het water is glashelder en het duurt dan ook niet lang of de meeste van de 45 mensen uit onze bus liggen te spartelen in het koele water, heerlijk relaxed na 2 uur schommelen in de bus. In Central station verlaten we opnieuw de bus om een wandeling te maken door dit voormalige houthakkers dorpje, d.w.z. Het was vroeger een dorpje er staat echter geen huis meer overeind. Er staan nog gigantisch veel bomen, waaronder een aantal hele grote van zeker 4 a 5 honderd jaar oud. Cris heeft bij elke boom, struik of plant wel een verhaal. Hij verteld ons veel over de historie van het eiland, laat ons ruiken aan takjes van de lemon tree, waar een sterke citronella geur vanaf komt. Wijst ons op holletjes van grote spinnen en raad ons aan er geen vinger in te steken omdat deze spinnen zeer giftig zijn, ik had trouwens helemaal niet de bedoeling m’n vinger waar dan ook maar in te steken. Aan het eind van de wandeling gaat Cris terug naar de bus en een aantal van ons lopen nog een paar kilometer door langs een glasheldere beek, door de weelderige rain forest.
Het is echt een oerwoud met palmen, ferntree, en varens met bladen van wel 7 meter lang. Dezelfde varens zijn ook al als fossiel gevonden en hebben dus waarschijnlijk al als voedsel gediend voor Dinosauriërs. Tientallen meters lange lianen kringelen om de bomen en af en toe klauteren we over omgevallen bomen. Het laatste stuk moeten we een trap van 145 treden omhoog, maar gelukkig staat Cris ons daar op te wachten met z’n bus. We bereiken naar een uurtje de beach aan de oostkant van het enorme eiland. Hier, in het Eurong Beach Resort , staat een uitgebreid lunch buffet voor ons klaar, en met ronde buikjes rijden we over het keiharde strand in noordelijke richting naar de kleurige Pinnacles, het zand heeft hier nog de oorspronkelijke roze kleur dat na verloop van honderden jaren veranderd in het witte zand waar de rest van het eiland uit bestaat, de ijzer oxyde en andere mineralen worden er namelijk uitgespoeld. Hier vlakbij ligt het wrak van het cruise schip Maheno, dat hier in 1935 is gestrand. Het is nauwelijks nog als schip te herkennen. Het is voor driekwart in het zand verdwenen en het gedeelte wat er nog bovenuit steekt is meer een skelet dan een schip. Ik maak hier nog een vliegtocht van een half uur, het start en daalt op het strand. Het is een schitterend gezicht Fraser Island zo van boven te bekijken. Halverwege terug maken we een stop bij de Eli Creek, we lopen door het kniehoog en glasheldere water een paar honderd meter de rain forest in, een hele vreemde ervaring. De tocht terug naar de Kingfisher Bay gaat weer door het bos over de mulle zandweg, waar we behoorlijk door elkaar worden geschud. Half zeven ongeveer waren we weer terug op de camping.
Een vermoeiende maar prachtige dag, die we niet hadden willen missen. Kunnen we lekker op slapen.

Zwervers.
We zijn niet de enige zwervers hier in Australië. Regelmatig komen we op de vrije overnachtingsplaatsen mensen tegen die alleen reizen en die hun huis hebben verkocht en nu verder alleen maar in hun Motorhome of caravan leven. Soms is dat heel primitief maar vaak zie je ook echtparen in een six weehler of enorme caravan. Meestal ziet het er allemaal keurig en verzorgd uit, maar we ontmoeten ook echte swiebertjes. Op de rest area stond Jeff naast ons een man alleen van in de zestig, hij leeft in een mercedes busje. Hij had wat problemen met z’n koppeling, die moest ontlucht worden ik heb hem daar even mee geholpen. Zodoende kwamen we in een geanimeerd gesprek. Jeff had nogal wat pech in z’n leven gehad maar nu gaat alles weer uitstekend vertelde hij. Lekker vrij en kon gaan en staan waar hij wilde. Af en toe wat werk, wat wil je nog meer. Hij stelt geen al te hoge eisen aan het leven. Dat is dan ook wel aan het ex, – en interieur van z’n mercedes te zien. Jeff moet wel een enorme chaoot zijn om in die rotzooi te kunnen leven. Toch zag hij er verder redelijk schoon uit ondanks z’n woeste baard. Dat zien we ook wel anders, aan de beach even buiten Bowen, stond een soortgelijk figuur maar deze had een truck met een onbeschrijfelijk vieze en verwaarloosde caravan erachter. De man zelf was ook echt niet om aan te zien, nog te smerig om met een tang aan te pakken, de laatste paar jaar vermoedelijk niet met water in aanraking geweest. We mochten hier overigens niet overnachten, zodat we door zijn gereden naar Guthalungra.
Hier kregen we onze eerste echte regenbui op de kop, ook de volgende dag heeft het de gehele dag geregend, je ziet dan helaas niet veel van de omgeving.


Mystery Craters.
Een paar dagen hebben we nu weer de kustweg gevolgd. Na fraser island eerts naar Bundaberg gereden. Hier kun je een rum distilleerderij bezoeken van de beroemde “Bundy” zoals de rum die hier in Bundaberg word genoemd. Daar wij beiden nooit rum drinken zijn we hier niet zo in geïnteresseerd en rijden we door. Halverwege Gin Gin rijden we door South Kolan, een gehuchtje van maar een paar huizen. Maar hier is wel iets bijzonders te zien.
Een plaatselijke boer stuitte bij het ploegen van z’n land in 19
71 op zandsteen. Toen hij trachtte deze te verwijderen ontdekte hij een vreemde structuur en een aantal kraters in de grond die geheel met zand waren gevuld. Ruim 35 van deze kraters zijn inmiddels blootgelegd. Wetenschappers hebben zich over het ontstaan het hoofd gebroken maar nog steeds is men er niet zeker van hoe deze kraters zijn ontstaan. De theorieën van deze experts zijn; het inslaan van een meteoriet, ontstaan door vulkanische activiteit, erosie door zeewater. Maar niemand weet het zeker.
Gladstone, Rockham
pton, Sarina, waar we overnachten en vervolgens naar Mackay. Dan via Ayr naar Townsville. De weg slingert zich hier door bossen afgewisseld door gigantische velden met suikerriet. De boeren zijn druk met de oogst bezig, grote combines verhakselen het riet. Vervolgens wordt het in kleine wagons gestort. In dit hele gebied is een smalspoor aangelegd, regelmatig passeren we de rails en af en toe zien we een enorm lange trein rijden met soms wel 50 a 60 van de gevulde wagons er achter. Allemaal zijn ze op weg naar kleine suikerfabrieken waar de buit wordt afgeleverd. Bij Silkwood verlaten we de Bruce HWY en rijden door een prachtig glooiend landschap via South Johnstone naar de Palmerston HWY richting Millaa Millaa.
Hier gaan we natuurlijk eerst de beroemde waterval bekijken, hij is inderdaad heel mooi, alleen vindt ik het jammer dat de omgeving zo hebben gecultiveerd.
Het doet wat kunstmatig aan, een prachtig park met een vijver waar de symmetrische waterval instort. We overnachten op de camping in het dorp.


Lake Eac
han.
In de meeste kleine dorpjes is geen LPG te krijgen, daar rijden we het liefst op want dat is gemiddeld 65 dollar cent. We rijden dan maar via Malanda naar Atherton de eerstvolgende plaats waar het te koop is. Vandaar naar Yungabarra waar we de “Curtain Fig Tree”gaan bekijken. Hij ligt in het bos ongeveer 6 km vanaf Yungaburra en het is echt de moeite waard. Het is een boom die zeker 50 meter hoog is, de kruin is zo groot als 2 olympische wedstrijd baden. Vanuit de kruin groeien enorm dikke luchtwortels naar de grond en vormen daardoor een soort gordijn, vandaar de naam. Men weet niet hoe oud de boom is maar die wordt geschat op zeker 500 jaar. Het is weer een warme dag en als we dan ook aan komen bij Lake Eacham maken we eerst een 3 km lange wandeltocht door de wildernis rondom het meer, waar we nog warmer van worden. Logisch dus dat we een heerlijke koele duik nemen in het glasheldere blauwe water. In dit natuur park moeten ook kasuarissen voorkomen, wij hebben ze helaas niet gezien wel een aantal wilde bos kalkoenen, geheel zwart een rode kop met een geel halsbandje om. Ze zijn redelijk mak en ik kan ze tot op 2 meter benaderen voor een foto. Lake Eacham is ontstaan in een explosie krater en is ca. 65 meter diep. Er komen ook veel schildpadden in voor maar ook die hebben we niet kunnen vinden.

Millaa Millaa.

Cathedral Fig Tree.
Alweer zo’n enorme boom kwam er op ons pad, de Catherdral Fig Tree is haast nog indrukwekkender dan de Curtain Fig Tree.

Cairns.
Cairns is een behoorlijk grote stad, we rijden dan ook kilometers lang tussen de bedrijven door, voordat we bij het centrum aankomen, wat zo kenmerkend is voor elke grote stad. Bij het informatie centrum krijgen we het adres van een camping op loop afstand van het centrum. Het is het “Cairns Holiday Park” we worden uiterst vriendelijk ontvangen en de camping ziet er ook perfect uit, we besluiten dan ook maar om hier 3 dagen te blijven. We staan heerlijk in de schaduw onder een paar kokospalmen. Bij de receptie boeken we gelijk voor een tour naar het “Great Barrier Reef”
We waren hier al op tijd, daarom hebben we de middag rustig op de camping doorgebracht, een beetje klussen en wassen natuurlijk. Rond vijf uur begon het toch te kriebelen en gingen we aan de wandel richting de City. Langs de beach is een prachtige esplanade aangelegd met veel faciliteiten voor trimmers, kinderen en voor dagjesmensen die hier willen barbecuen zijn op verschillende plaatsen electr. Barbecues geplaatst, men kan daar gratis gebruik van maken. Dit hebben we trouwens al veel vaker gezien op rest area’s. Allemaal prima verzorgd, vanzelfsprekend ontbreken de openbare toilet’s hier ook niet. Die zie je trouwens in Australië bijna op elke hoek van de straat. Dat is iets waar we in Nederland wel eens over mogen nadenken. Het centrum van Cairns is vol gebouwd met hotels, waar tussenin souvenir winkels, boeking’s kantoren voor excursies, en grote restaurants.
Alles hypermodern. In een groot gebouw is een “night market” ondergebracht, allemaal kleine winkeltjes met natuurlijk ook weer souvenir’s, kleding enz, enz. Maar in de grote hal zijn rondom allemaal kleine restaurantjes gevestigd, je kunt hier je maaltijd afhalen of zelf samenstellen en dat vervolgens nuttigen. Het lijkt precies zo’n gelegenheid als waar we in Singapore ook al in hebben gegeten, daar smaakte het prima en hier is het beslist niet minder. Een heerlijk bord vol geschept met allerlei Chinese gerechten, voor ca. € 10,= samen,hebben we onze buik weer volg gegeten.
Een half uurtje terug lopen naar de camping in het donker langs de romantisch verlichte esplande vonden we aantrekkelijker dan een bus te pikken.

Great Barrier Reef.
Om 7.15 uur werden we door een busje afgehaald van de camping, de tocht naar de visjes gaat beginnen. We hadden gekozen voor een zeil catamaran. Dat leek ons wel zo origineel toe, het is een schitterende boot waar we met zeker 70 personen op zaten. Op de motor de haven uit en op zee werd de fok gehesen, maar de motor bleef wel door snorren.
Dat zal ook wel nodig zijn want anders komen we nooit bij het “reef” er staat namelijk weinig wind.
In de kajuit vonden we het al gauw te warm, zodat we verhuisden naar het voordek. Het is ruim anderhalf uur varen naar de plek van bestemming. We gingen voor anker vlak voor het kleine zand eilandje “Michaelmas Cay” .
Hier kregen we wetsuits, snorkel en duikbril uitgereikt en werden we met eer ferry bootje naar het strand gebracht.
Het eilandje is een natuurgebied, daarom is er een klein stuk van het strand met touwen afgezet, daar moetje achter blijven. Geen wonder, want op de rest zagen we honderden volgens, die overigens zeer mak waren. Vanaf het strand konden we naar de koraal banken zwemmen die hier vlak onder het oppervlak liggen. Nou, dan gaat er een wereld voor je open, wat een rijkdom aan leven openbaart zich daar. Prachtige koraalbanken in talloze kleuren, vormen en formaten.
Daar tussen in zwemmen de mooiste vissen, je verbaasd je over de vorm en kleur van een vis, en je denkt,’”dit is de mooiste” maar even verder zie je er weer een die nog mooier is. Het is werkelijk een tropisch aquarium, maar dan in het echt. Wat de meeste indruk op ons maakte waren de “clam”, dat zijn enorm grote dubbel kleppige schelpen, die wij “doopvont” schelpen noemen. Geweldig grote zagen we soms 60 tot 80 cm doorsnede. Op het strand lag een lege schelp van zo’n 50 cm doorsnede, wat zou ik die graag mee willen nemen. Maar helaas is het een natuurgebied en daar mag je nog geen korreltje zand van meenemen. Na een uurtje genieten werden we weer in de boot geladen naar het volgende reef. Een kilometer verder de pacific in. Paradise reef is niet een eiland maar een reef dat ook vlak onder water ligt. We moeten dan ook van de boot af duiken. Ook deze duik plek is uitzonderlijk mooi, anders, geen “clam’s” maar veel meer soorten vis. Ik heb veel gedoken in de middellandse zee en in de rode zee, daar is het ook mooi maar het haalt het niet bij wat we vandaag hebben ervaren. De verhalen over het great barrier reef zijn bepaald niet overdreven.

Cape Tribulation.
Kaap ellende, heeft Cook deze kaap genoemd, want 40 km verderop liep zijn schip, tijdens z’n ontdekkingstocht in 1770, op een rif. Hier bij deze kaap begon de ellende schreef hij dan ook in z’n scheepsjournaal.
Cape Tribulation is gelijk ook voor ons het punt waar we niet verder kunnen, de weg verderop is alleen maar geschikt voor 4WD auto’s.
We gaan eerst in de richting Port Douglas. Daar word op zondag altijd een markt gehouden. Het is echt zo’n heerlijk ongedwongen boeren marktje. Het is op een showground aan het water, dus tussen de kraampjes door hebben we steeds een blik op de mooie blauw Pacific. Het eerste wat ik koop is een kelappa Muda, Kokosnoot zo uit de dop, heerlijk. Veel alternatieve stands, veel sieraden, souvenirs, en kunst voorwerpen. Maar ook groente en vooral exotisch fruit. Het is er heel gezellig, dus een paar uurtjes ben je een zo maar mee zoet. We rijden vervolgens naar Daintree waar we op een eenvoudige camping aan de rivier staan. Helder water maar we gaan er toch maar niet in zwemmen vanwege de krokodillen.
De volgende morgen rijden we het Daintree NP in, eerst met een pont over de rivier en dan over een slingerende, smalle geasfalteerde weg door het regen woud. Al gauw ontdekken we een “Discovery Centre” waar we een wandeling over boardwalks door het oerwoud wandelen. Het is een geweldig mooi centrum waar veel informatie word gegeven over de dieren en de planten in dit bos, zeer leerzaam en alles word bijzonder goed gedocumenteerd op displays. We brengen daar dan ook een paar uur zoek. Er moeten ook cassowaries rond lopen maar die zijn erg schuw en laten zich dan ook niet zien. Dat wordt anders als we ons eindpunt bereiken, Cape Tribulation. We wandelen daar door het bos naar de beach, en plotseling sta ik oog in oog met zo’n 1,25 m hoge vogel. Wat een prachtig beest is dat, van een ranger die daar rond loopt krijgen we te horen dat we minstens een afstand van 10 a 15 meter moeten bewaren want ze kunnen erg agressief zijn. Als ze opeens boos op je worden rennen ze op je af en springen met hun poten omhoog tegen je borst aan, wat heel akelige gevolgen heeft natuurlijk. In eerste instantie liepen we hier alleen maar toen ik begon foto’s te maken was het ineens een drukte van belang. Zeker dertig toeristen verdrongen zich om mij heen om ook een unieke foto te kunnen maken.
Nog een ander uniek beest konden we op de foto zetten, een Varanus Varius van wel een meter lang kruiste ons pad. Op het strand ging hij nog even speciaal voor Gep poseren, Gep er op de buik heen gekropen en een foto geschoten.
We hebben iets terug op een leuke natuur camping “Cape Tribulation camping” de nacht door gebracht. Deze ligt direct aan de beach en heeft uitstekende voorzieningen, echt een aanrader.
gallery-cassowary

Kuranda.
Kuranda is een “tourist trap” verteld iedereen ons die er is geweest, nou, ze hebben gelijk hoor. Het lijkt wel of het alleen maar is gebouwd voor d toeristen, allemaal souvenir winkels, eethuisjes, marktjes waar je alles kunt kopen wat vakantiegangers doorgaans voor rotzooi mee naar huis slepen, waarna het binnen een week in de kast of naar zolder verdwijnt. We hebben op de camping een tour geboekt met de scenic railway heen en met de Skyrail terug. We worden met een busje van de camping afgehaald en via een aantal hotels, waar ook andere mensen worden opgehaald, rijden we naar het station in Cairns. Hier stappen we in de coupe’s van de oude trein die eerst door de buitenwijken van Cairns rijdt en vervolgens vanaf Freshwater, langzaam tegen de hellingen van Atherton tablelands, omhoog tuft. Slingerend langs steile afgronden, door 15 tunnels, we genieten van de prachtige vergezichten. Bij de Barron falls maken we een foto stop van een kwartier. De foto’s die we hiervan hebben gezien, laten een gigantische hoeveelheid water zien, wij moeten het echter doen met een minimale hoeveelheid, dat zal alles te maken hebben met afgelopen zeer droge periode. Het is een spectaculaire rit en het moet wel een enorme klus zijn geweest om deze “railway” aan te leggen, er werd mee begonnen in 1884 en pas in 1910 werd het uiteindelijke doel, Herberton, bereikt. Duizenden arbeiders hebben hier onder zeer primitieve omstandigheden aan gewerkt. We hadden geboekt om met de Skyrail van 3 uur terug te gaan, maar om 1 uur waren we uitgekeken in Kuranda. We konden gelukkig eerder weer terug “no worries” . Deze skyrail van 7,5 km lang is in een jaar tijd in 1995 aangelegd. Het begin is in Kuranda en het eindpunt is in Freshwater. Heel spectaculair om in zo’n gondel over de toppen van het regen woud te scheren. Bij red peak en bij de barron falls maken we een stop en wandelen over een plankier naar diverse “lookouts” . Als we bij het eindstation aan komen wordt er nog een foto van ons gemaakt terwijl we nog in de gondel zitten, heel verrassend. (helaas is door de diefstal ook deze foto verloren gegaan)

Atherton Table Land.
Een klein probleempje met de waterafvoer van onze airco konden we op laten lossen door een bedrijf in Cairns. Die gelijk ook onze luifel heeft vervangen voor een nieuwe. Het ging allemaal lekker snel want om 9.00 am reden we alweer richting Kuranda, niet om dat nog eens te bezoeken maar het lag nu eenmaal op onze route. Door Mareeba naar Atherton en dan naar Ravenshoe. Een prachtige route door het Atherton Table land. Vanaf Ravenshoe werd het landschap duidelijk anders, hier begint de outback echt. We zien hier veel koffieplantages en fruitbomen. Bij een onbemande fruitstal kopen we tomaten en een dikke Paw Paw, (papaja) geld gooien we in een blikken koekjestrommel. De weg wordt hier ook wat eenvoudiger, nog wel geasfalteerd maar slechts 1 rijbaan, zodat we er af en toe, als er een tegenligger aankomt, beide met de linker wielen in de berm moeten gaan rijden. Er word op borden aangegeven dat we hier “roadtrains” kunnen verwachten. Dit zijn enorme lange truck’s met 3 aanhangers er achter. Deze bakbeesten zijn tot 55 meter lang en komen met een enorme snelheid op ons af. Je gaat dan echt wel helemaal de berm in hoor. We zijn er al een tiental tegen gekomen vandaag en dat zullen zeker niet de laatsten zijn verwacht ik. We rijden nu op de Savannah HWY die tot Normanton door de outback ligt.

300 km vandaag vinden we genoeg, het is erg warm hier, naar schatting 33 gr., om 4.00 pm slagen we dan ook een zijweg in naar het Undara volcanic NP. We komen hier uit bij de Undara Experience Lodge. Een aantrekkelijk gelegen kamp, waar oude trein wagons heel luxe zijn ingericht als hotelkamers, tientallen luxe Swags staan hier en ook voor ons camperaars is een mooi terrein ingericht. Een moeder kangoeroe met haar kind hopt vrolijk voor ons uit naar ons plaatsje. Terwijl Mitchell Cockatoos hoog boven in de bomen toekijken als we ons installeren. Grote Zwarte Cockatoos plukken noten uit de bomen en laten de zware harde doppen haast op ons hoofd vallen. Het zijn echt grote beesten van ik schat wel 50 cm hoog. Als ze vliegen zien we dat hun rug onder de vleugels mooi oranje is. Ik moet er nog maar eens achter zien te komen hoe de naam ervan is. Herrieschoppers zijn het trouwens wel. Als we een duik maken in het kleine zwembad, zit er een kookaburra stiekem op de omheining naar ons te kijken, hij zit daar heel stilletjes, zegt niets en er kan zelfs geen lachje af. Volgens mij behoord hij tot de staf van de camping, want we kunnen hem tot op bijna een meter benaderen.

Undara.
Dit hele gebied is particulier eigendom van een familie, die hier een farm exploiteert en de camping, maar op hun terrein liggen ook “lava tubes” dit zijn kilometers lange onderaardse tunnels die zijn ontstaan door lavastromen. Op een paar punten is deze tunnel ingestort en daardoor toegankelijk geworden. Wij maken er met een groepje mensen een excursie heen. De gids verteld ons uitgebreid over het ontstaan en  over de planten- en dieren wereld. In de tubes leven normaal duizenden vleermuizen, in de struiken bij de in- en uitgangen  zitten dan veel slangen die op die manier in staat zijn vleermuizen te vangen als ze in de avond naar buiten vliegen..
Bij de ingang van de tube staat een bijzondere boom met een dikke fles vormige stam, niet voor niets heet deze dan ook Bottle Tree.

Devils Marbles.
Van ver af zijn ze al te zien, de Devils Marbles. Inderdaad het is een adembenemend  landschap. Alsof de duivel hier met knikkers heeft gespeeld. Her en der verspreid in de vlakke woestijn liggen grote ronde keien. Vele zo groot als de dekstenen van hunebedden maar een aantal is vele malen groter. Hachelijk balancerend op elkaar, resultaat van miljoenen jaren erosie.de plaatselijke aboriginal bevolking denkt echter dat het eieren zijn van de regenboogslang.

Barrow creek.
In de outback duren de uren lang en de kilometers kruipen langzaam onder onze wielen door. Weinig tegenliggers, en als ze er zijn dan is het vaak zo’n “roadtrain”. Enorme vrachtwagens met drie aanhangers er achter. Samen 50 a 55 meter lang, op de smalle weg vinden we het dan wat veiliger om langzamer te gaan rijden en de berm op te zoeken. Op de camping in Wauchope hebben we met Russ en Michelle Mitchel en haar vader Loyd kennis gemaakt. Vanmorgen zijn ze voor ons vertrokken maar na zo’n 50 kilometer zien we ze aan de kant van de weg staan met een kokende motor. We nemen Michelle mee naar de volgende stop, Barrow Creek, waar ze de verzekering en de hulpdienst kan bereiken, want hier in de outback heeft geen van onze telefoons bereik. Ze heeft het snel allemaal geregeld en vervolgens brengen we haar weer terug naar hun auto. De hulpdienst zal vanuit Alice Springs komen om hen op te halen. Repareren aan de weg doen ze hier niet in Australië je wordt altijd af gesleept naar een garage. Als het op de kaart staat aangegeven denk je al gauw dat het een stadje of tenminste een dorpje is. Zo niet hier  in Australië, Barrow Creek is een tankstation met een cafeetje erbij, verder niets. Een oude keet met een veranda er voor, een paar roestig
e wrakken van vrachtauto’s, uit de vijftiger jaren, staan rondom de gebouwen in het zand, half overwoekerd. Een watertank op een hoge stellage maakt het beeld compleet dat ik heb van een saloon uit een wildwestfilm. Als we naar binnen gaan is het plaatje helemaal rond. De lange bar met de krukken er voor geven ons een nostalgisch gevoel alsof we honderd jaar terug stappen in de tijd. De vorige eigenaar is tachtig jaar geleden begonnen met deze kroeg, velen die hier langs kwamen hebben hun naam op de muren geschreven, foto’s en naamkaartjes erbij geprikt. Er is geen plaatsje meer vrij, of ja toch, ik zie nog kans mijn kaartje ergens tussen te prikken. Je blijft kijken en je leest steeds weer andere wijze spreuken die de bezoekers al dan niet dronken hebben achtergelaten. De huidige eigenaar heeft het cafe 28 jaar geleden gekocht en heeft er niets aan veranderd, in tegendeel, hij is er gewoon mee door gegaan. We genieten van de oude vergeelde foto’s van de bezoekers die hier met hun oude T-fords of ossenwagen’s langs zijn gekomen. Barrow Creek, stap even naar binnen als je er langs komt.

Alice Springs.
Alice Springs is een vrij groot “outback” stadje, het heeft alle voorzieningen die je je maar
kunt bedenken. Er is een modern winkelcentrum waar echt alle te koop is maar waar je anderzijds ook gauw op bent uitgekeken. Dit is wel de eerste plaats waar we (stads) aboriginal’s zien. Ze maken op ons niet zo’n gelukkige indruk, ze zitten in kleine groepjes bijeen in een parkje of op bankjes in het winkel gebied. Eerlijk gezegd komen ze ons een beetje vijandig over, je krijgt geen oogcontact met hen. Maar ik heb me laten vertellen dat dat een uiting is van hun cultuur, dat mogen we dus niet veroordelen.
We kunnen de verleiding niet weerstaan en kopen een didgeridoo die we naar zuidhorn laten versturen, zal aankomen als wij weer thuis zijn. Op zaterdag avond hebben we red centre Dinner & Show. De locatie is even buiten Alice en we hebben vanuit het openlucht restaurant zicht op een lage begroeide heuvel waar we verschillende kangoeroe’s zien rond huppelen. Op een platform krijgen we een opvoering van een groepje aboriginal dansers te zien. De dansers zien er niet echt als aboriginal’s uit, zien lijken meer op Maori’s . De dansen bestaan uit wat onduidelijk voeten geschuifel. Het geheel is een wat  commercieel aandoende gebeuren. Wat we wel erg mooi vonden was het bespelen van de didgeridoo, geweldig wat kunnen ze die bespelen.

Simpsons Gap.
In de west Macdonnell National Park brengen we eerst een bezoek aan de Simpsons Gap. Vanaf de P. Lopen we via een droge rivierbedding naar de Gap. Dit is een kloof tussen twee hoge rots partijen. De bedding staat vol met dikke oude eucalyptus bomen (Ghost Gum). En daar waar de kloof steeds smaller word zien we een aantal black-footed Rock-Wallabies op de puinhellingen. Leuke beestjes maar vrij schuw, want als we proberen wat dichterbij te komen voor een foto duiken ze tussen de dikke keien weg.

Standley Chasm.

Serpentine Gorge.

Ochre Pits.<

Glen Helen.<

Kings Canyon.

 

Uluru.

Uluru. (Ayers Rock)
Je hebt Australië niet gezien ls je niet ook de grootste monoliet van de wereld hebt bekeken. De enige plaats waar je in de buurt kunt overnachten is in het Yulara Resort, zo’n dertig km vanaf de rots. Dit resort is een dorp op zich, met winkels, hotels, camping, info centre, brandweer, supermarkt en een dokters hulppost van de Flying doctors. Dit alles is in handen van 1 company die ook het gehele park beheert. De entree voor het park bedraagt $25.-  voor 3 dagen. Wij willen natuurlijk de rock bekijken bij “sunrise”  en de wekker liep dan ook om kwart voor vier af en om half zes stonden we dan ook aan de oostzijde van Uluru te wachten totdat de zon op zou komen. We waren niet alleen natuurlijk maar dat het zo’n circus zou worden? Zeker duizend mensen stonden daar achter hun opgestelde camera te wachten op de dingen die zouden komen. Nou dat viel wel wat tegen, ik had daar een voorstelling van dat het langzaam van bovenaf naar beneden toe zou worden verlicht maar dat was niet zo, eerst in het donker nauwelijks te onderscheiden maar steeds duidelijker konden we de rode gigant zien. Maar om daar zo vroeg voor uit je bed te komen was voor mij niet nodig geweest. Het was in mijn optiek een echte “tourist trap”  inclusief de paar dingo’s die hier vrij tussen de mensen door liepen te bedelen.. De Uluru is een heilig plaats voor de aboriginals en daarom vinden ze het niet leuk dat je de rots beklimt. Dat is overigens ook zeer zwaar en niet zonder gevaar er waaien regelmatig mensen van af want het kan daar boven ontzettend hard waaien. Wel hebben we de wandeling rondom de rots gemaakt. Deze 9 km lange tocht is niet zwaar, je loopt voortdurend onderlangs en kunt dan goed zien hoe de wind grillige figuren in de wand heeft uitgesleten. Het is echt overweldigend om te zien hoe groot het wel niet is. Er zijn echter veel plaatsen waar is aangegeven dat je niet mag fotograferen omdat dat toevallig een heilige plaats is en toevallig zijn daar ook juist de mooiste plaatjes te schieten. Maar waarom  het een heilige plaats is wordt niet duidelijk gemaakt. In een aboriginal dorpje Mititjulu, 20 km ten zuiden van de Uluru, in de outback woont de community die geacht wordt eigenaar te zijn van het gehele gebied.  Een kwart van het entree bedrag gaat naar deze community, en moet ten goede komen aan de ca. 300 aboriginals die daar wonen. Het dorpje is niet toegankelijk voor bezoekers en onduidelijk is wat er met al dat geld gebeurt. In elk geval hebben wij in het hele gebied niet 1 aboriginal gezien, geen uitleg gekregen over de achtergrond van de heilige plaatsen. Ik denk dat hier wel iets aan veranderd mag worden, dit is wel heel onbevredigend.

Kata Tjuta.


Coober Pedy.


Adelaide.
(diefstal)
Helaas hadden we op de camping van Adelaide een nare ervaring. Terwijl we bij de receptie stonden te bellen met het thuisfront is er bij onze camper ingebroken. Een rugzak die in de toiletruimte stond misten we de volgende dag. De inhoud had voor de dief geen enkele waarde, er zaten alleen benodigdheden voor de apparatuur in zoals netvoedingen, kabels, CD’s. maar helaas ook een memory stick met de gehele website erop. Dat betekende dat ik de tekst kwijt was van de afgelopen week. Gelukkig had ik de foto’s op de laptop staan. dit is de reden dat er af en toe wel foto’s zijn afgebeeld maar geen tekst. Ik probeer dat in de loop van de tijd nog aan te vullen.

Solar race.

Adelaide.

Kangaroo Island.
remarkable rocks.

Seal Bay.



Western River Cove.


Cleland Wildlife.

The Grampians.
The Grampians is een natuurpark die je niet kan overslaan, geweldig mooi gebied. Vanuit Kingston SE zijn we via Naracoorte, Edenhope naar Horsham gereden. Dit was door een glooiend landschap, met veel bossen en weide gebied. De weg was steeds omzoomd met geweldig grote eucalyptus bomen. Maar ook her en der verspreid in het weiland staan die bomen verspreid. Als zo’n boom dood gaat en omvalt blijft hij gewoon liggen, je ziet dan ook overal geweldige stapels brandhout in het weiland. Het lijkt veel op het Engelse landschap. De schapenteelt is hier denk ik een belangrijke bron van inkomsten. Overal zie je kuddes Merano schapen lopen en grote vrachtwagens komen ons voorbij met schapen geladen, soms wel 4 lagen boven elkaar. Zuidelijk van Horsham wordt het landschap ruiger. Dat begint al bij de mount Arapiles. Deze steile berg is zeer geliefd bij bergbeklimmers, we zien dan ook overal mensen aan touwen aan de rotsen hangen.  Een camping aan de voet van de berg is dan ook helemaal ingericht voor die mensen. Vandaar begint de weg te stijgen en rijden we de eigenlijke Grampians in. Af en toe hopt er een kangoeroe over de weg die slingerend naar de MacKenzie Falls voert. Deze waterval is het mooist als je het pad afdaalt naar de basis. De wandeling is ongeveer 1,2 km en gaat hoofdzakelijk via een trap naar beneden, een pittige wandeling vooral omdat je ook weer omhoog moet. Maar het is de moeite waard, het water stroomt trapsgewijs over de steile rotsen naar beneden.bij de Reed Lookout maken we een lange warme wandeling naar de Balconies. Deze grillig gevormde rotsblokken steken vervaarlijk uit boven de afgrond en lijken inderdaad veel op balcons. Lake Wartook, een stuwmeer dat voor de water verzorging van de wijde omgeving is aangelegd stelt landschappelijk niet zoveel voor, we rijden dan ook al gauw weer door naar Halls Gap, een plaatsje dat is gelegen in het midden van dit mooie berggebied. Als dorpje stelt het niet zo veel voor, helemaal op toeristen ingesteld met een grote camping, de onvermijdelijke souvenir winkels maar met een geweldig mooi nieuw informatie centrum, waar we veel informatie krijgen over dit gebied. Er is een prachtige expositie ingericht over het ontstaan van de Grampians en de fauna en flora.
Naar het zuiden toe loopt de weg door een bebost dal, maar we maken een zijsprong via de Victoria Valley. Een zeer schilderachtige weg met enorm grote bomen en prachtig gelegen boerderijen. Het is of je voortdurend door een mooi aangelegd park rijd.
Via Dunkeld, Hamilton en Heywood komen we uiteindelijk terecht op een kleine camping in het centrum van Portland.


The Great Ocean Road.

Petrified forest.

Erskine falls.

Melba Gully.


Melbourne;
3 dagen staan we hier in Melbourne, we hebben direct een ferry besproken naar Tasmanie maar de eerstvolgende vrije plaats was op zaterdagavond a.s. Op de prachtige en grote BIG 4 camping op zo’n 9 km van het centrum was nog wel een plaatsje voor ons. We hebben eerst maar een dagje rustig aan gedaan. Wat rondscharrelen om de camper, Gepke heeft een kleurtje in haar haar gehaald bij de kapper naast de camping en ik ben met de camper op zoek gegaan naar een garage die de olie zou willen verversen, daar is onze matilda weer eens aan toe. Om de 8000 km willen we er nieuwe olie in hebben. Dat betekend dat we vanaf Alice Springs, waar het ook al ververst is, ongeveer 8000 km hebben gereden. De motor draaide wat onregelmatig van de motor home, dit kwam doordat er ergens een slangetje was afgesprongen door “Backfire” de monteur zag het onmiddellijk, de banden zijn ook weer op de juiste spanning gebracht. Hij kan er nu weer goed tegen de volgende 8000 km. Vandaag zijn we met bus 220, die voor de camping stopt, naar de City gereden. De Queen Victoria Market, was het eerste die we hebben bezocht, een gigantisch complex. Hier wordt van alles verkocht maar toch wel in hoofdzaak kleding, schoenen, oosterse prullaria, groenten, fruit, vis en vlees, veel stalletjes met de meest kitserige souvenirs, bedrukte T-shirts, sieraden, kristallen prullen en meer van dat soort rotzooi wat je over de gehele globe op elk marktje kunt kopen. Gep deed daar overigens wel een geweldige vondst, Biltong. Als kind in Zuid Afrika, was ze daar al dol op en hier was het weer te koop. Ze heeft zeker een half uur lopen glunderen met dat pakje biltong onder de arm.
Na een hapje te hebben gegeten in een “foodcentre” zijn we naar de La Trobe Street gelopen waar we op een gratis trammetje zijn gestapt die een rondrit maakt om het centrum. Je kunt overal in- en uitstappen en er word een bandje afgedraaid die veel informatie geeft over de bezienswaardigheden waar we langs rijden. Daarnaast is er ook nog een “tourist Shuttle” een bus die een rondrit van een uur maakt en daarbij veel bezienswaardigheden aan doet waar je in- en uit kunt stappen. Ook deze is gratis. Hiermee heb je, op een snelle en goedkope manier een aardige indruk gekregen van deze moderne en zo te zien zeer leefbare stad.

Tasmanie I.
Eenvoudig is het niet om aan boord te komen van de “Spirit of Tasmania” , de veerboot die ons naar Tasmanie moet brengen vannacht. Nauwelijks parkeer gelegenheid aan de haven, we moeten bij een parkeermeter gaan staan waar je maar 2 uur mag staan. Omdat we erg vroeg zijn ga ik een eindje rondwandelen op zoek naar een beter plaatsje voor een langere tijd. Als ik na 5 minuten terug ben bij de camper zit er een bon op, leuk begin.De Ferry is een geweldig mooie boot en vermoedelijk nog niet zo oud, we hebben een leuke hut. Nadat we wat hebben gegeten en een praatje hebben gemaakt met wat mensen in de bar duiken we de kooi in voor een welverdiende nachtrust, morgen vroeg om zeven uur zullen we aankomen in Devonport.

naschrift: ik had de politie een protestbrief geschreven over de parkeerbon, toen we weer terug waren in Nederland kreeg ik een melding dat de bekeuring werd geannuleerd. Leuk berichtje.

Devonport.
Als we de mersey river opvaren ga ik aan dek om wat foto’s te maken en spreek met Gep af terug te komen in de hut. Voordat we aanmeren wordt er omgeroepen dat we naar het auto deck moeten gaan. Ik terug naar de hut, maar m’n vogeltje is gevlogen. Dan maar naar de auto op deck 3, maar wie daar ook allemaal rondlopen, geen Gepke. Als een van de eersten moet ik de wal op dus geen tijd om te gaan zoeken. We zijn  elkaar kennelijk mis gelopen en zij weet niet welk deck ze moet zijn. Achteraf heeft ze mij om laten roepen door de intercom maar dat heb ik niet gehoord omdat ik al in de wagen zat. Zelfs hoorde ik het niet toen ze zelf achter de microfoon kroop en omriep “Joop Cley, je vrouw staat hier te wachten”  de omstanders hadden grote pret en hielden haar met veel plezier voor de gek. “Hij doet dat expres, hij wil van je af” en “je blijft hier alleen achter,”  waar Gep op reageerde met “hebben jullie dan een baantje voor mij?”
Uiteindelijk werd ze door een behulpzame dame aan wal gebracht, waar ik al met de motorhome op haar stond te wachten.

Penguin.
Nee, niet dat beestje maar een dorpje met die naam is de eerste bestemming waar we heen rijden. We hebben gehoord dat daar een leuk weekend marktje is en inderdaad na wat rond vragen komen we bij een kleine overdekt rommelmarkt terecht, een boek van Peter Benchly en een VHS band van een heli vlucht over de Kakadu is onze buit. Veel meer kunnen we trouwens ook niet kopen want het moet straks allemaal in de koffer. Er is hier een dwerg pinguïn kolonie te bekijken, maar dan moet je ‘s morgens vroeg zijn. Dat zijn we niet, dus we nemen maar genoegen met de uitingen van de commercie, die in allerlei varianten gebruik maakt van de naam van dit dorp.

Leven Valley.
De B17 voert het binnenland in door de schilderachtige Leven Valley en de Gunns Plains. De bergen worden steeds hoger en dus de dalen dieper. Bossen afgewisseld met weilanden en bouwland en hier en daar een huisje of een boerderij met een kleurige bloementuin er omheen. Wat ons hier op Tasmanie direct opvalt is de grote bloemen pracht. Niet alleen in de tuinen maar ook gewoon langs de openbare weg zien we rijk bloeiende perken. Ook hier en daar een dood beest op de weg, een wallaby , wombat of vosje je kunt het lang niet altijd goed zien zo plat zijn ze. De parkeerplaats bij de entree van de Canyon is nog geheel leeg als we er aan komen. Maar het duurt niet lang of daar horen we een geronk in de verte wat steeds dichterbij komt. En, ja hoor daar komt de eerste Mini Cooper om de hoek scheuren gevolgd door nog zest
ien stuks. We zijn op een gegeven moment geheel omringd door Mini’s in alle kleuren. Het zijn allemaal oudjes op 1 na, dat is er een van 2 jaar oud. Met de eigenaar daarvan knoop ik een gesprek aan omdat wij zelf met de gedachte spelen na onze vakantie een dergelijke auto te gaan kopen. Wat blijkt, het is een Nederlands echtpaar die hier in hun jeugd heen zijn geëmigreerd. Het klikt en al gauw zitten ze bij ons in de camper te koffie drinken. We lopen nog samen naar de “lookout”  waarna we afscheid nemen van Adri & Aafke Mol. Maar we moeten beloven dat we voordat we weer op de ferry stappen een dagje bij hun langs komen, ze wonen namelijk in Devonport vlakbij de haven.
De wandeling naar de “lookout” was maar 430 meter waar we niet echt tevreden mee waren. Een ander wandelpad, dat vanaf de parkeerplaats naar de canyon gaan wij vervolgens v
erkennen. Het sintel pad loopt zeer steil enige honderden meters naar beneden, oppassen dat je niet slipt is het motto dus. We lopen hier door het eeuwenoud regen woud, ferntree’s, eucalyptussen staan hier dicht bij- en op elkaar. Bomen van enige honderden jaren oud zijn over het pad heen gevallen, er is gewoon een stuk tussen uit gezaagd zodat je er tussen door kunt lopen. Andere planten zoals Ferntree’s groeien dan weer op die enorme stammen, dit is echt een oerwoud zoals je je dat voorstelt. Volgens de gegevens op de plattegrond loopt het pad dood, maar dat klopt niet want benden aangekomen blijkt er een trap weer naar boven te gaan dat weer bij de “lookout” uit komt. Ook deze trap gaat uiteraard weer steil omhoog en het bestaat uit maar liefs 689 treden. Een hele kluif dus maar we zijn toch tevreden dat we gok hebben genomen, goed voor de kuit spieren en voor onze nachtrust.

Emu Valley Rhododendron Garden.
Dit 13 hectare grote park is prachti
g aangelegd in de heuvels en er zijn meer dan 18.000 planten aangeplant uit Azie, noord Amerika en Europa. De meeste struiken zijn rhododendrons. Het word geheel door vrijwilligers gerund en in de vijvers die op verschillende niveau’s zijn aangelegd moeten ook Platyphussen voor komen, wij zien ze echter niet hoe goed we ook ons best doen.

19 november.
Table Cape.
Bij Wynyard slaan we de zijweg in naar Table Cape. Op deze Cape rijden we tussen de (uitebloeide) tulpen velden door. Miljoenen tulpebollen worden hiervandaan naar Nederland geëxporteerd elk jaar. Het zou een prachtig mooi uitzicht moeten zijn vanaf deze kaap, ware het niet dat we hierboven in een donkere wolk verzeild raken. Ik kijk wel over de rand naar beneden, hoor de zee ruisen, maar zien doe ik het water niet.

Arthur River.
Onderweg naar Arthur River wordt de natuur steeds ruiger, we zien weer vele lijkjes op de weg, maar ook zagen we een levend beest aan de kant van de weg staan. Wij stoppen en gauw terug gelopen om te kijken wat het was. Het bleek een Echidna te zijn. Een miereneter. Het arme beestje schrok nogal van ons en probeerde zich onzichtbaar te maken door verwoede pogingen te doen zich in te graven in de grond onder een struik. Dit lukte niet erg omdat de grond uit grind bestond.  In een klein winkeltje informeerde ik naar de toestand van de weg richting South Arthur forest. Gelukkige ingeving want het bleek dat de brug over de Arthur river  bij Tayetas in augustus was ingestort. We zijn toen maar weer terug gereden naar Stanley waar we een Camping wisten te vinden in het dorp.

Stanley.

Stanley is een kleine vissersplaats met een hele lange historie. Het ligt aan de voet van “the Nut” een 143 m hoge massief dat in de Bass street uitsteekt. Er word hier voornamelijk op Lobster gevist. In het winkeltje waar allerlei soorten vis worden verkocht maak ik een praatje met een medewerker die me veel over de lobsters kan vertellen. In grote bakken zie ik levende vis en lobsters, hij haalt er een voor mij uit voor een foto.

20 november.
Cradle Mountain.

Cradle Country is een enorm groot natuurgebied. Het is het beroemdste natuurgebied van Tasmanie met uitgestrekte heidevelden, schitterende berggezichten, en uitstekende wandelpaden. Wombats, mierenegels en wallabies hebben hier een mooi leven. We rijden aan de noordkant naar het Cradle Visitor centre. We kunnen nog verder naar het Dove Lake, maar dat word ons afgeraden omdat de weg erg smal is met passing places. Maar op vertoon van onze op de ferry gekochte pas voor alle natuur parken in Tasmanie mogen we gratis gebruik maen van de Shuttle bus naar het meer. Dit busje rijd om de 15 minuten heen en weer vanaf het visitorcentre naar Snake Hill, Ronny Creek en Dove Lake. Wij stappen in en laten ons rijden naar de laatste stop, Dove Lae. Om dit meer is een uitstekende Boardwalk aangelegd met een lengte van ongeveer 6 km. Op de vlakke stukken gravel pad maar door het bos zijn houten paden en trappen aangebraht, dus het is een op zich zelf eenvoudige wandeling die we met erg veel genoegen helemaal uitlopen. We doen er 2 uur over en rijden met de bus weer terug naar de camping die tegenover het visitor centre in het bos is aangelegd.
Er is nog net 1 plaatsje voor ons vrij dus we boffen. Het is een echte bush camping, allemaal kleine inhammetjes in het bos waar net een caravan, tent of camper in past. Vlak bij de camper scharrelt een schuwe Echidna tussen de struiken als we naderbij komen kruipt hij gauw weg. Tegen achten als het donker begint te worden wandel ik wat op de camping rond met een plakje brood een zaklantaarn en m’n camera.en ja hoor hier en daar zie ik een wallaby, ik kan ze tot op een halve meter benaderen als ik ze met wat stukjes brood voer. Op papier mag dat niet, maar de camping chef had het mij toch aanbevolen. Grappig hoe sommige van die kleine beestjes ook nog een jong in hun buidel meedragen. Af en toe komt er zo’n klein kopje nieuwsgierig naar buiten gluren.deze diertjes zijn mensen gewend en zijn dan ook helemaal niet schuw, anders was dat met de Wombat die we vanmiddag vanuit de bus zagen aan de kant van de weg, toen we stopten verborg hij gauw z’n dikke kop achter een steen.Op tijd stonden we vanmorgen alweer te wachten op shuttle bus, uiteindelijk zat de bus bijna  halfvol met Nederlanders. We lieten ons nu afzetten bij Ronny Creek en samen met een Nederlandse 76 jarige dame die drie week rondreist met haar nicht wandelen we door het keteldal naar Waldheim. Dit is een berghut die door een Oostenrijker Weindorfer is gebouwd. Hij kwam hier in 1900 in Tasmanie aan en heeft een groot gedeelte van zijn verdere leven hier in dit huis gewoond. Het is geheel opgebouwd uit materialen uit het bos en het is heel aardig om de omstandigheden waaronder hij hier woonde samen met z’n vrouw, te bekijken. De badkamer bestaat uit een houten hut dat boven een kleine beek is gebouwd, een koude douche dus.Voor de terug weg namen we de boardwalk van Ronny Creek naar Snake Hill waar we de shuttlebus weer namen, terug naar de camping.Deze wandeling is betoverend mooi door het prachtige dal langs de rivier.We hebben deze twee dagen dus heel wat afgewandeld en we waren van mening dat we een middag rust op de camping wel hadden verdiend. Onder een heerlijk zonnetje en zonder plagende vliegen die ons onze slaap in de luie stoelen stoorden.O ja, duizenden keutels van wombats zagen we langs ons wandelpad liggen, maar de beestjes zelf hebben we niet gezien.

 

21 november.
Zeehan.

Toen Abel Tasman in 1642 Tasmanie voor het eerst in zicht kreeg, zag hij hier twee bergen. Deze bergen werden later door de ontdekkingsreizigers Bass en Flinders, de Mt. Heemskirk en Mt Zeehan genoemd, naar de namen van de twee schepen van Tasman. Het kleine mijn stadje werd daar weer naar genoemd. De ti
n mijn is reeds in 1960 gesloten maar er is nog een prachtig mooi museum “the Coast Pioneers Memorial Museum”. We dwalen er een paar uur rond. Niet alleen gaat het over de mijn maar ook over de gehele ontwikkeling van dit gebied, de visvangst, de houthakkers en de spoorwegen. Daarnaast is er een geweldige verzameling mineralen van de “School of Mines & Metallurgy”

Strahan.
Als we vanuit Zeehan richting Strahan rijden, zien we langs de kust de hoge Henty duinen. Soms wel dertig meter hoog en van sommige kan je met een surfboard naar beneden glijden, een heel spektakel.Strahan is een toeristisch centrum geworden, terwijl het vroeger een haven was waar voornamelijk de tin- en kopererts werd geladen uit de mijnen in het binnenland. Maar ook was het de haven waar vandaan het hout van de Huan Pine werd verscheept. Er worden vanuit deze haven cruises ondernomen over de grote binnenzee, Macquarie Harbour, naar de Gordon River en Sarah Island.

Sarah Island.
Sarah Island is in de Macquarie Harbour gelegen. Het is een historische site want de Engelsen hebben hier in 1822 een van hun ergste straf kampen gevestigd. De eerste groep gevangen bestond uit 66 mannen en 8 vrouwen en een aantal soldaten voor de bewaking. De toestand was het eerste jaar erbarmelijk. Het eiland, met een omtrek van ca. 3 kilometer werd geheel kaal gekapt. En vervolgens werden er onderkomens gebouwd voor de soldaten de commandant de staf en daarna pas voor de gevangenen. De vrouwen werden de eerste paar maanden ondergebracht op een klein eilandje 700 meter verderop. Het was niet meer dan een kale rots en een klein strandje met een omvang van ca. 30 meter. Het w
as de opzet om hier de ergste misdadigers met geweld en harde discipline onder de duim te houden, zero tolerance dus. Als je de beschrijvingen leest dan moet dat hier een hel zijn geweest letterlijk en figuurlijk een duivels eiland dus.
Er is niet veel terug te vinden van de gebouwen. Nadat de strafkolonie in 1833 werd gesloten is er niet veel meer met de gebouwen gebeurt. Je ziet hier en daar nog brokstukken van huizen liggen, een bakkerij, de gevangenis voor eenzame opsluiting,

Huon Pine.
Op onze wandeling door de het oerwoud waar de Gordon River doorheen stroomt zagen we nog een aantal Huon Tree’s. De
ze bomen zijn nu beschermt en mogen onder geen beding meer worden gekapt. Vroeger waren ze ontzettend gewild omdat het hout van de boom zo doordrongen is van een soort olie dat het haast niet rot en de insecten en wormen er ook geen vat op kregen. Hierdoor waren ze erg gewild voor het bouwen van zeilschepen. Het is een zeer traag groeiende boom, we zagen er een die een 7 cm dik was maar tussen de 80 en 100 jaar oud zou zijn.
Er zijn bomen gevonden die tussen de 3 en 4 duizend jaar oud zijn. Vaak zien we stammen van omgevallen bomen van meer dan een meter doorsnee in het woud liggen die totaal overwoekerd en nauwelijks herkenbaar zijn. Toch zijn er van die stammen, die daar al enige honderden jaren liggen, naar de zagerij vervoerd, toen bleek dat het hout nog volkomen gaaf was. In Strahan is nu nog een Sawmill die alleen maar hout van omgevallen bomen en stronken die de vroegere houthakkers hebben achtergelaten, verwerkt tot prachtige voorwerpen. Het houtsnijwerk en de prachtige ruwe tafels die daar worden gemaakt zijn tentoongesteld en worden verkocht in de grote winkel bij de zagerij. Die zagerij is dus nog steeds in werking en zelfs het afval hout, hoe klein ook, word verkocht aan de toeristen.

Tasmanie II.
Derwent bridge.
Vanuit strahan rijden we na de boottocht direct door naar Queenstown, waar we een camping opzoeken. De volgende dag rijden we door naar Derwent Bridge. En slaan af naar Lake St Claire. Hier vinden we een leuke bush camping aan het water. Dit is het eindpunt van de “Overland Track” die begint in de Cradle Valley. Dit is een van de mooiste wandelingen van Australie. Je loopt in 6 dagen van hut naar hut door de prachtige natuur. Wij maken nog een leuke avond wandeling langs het meer naar een punt waar in de schemering Platypusen zijn te zien. Het is een wandeling van een uurtje maar als we op het uitzicht punt boven de rivier aankomen, die hier in het meer stroomt, is er weinig te zien. We blijven toch hardnekkig naar het water turen en we verbeelden ons dat een zwarte schim op zo’n honderd meter afstand te zien is de rug van zo’n beestje moet zijn. Aan de plaatjes op het informatiebord is te zien dat we inderdaad een platypus hebben gesignaleerd. Indrukwekkend is het niet, maar het zei zo!
Wallabies zien we genoeg op de terugweg, maar daar zijn we inmiddels al wel aan gewend.

1 december
The Wall.
Even buiten Derwent Bridge heeft de kunstenaar Greg Duncan z’n atelier. “The Wall in the Wilderness”    Hij is hier bezig met het beeldhouwen in hout. Op panelen van 3 meter hoog en 60 centimeter breed beeld hij een deel van de geschiedenis van Tasmanie uit. Figuren van houthakkers, paarden, honden en veel voorwerpen zijn zo levensecht uitgesneden dat ze zo van de wand zouden kunnen stappen.
Ook veel losse ornamenten zijn zeer levens echt uitgebeeld. Houten jassen die aan de kapstok hangen, handschoenen die over een stuk gereedschap is gedrapeerd, maar ook in brons gegoten dieren. De wal zal uiteindelijk 100 meter lang worden, hij denkt daar nog 7 jaar voor nodig te hebben. Aan een enkel paneel werkt hij ongeveer 6 tot 10 weken.
Het was echt de moeite waard om hier een uurtje rond te lopen.

Hobart.
Een moderne stad aan de Derwent River. We wandelen er wat rond in de winkelstraten langs de haven en bekijken op de Salamanca Place het mooie monument dat daar ter ere van Abel Tasman is opgericht. Het bestaat uit een aantal in brons gegoten kunstwerken. Een levensgroot beeld van Abel zelf natuurlijk, met een wereldbol in z’n hand. Z’n twee schepen de Heemskerk en Zeehaen en een aantal plaquettes met informatie  over z’n ontdekkingen. Ook een die door Koningin Beatrix is onthuld. En boven dit alles wapperen 2 Nederlandse vlaggen
Rondom de haven bekijken we nog een aantal historische gebouwen en haven kranen. Eten een fish and chips dat hier vanuit een aantal boten aan de kade wordt verkocht. We knabbelen dat lekker op in het zonnetje zittend op een bankje.

1 december
Tasman Peninsula.
Dit schiereiland zuidoostelijk van Hobart is verbonden met het vaste land door een nog geen honderd meter brede duinenrij, Eaglehawk Neck. Dit, en de afgelegen ligging en de ontelbare haaien in het omringende water maakte dat het een uitstekende plaats was om een gevangenis te bouwen. Midden op de landengte werd een deel van de duinen afgegraven en er werd een zogenaamde “Dog line”  opgezet.
17 mastifs werden nop regelmatige afstand aan elkaar overlappende lijnen vast gelegd. Lantaarns werden opgesteld en een kleine groep soldaten hield de wacht. Er werden zelfs een paar honden op vlotten in het water opgesteld. Het was haast een onmogelijkheid om hier langs te komen als gevangene. Het is dan ook maar 1 groepje van 3 convicts gelukt om er langs te komen in de tijd dat de gevangenis heeft bestaan. Het schiereiland is verder wonderschoon, veel bos maar ook werd er op de weilanden veel vee en schapen gehouden. De kust is dan weer liefelijk met mooie stranden en dan weer met ruige rotswanden waarin de zee diepe kloven en grotten heeft uitgespoeld. Vlakbij Ealehawk Neck is een bijzondere rots formatie te zien, uitgesleten door de golven. “Tessellated Pavement”

Port Arthur.
Voor het bekijken van de gevangenen kolonie “Port Arthur” hebben we een hele dag nodig. Vanuit het prachtige visiters centre, waar een heel informatief museum aan verbonden is maken we eerst een rond wandeling met een gids, die ons veel over de omstandigheden verteld. Hierna maken we een rondvaart met een boot langs d kust en om een eilandje waar de doden werden begraven. Natijd hebben we op eigen houtje een rond wandeling gemaakt om alles nog eens goed te bekijken. Het is destijds nogal groots opgezet, maar na de sluiting is er veel in verval geraakt en afgebroken er is nu ongeveer nog 30 % van over. Veel bouwmaterialen zijn er weg gehaald en twee bosbranden hebben er ook veel vernield. Wat er nog staat zijn gerestaureerde ruïnes. Toch word er nu veel hersteld en de informatie borden geven een goed beeld  van hoe het leven van de convicts hier tot een hel werd gemaakt door het wrede systeem. Gevangenen vanuit Engeland werden hier onder verschrikkelijke omstandigheden heen verscheept. Soms veroordeeld tot 7 jaar dwangarbeid voor het stelen van een zakdoek met een klein beetje geld. Ook het stelen van een brood of iets dergelijks kon al een verbanning opleveren van 10 jaar. Natuurlijk waren er ook veel echte criminelen veroordeeld, maar wat te denken van kinderen van nauwelijks 7 jaar die gelijk aan de volwassenen werden behandeld en hier even zware arbeid moesten verrichten. Voor vergrijpen hier in de gevangenis werden ook extra zware straffen uitgedeeld, werken in de kolen mijn of steengroeve. Maar ook maanden lange eenzame opsluiting in het gevangenis gebouw in kleine cellen van 1,3 bij 2 meter. Of in een cel met een meter dikke muren zonder ramen. Ze mochten hier geen geluid maken, onvoorstelbaar om daar enige weken in te zitten op water en brood, in het donker en geen enkel geluid dringt tot je door. Geen wonder dat sommige gevangenen daar krankzinnig werden.

2 december.
Salamanca Market.
Terug in Cambridge nemen we op zaterdag morgen het shuttlebusje naar Hobart. We gaan daar de bekende Salamanca Market bezoeken.
In de oude vissersbuurt aan de haven zijn in de oude gebouwen veel Galleries en cafeetjes onder gebracht. Het is hier steeds een gezellige boel, speciaal op zaterdag, dan word er een grote markt gehouden, groenten en fruit, eet tentjes maar vooral souvenirs en houtsnijwerk is hier de hoofdmoot. Het is er flink druk en er hangt een ontspannen en gemoedelijk sfeertje. Muziekanten op alle hoeken, in het park en rond de Abel Tasman fontein. Mensen liggen heerlijk in het gras hun fish and chips, broodjes en hele maaltijden Chinees te eten.

Freycinet National Park.

Onderweg naar dit mooie natuurpark kwamen we Langs een klein dorpje waar een “Country Fair” werd gehouden. En omdat we ne eenmaal van dat soort marktjes houden, stapte ik prompt op de rem. De plaatselijke welfare vereniging, de brandweer, de reddingsbrigade en schoolklassen doen hier hun uiterste best om wat geld in te zamelen door het verkopen van allerlei huisvlijt, fish  and chips en homemade cake’s. En natuurlijk werd hier ook wedstrijden gehouden in het bijeendrijven van groepjes schapen met behulp van een herdershond.
Een aantal km na Swansea draaien we de weg in richting het Freycinet NP, dit was een verrassing zo mooi liggen de hagel witte beaches, omspoelt door de diep blauwe oceaan. Wanneer we  onze eenvoudige camping oprijden steekt er net een grote zwarte tiger snake de weg over, vlakbij ons plekje. De camping ligt in het bos aan de Honeymoon bay, elke kavel is apart uitgespaard in het bos en velen hebben een eigen paadje naar het strand, heel intiem. Is dat de reden van de naam van de Bay? Als we een lange wandeling over het strand maken ontdekken we dat het werkelijk bezaaid is met grote Oester schelpen. Dan herrineren we ons het boek van Henri Charriere. “Papillon”.

Hij verteld hierin dat wanneer hij ontsnapt van duivelseiland, terecht komt bij een indianenstam, hij leeft daar een tijdje met een vrouw die hem gestampte parels door het eten mengt. Dat blijkt namelijk zeer potentie verhogend te werken. Is dit misschien aanleiding voor de naam?

Wineglass Bay.
Een van de mooiste uitzichten van Tasmanie, is vanaf de lookout boven de “Wineglass Bay”  deze prachtige baai aan de oostzijde van het Freycinet peninsula is alleen over zee danwel via een wandelpad over de pas tussen de Mt. Mayson en de Mt. Amos, te bereiken. Wij kiezen voor de wandelroute, alhoewel dit een zware klim betekend. Meer dan 600 steps naar boven toe, een prachtige wandeling, maar af en toe moeten we wel even stoppen om op adem te komen. Als we boven zijn moet het uitzicht adembenemend zijn ware het niet dat wij het niet treffen een zware zee mist hangt tussen de bergen en heel even zien we een glimp van het water. Heel jammer dus, de foto heb ik gescaned van een folder. Toch zijn we heel erg blij deze wandeling te hebben gemaakt, meer dan 120.000 mensen maken elk jaar deze tocht. Het ruige landschap met de enorme rolstenen die her en der verspreid liggen maken dat je je heel klein voelt.

Legerwood.
Van de winkeljuffrouw van de supermarkt in Branxholm, kregen we de tip om eens in Legerwood te gaan kijken. Hier in dit minuscuul kleine dorpje  heeft een kunstenaar een aantal bomen van hun kruin ontdaan en vervolgens in de stammen levensgrote afbeeldingen uitgehakt van in de eerste wereldoorlog gevallen soldaten die uit deze omgeving afkomstig waren. Allen zijn afgebeeld zoals ze hun voormalig beroep uitoefenden of hoe ze om het leven zijn gekomen. Het geheel is een indrukwekkend monument ter nagedachtenis aan deze gevallen soldaten.

4 december.
Tasmanie.
Tasmanie heeft een geweldige indruk op ons gemaakt, de prachtige natuur, elke bocht die we omsloegen bracht ons weer een nieuwe verrassing en we hebben wat bochten gedraaid daar. De vriendelijke mensen, iedereen wilde graag een praatje met ons maken, nooit hebben we ons eenzaam gevoeld. De dieren, wombats, walabies, fairy wrens, de mooi blauw zwarte zwaluwen, de cockatoo’s en kangoeroe’s, en niet te vergeten de slangen, steeds was het weer een verrassing als we zagen.
De historische plaatsen bracht ons echter in herinnering hoe dramatische de eerste jaren van dit mooie eiland zijn geweest. Toch zullen we, als we de gelegenheid krijgen hier eens terug komen, we hebben nog lang niet alles gezien.

Wilson Promontary.
Het meest zuidelijk liggende gedeelte van het Australische mainland is een nationaal park. Het ruim 50.000 hectare’s grote schiereiland bestaat uit koele beschaduwde “Gullies”  mooie zonnige beaches en in de wolken gehulde bergpieken. 15 miljoen  jaar geleden vormde dit een land brug met Tasmanie. Tientallen prachtige wandelroutes zijn hier uitgezet, routes van een half uur maar ook van meerdere dagen. Aan het einde van de geasfalteerde weg komen we uit bij het resort Tidal River. De camping ligt hier aan de oever van een rivier die met z’n zandige oevers een waar paradijs is voor vakantiegangers met kinderen. De camping staat dan ook nagenoeg vol met gezinnen met kinderen. Wij maken een lange wandeling naar de Squeaky Beach. De wandeling over de hoge schouder valt met de warmte niet mee, bovendien worden we danig geplaagd door de vliegen die hier een brutaliteit aan de dag leggen waar we wanhopig van worden. Gelukkig hebben we uit voorzorg, de eens  in IJsland gekochte muskieten netjes in de rugzak zitten. Goed, ik geef toe dat het geen gezicht is zo’n net over je kop, maar het is wel effectief. Het krakende zand van de Squeaky beach willen we echt aan de lijve ondervinden. En, inderdaad als we met slepende stappen door het droge zand schuifelen horen we een vreemd knarsend geluid. Het schijnt te worden veroorzaakt doordat er veel kwarts in het fijne zand zit. Echt een heel grappige ervaring.
Stroomopwaarts vormt de rivier een vogel rijk wetland, waar we ‘s avond nog een leuke wandeling doorheen maken en als we de volgende.


Tarra Bulga NP.
Dit prachtige natuur park is een onderdeel van de Strzelecki ranges. Het is een van de weinige “cool temperate rainforest in Victoria en is daarmee een perfect wandel gebied op warmere dagen. Kleine beekjes stromen door de diepe “Gullies” . Vele vogels, waaronder de unieke Lyrebird de Crimson Rosellas en zwarte cockatoos, vliegen hier tussen de Tree Ferns.  Uitstekende wandelpaden voeren ons omhoog en omlaag door het dichtbegroeide bos. Gigantische bomen torenen meer dan zestig meter boven onze hoofden. Bomen die hier misschien al honderd jaar geleden zijn omgevallen blijven gewoon liggen en vormen daarmee een voedingsbodem voor weer nieuwe vegetatie. Op de afgebroken tronk van een 1000 jaar oude boom groeit een nieuwe boom die op z’n beurt misschien ook al wel weer 100 jaar oud is. Alleen de stammen die over het pad vallen worden opgeruimd. Een oude hangbrug is over een Gully gespannen. Onze twee uur durende wandeling door dit reservaat maakt grote indruk op ons, we genieten met volle teugen.


Loy Yang Power.
Na onze overweldigende rit door het Tarra Bulga NP rijden we naar Morwell. Waar de grootste bruinkool mijn van Australie is.  Op grote afstand zien we de koeltorens boven de bomen uitsteken. In deze regio is een bruinkool veld ontdekt met een lengte van ca 70 km en een breedte van ca. 20 km.
De gemiddelde dikte van de laag is 200 m met als uitschieter 500 meter dik. Gigantische machines graven hier eerst de 17 meter dikke laag sediment weg en vervolgens wordt de bruinkool afgegraven en via kilometers lange transport banden naar een elektriciteitscentrale vervoert. Ik heb het geluk dat ik de enige ben voor de rondleiding, een privé excursie dus. 2 uur lang rijd de gids mij met een busje over het terrein, in de 200 meter diepe open groeve en door de centrale, machtig interessant. Op de 19th verdieping in de centrale sta ik op een rooster en kijk tussen m’n voeten door 90 meter naar beneden, niet over nadenken dus en gewoon doorlopen.
Loy Yang is een aboriginal woord en betekend Grote Paling. Meer informatie over deze interessante mijn is te vinden op hun website.

Walhalla.
Walhalla is een historische plaats die nog steeds een speciale plaats heeft in het hart van vele Australiërs. Verborgen in een diepe vallei was het een van Victoria’s rijkste goudmijnen. Op het hoogtepunt van de “goldrush” woonden hier meer dan 2500 mensen en het had meer dan 10 hotels, 3 brouwerijen, 7 kerken en er was zelfs een spoorlijn naar toe gelegd. Een aantal branden heeft daar een groot deel van in de as gelegd wat nooit weer is opgebouwd. Momenteel staan er misschien nog zo’n 25 gebouwen, die dan ook met zorg zijn gerestaureerd. Totdat de mijn rond 1910 uitgeput was en gesloten werd is hier meer dan 70 ton goud gedolven. Dit heeft allemaal in de kluis van de “first Victoria bank”gelegen. Het gebouw is verdwenen maar de kluis, met dikke gemetselde muren, staat nog overeind. In een oude brandweer kazerne, nu ingericht als museum, zijn nog veel foto’s te zien hoe het stadje er vroeger uitzag en wat er nog van over was na de brand. De mijn is nog te bezichtigen op bepaalde dagen, wat we niet hebben gedaan. Nu is het helemaal niet druk hier maar dat zal in het vakantieseizoen wel anders zijn. Aardig om er even rond te lopen en op je in te laten werken hoe het leven hier vroeger moet zijn geweest.
The Great Alpine Road.
Aboriginals bewoonden de alpen duizenden jaren totdat in de jaren 1830-1836 de honger naar hout in de steden zoals Sydney bracht de mensen er toe wegen naar dit gebied aan te leggen. Door de vondst van rijke goudvelden in 1853 versnelde dit proces geweldig. De Great Alpine Road van Bairnsdale naar Wangaratta is inmiddels geheel geasfalteerd. Wij wringen ons door duizenden bochten  naar boven en op het hoogste punt bij Mt.Hotham kijken we uit over de beboste hellingen van de ruim 1900 meter hoge bergen. Hatham is duidelijke een  skigebied. Tientallen ski liften  zien we overal om ons heen en  we passeren het ene na het andere grote hotel. We komen nauwelijks verkeer tegen en de hotels zij allemaal gesloten maar in de winter zal het hier een sfeertje zijn vergelijkbaar met de alpen in Oostenrijk. Het valt ons op dat er veel bomen dood zijn vermoedelijk door de aanhoudende droogte.  Uiteindelijk vinden we in Bright een plaatsje op een camping, het is duidelijk een toeristisch geworden  na een bewogen geschiedenis , geschreven door houthakkers, gouddelvers en farmers. Veel  oude gebouwen zijn keurig gerestaureerd en getransformeerd  tot restaurants, winkeltjes enz.

New South Wales.
Kosciuszko NP
Kamperen bij Lake Khancohan is geen pretje met al die vliegen maar het landschap vergoed veel. We zijn weer terug in NSW, dus het cirkeltje is haast rond. Hier in dit NP rijden we over de hoogste toppen, langs steile beboste hellingen en maken veel bochten. Op de rest area Tom Groggin worden we verrast door de enorme hoeveelheid kangoeroes die hier rustig grazen op de open plekken in het bos, wel tellen er wel honderd, waaronder hele grote.

Ze zijn niet erg bang voor ons en we kunnen ze dan ook van dichtbij bekijken. Slangen zijn er kennelijk ook in overvloed, een zwarte tijgersnake kan ik op de weg niet ontwijken, die heeft het niet overleefd.

Murramarang NP
We rijden al weer een tijdje langs de kust en zijn beland in het natuur park Murramarang. Camping Pebbly Beach is niet geschikt voor ons huisje en we rijden daarom verder over de gravelroad naar Depot Beach enige km zuidelijker. Deze natuur camping ligt aan het de prachtige baai. Kangaroes aan het strand, kangoeroes om de tent bedelend om  gevoerd te worden, maar dan mag dus niet. De king parrots en de rosellas, dat is een ander zaak die zijn zo mak voor een stukje brood gaan ze op je schouder, op je hoofd of desnoods op je camera zitten.
Een miereneter laat zich gewillig fotograferen aan de kant van de weg en kookaburra’s vliegen af en aan, dit is echt een natuur park dat ons helemaal aanstaat. Zelfs een Lyrebird laat zich zien tussen de begroeiing, te gek. Een echt paradijs. Als er een grote Guanna over de weg heen wandelt stoppen we om hem te fotograferen. Daar is hij niet van gediend en vlucht gauw een boom in. Hij is zeker 60 cm lang en heeft een mooie tekening op z’n staart.

Booderee NP.
Het schiereiland tussen de Jervis bay en de Wreck Bay is  een groot natuur park. Het is grotendeels begroeid met heide en bos. Er zijn een groot aantal wandel traject’s uitgezet. Een daarvan, de Murrays Walking Track van 6 km, hebben wij gelopen. We zijn gestart vanaf de parkeerplaats bij de beach. We lopen eerst naar het uitzicht punt hoog boven op de rotsen, waar we een schitterend uitzicht hebben op Bowen Island, waar fur seals, White-bellied Sea-eagle voorkomen. Van daaruit gaat de wandeling door lage bosjes van Banksia, eucalyptus  en  Mahogany. We zien kookaburro’s honeyeathers en diverse andere vogels. En natuurlijk zijn de vliegen ook weer duidelijk aanwezig. De wandeling over de heide en door het eerste stuk bos is wat saai (en warm) maar het laatste stuk door het bos met de hoge eucalyptus bomen is een verademing. Na terugkomst zijn we zo warm en zweterig geworden dat we eerst maar even een duik in de golven maken om af te koelen.

Morton NP.
Na een zijsprong naar de Tallowa Dam te hebben gemaakt rijden we naar de Fitzroy Falls. Deze 80 meter hoge waterval is te bereiken via een wandelpad langs de steile hellingen die zo kenmerkend zijn voor dit gebied. We vinden het uitzicht hier veel overeenkomen met dat in de Blue Mountains. Ook hier zijn weer volop vogels en andere dieren te zien onder andere een grote hagedis. Bij Kangaroo Valley rijden we nog over de in 1898 gebouwde suspension Bridge. Het museum dat er vlak naast is gelegen moet een goede weergave laten zien hoe het leven hier vroeger is geweest, maar helaas het museum wordt gerund door vrijwilligers, en is nu gesloten, vrijwillig betekend hier waarschijnlijk toch vrijblijvend.
Het is inmiddels  weer behoorlijk warm geworden, terug naar de camper, maar daar binnen is het nog veel warmer zodat we direct aan de rit gaan naar een camping in Moss Vale. Het eerste wat we daar, na de thee, doen, is douchen, daar knap je van op.