2006 Marokko.

Marokko.
Eindelijk is het zo ver. Al jaren lopen we met plannen rond eens door Marokko te gaan toeren.

Eerste week.
14 september.

Vandaag vertrekken we, eerst gaan we nog  even een bezoek brengen bij vrienden in Wateren en dan door naar camping “Marveld” in Groenlo. Hier wordt dit jaar het nationale evenement gehouden van de NKC (Nederlandse Kampeerauto Club). Gelijk wordt het 30 jarig bestaan daar gevierd, dat willen we natuurlijk niet missen.Een uur of vier komen we er aan en treffen dan gelijk al een aantal vrienden en bekenden, er wordt deze avond veel af gekletst.

15 september.
Ook vandaag staat geheel in het teken van, ontmoeten, zoenen, en heel veel praten. Natuurlijk worden er herinneringen opgehaald met deelnemers van onze vorige reizen naar IJsland en Roemenie.  In de grote zaal zitten ruim 500 mensen en het is er echt veel te warm dus gaan we op het terras en later voor de camper verder tot in de kleine uurtjes.
16 september.

Vroeg uit de veren, want vandaag staan we de gehele dag op de NKC beurs in een grote tent. We gaan daar onze nieuwe reis naar IJsland  in 2007 promoten. Het is een zeer geanimeerde beurs met veel geïnteresseerden. Ook hier is de zon er oorzaak van dat het goed heet is in de tent, als het om 5 uur gebeurt is zijn we daar niet rouwig om. Tenslotte hebben we vanavond ook nog een groot feest in de grote zaal met o.a. Optredens van Annie Schilder, Piet Veerman en George Baker.

17 september

Zondag, dit beloofd een rustige dag te worden, laat opstaan, beetje aan lummelen en naar de rommelmarkt, de uitvindingen van de Willie Wortels, bekijken en natuurlijk weer kletsen. Om 6 uur nemen we samen met vrienden nog een Pizza tot ons, waarna we vertrekken naar onze dochter Anita met haar gezin in Arnhem. Tenslotte gaan we morgen voor 11 weken op pad, dus daar moeten we nog even afscheid van nemen.

Tweede week.

18 September.
Acht uur is het als we uitgeslapen zijn, klaar voor de reis naar Marokko. Afscheid nemen en rijden maar. ‘t gaat lekker vlot, ondanks het vroege uur op maandag vallen de files ons nog mee. Ongeveer om vijf uur reden we Parijs binnen en een uurtje later bij Pnt.’D Orleans er weer uit. We trekken nog even lekker door en verlaten de autoweg om onze weg via de RN 20 te vervolgen. Bij Etrechy slaan we een klein weggetje in naar het piepkleine dorpje Auvers st.Georges,(7 huizen) aan de rand van het dorp vinden we een juweeltje van een overnachting plaats.

19 September.

Eerst eens de kaart bekeken, waar zitten we eigenlijk. Ik verwonder mij er over dat om de naam van het dorp met potlood reeds een cirkel staat getekend. Dan herinner ik mij dat we hier in ‘77 of ‘78 eens fossielen hebben gezocht. Dat is nu wel heel toevallig dat we uitgerekend op deze plaats een slaap plaatsje hebben gevonden. Aan de rit en bij Etampes gaan we weer over op de snelweg we willen vandaag opschieten. Het doel is Vaylats nabij Cahors, ik heb met Fred (zoon) afgesproken om hier een klusje voor hem op te nemen, een relatie van hem heeft hier een huis waar een CV-installatie in moet worden aangelegd. Ik besteed er dus een paar uurtjes aan om het in kaart te brengen en foto’s te maken die ik op een CD-rom brand en naar hem toe stuur.

20 september.
Vanmorgen vertrokken we met wat heiig  weer maar in de loop van dag werd het toch nog warm, echt weer voor stamppot worteltjes.20 September.
Niet druk op de weg, behalve op de rondweg van Toulouse, we schieten dus lekker op. Daarna volgen we de E80 tot aan afslag nr. 17 bij Montrejeau. Daar gaan we via de Vielha tunnel naar Spanje. Dit is de eerste keer dat we door deze tunnel rijden en we vinden hem niet prettig, ontzettend warm en verschrikkelijk stoffig, we zijn dan ook blij dat weer uit rijden. Direct als we er uit rijden zien we een mooi plaatsje bij de rivier, de huishoudelijke gevoelens van Gep worden hierdoor geprikkeld en even later staat ze haar wasje uit  te spoelen in het heldere water. Dan is er pas tijd voor een dutje in de luie stoelen. Als we enigszins verkleurd na 2 uur de was van de lijn halen blijkt dit in middels weer droog te zijn. Gep gelukkig, wat wil je nog meer. We vervolgen onze weg door het prachtige “Vall del Noguera” langs “Embalse de Barasona” rijden we door een prachtige imposante kloof naar Brabarstro, dan begint het te kriebelen, het word tijd om een plaatsje voor de nacht te zoeken. Halverwege Huesca slaan we linksaf naar een klein dorpje Ponzano. Daar vinden we op een parkeerplaats onderaan de kerk een rustig plaatsje,‘t is genoeg geweest voor vandaag. We maken ‘s avonds nog een wandelingetje door het dorp, dat stelt niet veel voor. Maar als we langs een bodegas lopen, waar nog hard wordt gewerkt, worden we spontaan binnen geroepen om de de zaak te bekijken. De kelders dateren nog uit de 15e eeuw. We krijgen wijn aangeboden, erg lekker dus ik koop gelijk een paar flessen.

21 September. Vroeg uit de veren, we lagen er immers ook al vroeg in. De bedoeling is om vandaag even flink door te zetten richting het zuiden. Dat lukt dan ook aardig. De nieuwe rondweg van Madrid geeft ons geen vertraging. Bij Valdepenas beginnen we uit te kijken naar een slaapplaatsje, het landschap is vandaag ook wel erg slaapverwekkend geweest. Dit vlakke binnenland van Spanje kan ons in het geheel niet bekoren. Eindeloze stukken met nauwelijks enige begroeiing, dan eindeloze velden met wijndruiven, echt geestdodend. Tenslotte gaan we in het kleine stadje St.Cruz de Mudela op een parkeer plaatsje bij een zwembad/school/park staan. Dit blijkt overigens bij het invallen van de duisternis een favoriete “pantoffelparade” te zijn, wel gezellig en tegen tienen staan we weer alleen. 700 km vandaag betekend vroeg onder het laken, want voor het dekbed is het nog te warm.
22 September.

Het spectaculaire landschap van “Desfiladero de Despenaperros” laat ons de saaie dag van gisteren al gauw vergeten. Andalucia blijkt mooi te zijn, we rijden in een snel tempo door de bergen naar Granada. Ruim voor de stad zien we al duidelijk op de verkeersborden aangegeven hoe we naar het Alhambra kunnen rijden, dit is ons eerste doel. Probleemloos arriveren we op de P4 dat bestemd is voor bussen, caravans en kampeerauto’s. Er staan maar een paar bussen en kampeerauto’s waar we ons bij aansluiten. Bij nadere informatie blijkt dat we hier ook mogen overnachten. Het is twaalf uur dus we besluiten een broodje te eten en dan het Alhambra te gaan bekijken. We sluiten ons aan in de 100 meter lange rij voor de kassa, maar als we 10 meter zijn opgeschoven wordt er medegedeeld dat de kaartjes zijn uitverkocht. Nou ja, dan gaan we morgen vroeg toch. Bij de hoofdingang staat een klein pendelbusje die je voor een euro naar het centrum van Granada brengt. Dat doen we, en met doodsverachting vliegt de chauffeur de bergaf en door de smalle straatjes van de stad. We stappen uit bij “Mirador de Nicolas” hiervandaan kun je de mooiste foto’s maken van het Alhambra. De rest van de middag slenteren we door de smalle straatjes, en
genieten van de moorse sfeer die hier nog duidelijk te proeven is. Na een glas wijn en wat tapas gaan we weer met de pendelbus naar boven. Drie kampeerauto’s blijven hier staan vannacht. In het hoogseizoen zal dit allemaal wel een beetje moeilijker gaan denk ik.

23 September.
Kwart voor zeven liep de wekker af, we Willen als eerste bij de kassa staan. Dat lukt dus duidelijk niet want als we om half acht aan komen lopen zien we dat de rij nu nog langer is dan gisteren, als we ons hebben aangesloten duurt het nog geen kwartier of de rij is alweer verdubbeld. Het is kwart over negen als we een van de laatste kaartjes van de morgen kunnen kopen. Op ons kaartje staat dat we om 11.30 uur het paleis in mogen, eerst de tuinen dan maar bekijken. Deze zijn prachtig aangelegd met veel stromend water, fonteinen, beekjes en vijvers. De bloemen weelde is overweldigend, alles staat volop in bloei en eekhoorns, geheel niet schuw, springen over de takken van de bomen. Stipt om half twaalf mogen we het paleis van binnen gaan bekijken. Het is net een doolhof, we lopen door prachtig gedecoreerde gangen, onder prachtige poorten door, binnenplaatsen met vijvers en fonteinen. Wat opvalt is dat er totaal geen meubilair in de kamers staat. Dat veroorzaakt in onze beleving een wat klinische sfeer. Het totaal doet ons erg denken aan het Topkapi paleis in Istanbul, dat we vorig jaar hebben bekeken. Als ik het uitrij kaartje van de parkeerplaats bij de automaat ga activeren moet ik € 44.= betalen, niet mis dus, maar ja we hebben hier dan ook bijna 26 uur gestaan. Van jongelui in het alhambra hoorden we dat ze op een camping in de beurt stonden en dat ze anderhalf uur met openbaar vervoer moesten reizen voor ze hier waren. Het gemak dat wij er van hebben gehad is ook wel wat waard.
We rijden in snel tempo naar Motril aan de kust en vandaar nemen we de secundaire weg langs de mediterrane richting Malaga. 8 km voorbij Nerja vinden we in Terrox Costa op een grote parkeerplaats naast hotel “Ferrara” een plaats voor de nacht. Het hotel is eenvoudig te vinden, het is namelijk, in tegenstelling tot de bekende torenhoge hotels hier aan de Costa da Sol, een mooi vormgegeven gebouw in zand- en terracotta kleuren. Vlak bij de boulevard langs de zee staan we hier met een aantal campers. Bij een houten keetje kunnen we water tappen en het toilet legen. Ik denk dat het hier   ‘s zomers erg vol zal staan met campers. Wat ons opvalt als we nog even een wandeling langs de zee maken, is dat we haast uitsluitend Duits horen praten.

Derde week
24 September.

‘t is zondag, dus we zijn niet al te vroeg uit de veren. De zon maakt dat het alweer 29 graden is, dus de ramen kunnen open. Vandaag proberen we eerst de kustweg te volgen, dat lijkt ons leuk. Malaga door daarna Torremolinos maar dan hebben we het wel gezien, we draaien de AP7 op en tuffen lekker snel door naar Gibraltar. Vanuit de verte zagen we rots al aan de horizon en besluiten om daar de nacht door te brengen. We gaan de grens niet over maar rijden nog 100 meter door naar een grote bewaakte parkeerplaats waar we voor € 13.- de nacht kunnen blijven staan.
Te voet gaan de grens over, daar kopen we voor € 1,50 een dagkaartje voor de bus. In het centrum lopen we wat rond. Heel vreemd om zo vanuit Spanje opeens in een Engels sfeertje rond te lopen. Ze rijden hier overigens wel gewoon aan de rechter zijde van de weg. Apen hebben we niet gezien.

25 September.
Op naar Tarifa. We rijden via Algeciras naar Tarifa dat nog 18 km verder ligt. Even voorbij de afrit van de weg N340 zien we bij een winkel van de Lidl een aantal nederlandse campers staat, dat moet de groep solo’s van Els van Aalst wel zijn, dus wij er heen en ja hoor Els kwam net de winkel uit met een kar vol water. Heel kort even met haar gepraat want ze had haast om 11.00 uur moesten ze op de boot staan. Wij rijden vervolgens ook naar de haven om ons te oriënteren voor onze overtocht van morgen. De officiële prijs voor een overtocht Tarifa > Tanger is voor een camper van maximaal 8 meter lang en twee personen € 193,= enkele reis, wij kregen een speciale prijs aangeboden voor € 300,- retour. Dat leek ons wel erg aantrekkelijk.  We gingen nog even een wandelingetje maken door de oude binnenstad van Tarifa, een erg aantrekkelijk centrum met veel kleine straatjes en steegjes. Op een gegeven moment zagen we een internetcafé, hier was het toegestaan om m’n eigen “Lappie” aan te sluiten. Wij dus terug om hem op te halen, en inderdaad het lukte mij om deze website te uploaden, fijn dat is gelukt.
Na een broodje en een worst te hebben gekocht in een mercado vertrekken we richting camping Rio Jara dit blijkt een mooie camping te zijn. Jetske en Steven van Zinderen waar we mee hebben afgesproken samen door Marokko te zwerven zijn hier reeds afgelopen.
zaterdag aangekomen en zitten heerlijk in het zonnetje. Eerst hebben we de camper weer een beetje op orde gebracht, vanaf Zuidhorn hierheen hebben we ongeveer 3000 km afgelegd, dus er moet wel het een en ander gebeuren zoals water verversen, toilet legen en kleine reparaties verrichten en natuurlijk zelf een douche nemen. De rest van de dag gebruiken we om lekker met Jetske en Steven bij te kletsen. Zij hebben hun tijd ook goed besteed want ze komen met een nog lagere prijs voor de ferry. Vanaf Algeciras > Ceuta retour moeten we € 190,= betalen. Dat is nog weer eens 110,- euro minder. Vermoedelijk is dit wel te danken aan de tijd van het jaar. Er is veel minder aanbod en toch vaart de ferry en dus worden er gevochten tussen de maatschappijen om klanten. Voor ons is dat mooi meegenomen.

26 September.

Teruggereden naar Algeciras kopen we de tickets voor de ferry van 12.00 uur. In  35 minuten varen we op de nieuwe catamaran over naar Ceuta. De weg door Ceuta richting Tetouan wordt slecht aangegeven maar uiteindelijk komen we toch op de kustweg N13 uit. Hier is dan ook de grenspost met Marokko want Ceuta is een  Spaanse enclave. We worden direct besprongen door allerlei jongens en mannen in jurken die de papieren voor ons willen regelen. Maar we hadden al papieren gekregen in Algeciras en daarmee konden we door de Spaanse douane heen. Maar honderd meter verder kwamen we voor de loketten van de Marokkaanse douane te staan. Ook hier was het weer een chaotische toestand, met mensen met uniformen en daartussendoor weer die actieve behulpzame mannen. De douaniers deden eigenlijk weinig voor ons, we moesten uiteindelijk met de paspoorten naar het ene loket en met de autopapieren naar een andere daarna met de daar verzamelde gegevens en papieren naar een derde loket. Door onze onwetendheid met de procedure en de weinig actieve opstelling van de officiele mensen werden we toch uitgeleverd aan het informele circuit. Het bleek echter toch niet zo slecht te zijn, je werd door hun van loket naar loket geloodst en ze assisteerden met het invullen van de papieren. Uiteindelijk heeft de gehele grensovergang ons niet meer dan een half uur gekost. Ik heb de man drie euro gegeven voor z’n werk wat waarschijnlijk toch te veel was want Steven bleek het met 1 euro ook voor elkaar gekregen te hebben.
We volgen de kustweg en zoeken een plaatsje om ons broodje te gaan eten, maar het blijkt moeilijk om bij het water te komen zodat we uiteindelijk in de schaduw van een paar bomen parkeren. Op ons klokje is het inmiddels half drie geworden maar de Marokkaanse tijd is 2 uur vroeger, feitelijk is het dus nu voor ons nog maar half een. Na het eten besluiten we samen om naar Tetouan te gaan om de stad te bekijken en daarna een camping aan de kust te zoeken. In Tetouan vragen J&S , die vandaag voorop rijden, de weg naar het centrum en een parkeerplaats aan een paar mannen op een scooter, deze begeleiden ons de halve stad door naar de medina, waar ons buiten de poort een plaatsje word gewezen waar we vanmiddag voor een euro mogen staan. Hier vandaan lopen we door een wirwar van kleine straatjes de medina in. We kijken nog even binnen in een werkplaats waar een paar jongetjes oude kastjes met ingelegd paarlemoer schoon staan te schuren, zezijn erg vriendelijk en hebben er schik in als we hen op de foto zetten. Een man dringt zich op om als gids ons de medina te laten zien, met zeer veel moeite kunnen we hem uiteindelijk van ons afschudden. Vervolgens lopen we een andere man tegen het lijf die ons zijn familie paleis, het kost ons niets zegt hij want hij is rijk en wil alleen maar reclame maken voor Marokko. We gaan dus met hem mee, z’n paleis is inderdaad schitterend. Midden in een overkoepelde  binnenplaats is een restaurant ingericht. Het is prachtig mooi met ingelegde en beschilderde panelen aan de wand, kleine balkonnetjes en prachtige antieke voorwerpen. We drinken hier een glas gloeiend hete en mierzoete munt thee. De eigenaar heeft 14 jaar in Duitsland  en heeft daar farmacie gestudeerd, hij heeft hier ook een apotheek die we ook nog gaan bekijken.hij weet ons veel over de diverse kruiden en smeerseltjes te vertellen. Een daarvan blijkt een uitstekende remedie tegen rugpijn te zijn. Steven wil dat wel eens uitproberen, ahmed wordt geroepen en even later ligt Steven op een harde bank en wordt z’n rug gemasseerd met dat smeerseltje. Hij vind het heerlijk en even later ben ik zelf ook aan de beurt. Jetske laat haar nek masseren maar Gep weigert de behandeling, ze heeft nog maar kort geleden haar sleutelbeen gebroken en durft de behandeling nog niet aan. Daarna worden we meegetroond naar een andere activiteit van de man en belanden we in een tapijt winkel. Ook hier krijgen we natuurlijk de gebruikelijke munt thee aangeboden. Daarna volgt een uitgebreide explicatie over de kwaliteit van de aangeboden tapijten, uit hoeveel knopen ze bestaan hoe goed de wol wel niet is, waar ze gemaakt zijn en hoelang de vrouwen er over doen om de kleden te knopen.
Jetske is gecharmeerd van een mooi kleed(je) ze weet de prijs van 350 euro terug te drijven naar 75 euro. We worden door het doolhof van straatjes terug begeleid naar onze campers, tijd om de camping op te zoeken. Zeven kilometer verder aan de kust in Martil blijkt de camping municipal een gribus te zijn waar alleen een paar zwervers huizen en met afgrijselijk vieze toiletten we vertrekken dus gauw en enige km verderop vinden we camping Alboustane deze ziet er beter uit en we besluiten hier te blijven.

27 September.

In Martil probeerden we in een souk nog brood te kopen, maar we zijn er weggevlucht, een afgrijselijke vieze Bedoening, vergeven van de vliegen en met bergen afval op de looppaden. Terug naar Tetouan en dan via N2 naar Chefchaouen. Ca. 70 km is dat geen lange tocht dus. Overal zien we de marokkaanse vlagen langs de weg en hoe dichter we bij Chefchaouen kwamen hoe meer vlaggen. Op het laatst zo ongeveer om de honderd meter. Ook zeer veel politie en militairen zagen we aan de kant staan. Op een gegeven moment stonden we ergens voor een koffiestop en kwamen we in gesprek met een agent en die vertelde dat koning Mohamed II in aantocht was, hij zou Chefchaouen bezoeken en daarna doorrijden naar Tetouan. Echt honderden agenten en militairen waren daar voor in touw. In Chefchaouen wilden we de afslag naar de camping in gaan maar daar werden we eerst tegengehouden maar toen we vertelden dat we op de camping wilden overnachten mochten we door. Op de camping,die hoog boven de stad gelegen is, bleek dat het gehele vlakke gedeelte in beslag was genomen voor grote militaire tenten. Zeker 15 tenten voor 50 mensen stonden daar, binnenin waren ze geheel behangen met tapijten. We moesten via de achteringang naar binnen. Wat Steven wel lukte met z’n Hymer maar ik kon de draai niet krijgen. Dus toch maar zig-zag tussen de grote tenten door en vervolgens heen en weer tussen de bomen door naar een vlak plaatsje. Toen we ons hadden geïnstalleerd hebben we een taxi genomen naar het stadje. Maximaal 3 personen mogen er in zo’n taxi dus namen we er twee. Voor 15 dirham (1,5 euro) werden voor de medina afgezet. Chefchaouen  is gebouwd in de kom tussen twee bergen. Steile, smalle straatjes met wit en indigoblauw gekalkte huizen, kleine pleintjes en gebouwen met rijkversierde deuren en rode dakpannen. Kortom een heerlijk oord om rustig in ronde te kuieren. Op Place Uta el-Hammam dronken we een glas muntthee  waarbij we een prachtig uitzicht hadden op de kasba met zijn muren van rode aangestampte aarde met kantelen en bastions. Wat ons opvalt is dat de mensen hier in Marokko zo vriendelijk zijn en dat je erg gemakkelijk contact kunt leggen. Maar iedereen wil graag iets aan je verdienen, aandringen doen ze wel maar toch niet op een vervelende manier. Als je iets speciaals zoekt, wat ze zelf niet hebben, willen ze je met alle plezier naar een neef of broer brengen die je wel van dienst kan zijn. We moeten het echt nog leren om ze op een vriendelijke manier af te poeieren. Voor een paar dirhams eten we een heerlijke maaltijd op een terras van een authentiek Marokkaans restaurant waarna we ons met een taxi terug laten rijden naar ons legerkamp.

28 September.

Ouazzane is ons volgende doel, we rijden wat door het stadje op zoek naar een bakker. Een paar marokkanen rijden voor ons uit om de weg te wijzen. Uiteindelijk beduid hij ons op hem te wachten, en gaat hij de souk in om te kijken of er brood te koop is, hij komt terug met 4 heerlijke, nog warme, broden. Van betaling wil hij niets weten dat is een geschenk van Marokko zegt hij, want hij heeft 6 jaar in Rotterdam gewerkt. Heerlijke mensen,toch? We besluiten door te rijden naar Meknes. Naast de brug over de rivier Ouerrha eten we ons broodje. Het lijkt of de kleine jongetjes hier aan de bomen groeien want binnen 5 minuten staan er wel 15 van die kleine lawaaischoppertjes om ons heen, wat rolletjes NKC pepermuntjes uitgedeeld, maar dat is nooit genoeg, ze werden irritant en opdringerig. Waarop we de telefoon pakten en hen vertelden dat we de politie gingen bellen, en daar stoven ze heen.
Volubilis is een Romeinse stad nabij Moulay-Idriss. Een uurtje lopen we hier rond tussen de opgravingen. We bekijken prachtige mozaïeken en overblijfselen van gebouwen en tempels. Het gehele complex bekijken we niet want we zijn laat en ze gaan sluiten, toch hebben we er een goede indruk van gekregen. In het donker rijden we Meknes binnen en naar enig zoeken vinden we de camping.

29 September.
Het is vrijdag en dus staat hier in dit moslem land alles op een laag pitje, veel restaurants zijn gesloten maar de museums zijn wel open. Dus gaan we na een rustige morgen op de camping aan de wandel naar het centrum. Toch is het daar nog redelijk druk in de medina. We bekijken er het museum Dar Jamai. Het is niet erg groot en hebben het dan ook in een half uur bekeken. De portier wil ons nog wel even door de medina gidsen, en brengt ons naar een erg aardig winkeltje waar prachtige oude en antieke spulletjes worden verkocht. Het is een heerlijk snuffelwinkeltje, Gep komt dan ook met een aardig, piepklein, theepotje en een armbandje weer naar buiten. Als we terug zijn op het grote Place el-Hedime is het daar veel drukker geworden. Overal vormen zich groepjes mensen om kruiden verkopers, verhalen vertellers en andere onduidelijke figuren. Bij een broodmagere en wel twee meter lange donkere kruiden verkoper blijven we een tijdje kijken, hij praat maar en praat maar door op een wat ruzieachtige wijze. Een leguaan aan een touwtje wil steeds bij hem weg lopen maar net op tijd trekt hij hem aan een touwtje weer terug. Op een gegeven moment gaat hij op z’n rug liggen en legt z’n benen achter in de nek terwijl hij zich zelf voor de billen slaat. Komische man. Met een karos laten we ons terug rijden naar de camping om pannenkoeken te bakken, de restaurants zijn immers allemaal gesloten.

30 September.
Het is maar 65 km naar Fes, ons volgende doel, we gaan rustig aan de rit. Eerst inkopen doen bij de Marjane, de camping af onder de poort door linksaf volgende poort door
rechtsaf bij stoplicht rechtsaf, daarna twee stoplichten verder linksaf, deze weg volgen tot rotonde en dan zie je Marjane rechts. Als we Fes binnenrijden vraag ik aan een jonge man op een brommer hoe we bij de camping komen. “Follow me” zei hij. Tot aan de camping bleef hij voor ons rijden, zeker 15 km door de gehele stad heen. Aan de zuidkant is een groot sportcomplex waar ook de camping is gevestigd. Het is een Moderne camping met veel (kleine) bomen, waardoor je toch enige schaduw hebt. Als ik de jongeman 10 dh aanbied voor zijn hulp weigert hij echter geld aan te nemen. Als we verder met hem in gesprek komen zegt hij dat z’n broer officieel gids is van Fes. Met hem regelen we dat we deze middag met die broer, Thami , een rond wandeling gaan maken door de medina.
Thami blijkt een reuze aardige man te zijn, hij begeleid ons op een heel prettige wijze door de medina. Hij verteld ons veel over de gebouwen de moskeeën, riads en geschiedenis van de stad. Maar eerst rijden we naar een keramiek atelier. Hier kijken we hoe vazen en schalen worden gemaakt en met de hand worden beschilderd. Ze worden in een enorme grote oven, die met het residu van de olijven persen wordt gestookt. Grote zwarte rookwolken drijven daardoor over de stad. Er worden ook kleine tegels gebakken die door een aantal mannen vervolgens met beitels tot kleine figuurtjes worden bekapt. Van die stukjes worden vervolgens prachtige mozaïeken gemaakt voor o.a. Tafelbladen en fonteinen. Thami is een officiele gids en die zijn verplicht om ons ook bij een coöperatieve tapijten winkel brengt. Natuurlijk worden we daar eerst voorzien van muntthee en ondanks onze uitdrukkelijke mededeling dat we beslist geen tapijt zouden kopen werd er toch een uitgebreide explicatie gegeven en een stapel tapijten voor ons uitgerold. “keep smilling” zegt Thami en inderdaad met een lach en een grapje op z’n tijd bereik je hier veel. Het is druk hier in de medina, we wandelen door de smalle straatjes met de kleine winkeltjes daarin een gekrioel van in djellaba geklede mannen en vrouwen. Zwermen kleine kinderen en zwaar beladen ezels kruisen ons pad. De sfeer is erg ontspannen, vriendelijke mensen, misschien komt het doordat we met de gids lopen maar we worden nagenoeg niet lastig gevallen door de kooplui. Op een klein pleintje staat een handelaar met een handkar vol met woestijn vijgen. Hij schilt er een paar voor ons af om te proeven, ze zijn heerlijk, het heeft wel wat van Kiwi’s. Uiteraard bezoeken we de leerlooierijen, (chouara). We worden naar het dakterras begeleid. Maar eerst krijgen we een takje munt in de hand gedrukt die we onder de neus gedrukt houden vanwege de stank. Vanaf het dak hebben we een prachtig overzicht op de kuipen waarin de huiden worden gelooid, gespoeld en vervolgens geverfd. In de winkel ontdekt Gep het rugzakje waar ze al jaren naar heeft gezocht. Na een harde onderhandeling word ze voor 300 dh eigenaar. Ook een weverij gaan we bekijken en ook daar lukt het haar om iets moois te vinden, een kleurig kleed voor over ons bed thuis.  Tegen zessen laat Thami ons achter in een riad (hotel annex restaurant) het is prachtig ingericht, hier word ons een marokkaanse maaltijd geserveerd. Het smaakt ons uitstekend, vooraf Hariri (soep) met een heerlijk zoet met duivenvlees gevuld broodje dat je samen met vijgen en dadels bij de soep moet eten. Tajine van kip, olijven en ingelegde citroen op smaak gebracht met koriander, saffraan en komijn. Diverse salades daarbij, Chebakyas, stukjes gebak met een laagje honing en Briouats, driehoekjes van bladerdeeg met amandelen. En natuurlijk niet vergeten de schaal met couscous. Als nagerecht diversen soorten fruit. Schijfjes sinaasappels met kaneel, meloen en granaatappel. inclusief de drankjes moesten we met ons vieren maar 900 dh betalen, geen geld voor zo’n heerlijk diner. Het betekende overigens wel dat we eerst de medina weer in moesten om dirhams te gaan pinnen, een zoontje van de eigenaar bracht Jetske en mij door de steegjes naar de bank, een wel heel aparte belevenis om hier in het donker door heen te lopen maar onveilig hebben we ons niet gevoeld.


1 Oktober.
Opnieuw is het zondag, wat gaat de tijd snel. We blijven heerlijk op de camping, relaxen en wat aan lummelen.
Vierde week
2 Oktober.

Na enig zoeken vonden we in een buitenwijk van Fes niet ver van de camping een internet café, hier mocht ik mijn laptop aansluiten zodat ik deze site kon uploaden.  Tevens via MSN een gesprek met fred gehad, hij zag dat we online waren. Leuk om zo even vanuit Marokko met je zoon te chatten en ook nog z’n hoofd even te zien. Ik heb m’n webcam niet bij me helaas, ideetje voor de volgende reis. Ook nog even op skype gekeken maar daar was niemand online. Een uurtje op internet koste ons 4 dh = € 0,40.
Vandaag willen we richting Midelt rijden. We kiezen de weg via Ifrane en Azrou. Bij Ifrane maken we een omweg via Michliffen om over de Tiz-n-Tretten pas te rijden. Van een pas vernemen we niet veel, hij is niet erg hoog en de weg is prima. Boven maken we een lunchstop en vanzelfsprekend komt daar weer een mannetje met z’n handel bij ons zitten, hij is niet erg vervelend of opdringerig maar hij slijt toch enige kettingen en andere snuisterijen aan de onze vrouwelijke medereizigers. Hoe kan het ook anders.
Een paar kilometers voor Azrou rijden we de “Foret de Cedre” in om een cederboom van 900 jaar oud te bekijken. We komen echter 3 jaar te laat, toen is hij namelijk overleden. ‘T is overigens nog wel de moeite waard, het is namelijk nog wel een gevaarte met al die kale takken. Tussen en op de souvenir stalletjes zitten allemaal kleine en grote makaken, een soort aap. Je kunt ze met de ha
nd voeren zo mak zijn ze. Als ik van een kleintje op een dak een foto wil maken springt hij plotseling in een tak vlak boven m’n hoofd, ik schrok me wezenloos. Als we via Timahdite door rijden vinden we midden in de woestenij een hotel met een mooie zindelijke camping. We zijn dan nog 15 km voor Midelt maar besluiten toch maar hier te blijven, met de hitte en de 220 km in de benen, hadden we er ook wel genoeg van. Daarnaast waren zowel Steven als ik niet zo lekker op de maag, waarschijnlijk iets verkeerds gegeten of gedronken. De weg voerde via een nogal saaie hoogvlakte met hier en daar een hutje of een tarp en natuurlijk volop ezeltjes.

3 Oktober.
De magen van de heren zijn vanmorgen nog behoorlijk van streek, en omdat Steven er ook nog eens behoorlijk beroerd bij is zijn we vandaag op de camping gebleven, dus veel is er niet te vertellen behalve misschien dat de vliegen hier niet prikken maar wel geweldig irritant zijn. Terwijl Gep aan het afwassen was vloog er een vuurvliegje tegen de hor van het raam met als gevolg een groot gat er in gebrand.

4 Oktober.

We zitten hier op de grens tussen de Hoge- en Midden-Atlas. Veel stalletjes met fossielen en mineralen langs de weg, maar ook zeer veel met alleen maar appels. Soms alleen maar met 1 kist. De koopman is dan vaak in geen velden of wegen te bekennen. We rijden door Midelt, wat een saai garnizoen stadje is. Het ligt op 1500 meter hoogte op de helling van de 3737 m hoge Jbel Ayachiwe  we rijden dan ook al gauw tegen de Tagalm pas op. Het landschap veranderd hier snel, Waren het eerst gladde heuveltoppen om ons heen nu worden

De kammen van de bergen ruiger tegen de lucht afgetekend. Ook de dorpjes  links en rechts van de weg verschillen nogal van wat we tot nu hebben gezien, een stelsel van lage platte huizen met een deur en een enkel raam, ze zijn nauwelijks te onderscheiden van een stal. Toch wonen er mensen in, ook al zien we er weinig. Behalve tijdens het middaguur, dan zijn er onvoorstelbaar veel kinderen op en langs de weg op weg naar school
De rivier de Ziz ontspringt in de Atlas en baant zich een weg door een nauwe kloof. Langs de weg liggen een paar versterkte dorpen en oude forten van het vreemdelingen legioen. Deze kloof was een natuurlijke barrière naar het zuiden. De legionair’s hebben hier een tunnel uitgehakt waarmee ze een route naar het zuiden hebben gecreëerd. Na de kloof rijden we langs een groot stuwmeer, maar een leuk plekje aan het water vinden is er niet bij dus besluiten we door te rijden naar ons doel de camping Source
Bleue Meski. Maar eerst rijden we nog door Er-Rachidia, deze garnizoen stad is niet erg aantrekkelijk maar lijkt wel redelijk welvarend met veel overheidsgebouwen  en mooie huizen. Van hieruit naar het zuiden zien we ook steeds meer dadelpalmen, waarvan de dadels bijna plukrijp zijn, ze moeten dan nog wel narijpen. Hier en daar worden ze al geplukt want in de stalletjes worden ze al in grote trossen te koop aangeboden. Camping “Source Bleue Meski”  is een verrassing want het ligt in een palmbos. Een bron, die in wezen de rivier de Ziz is, deze stroomt hier een stuk onder de grond, komt uit een grot aan de voet van een rots wand en vormt daar een natuurlijk zwembad. We staan met de campers onder de dadelpalmen. We horen dan ook regelmatig een rijpe op het dak vallen. We maken al gauw gebruik van het permanent 21 graden water van het zwembad. Dat is heerlijk verkoelent, het was een dan ook een erg warme dag. Er staat hier op de camping ook een groep Duitse camperaars van Siwa reisen. We hebben een interessant gesprek met de reisebegeleiter Siggi Wagner, hij is tevens eigenaar van Siwa reisen. In de avond hebben ze een diner met africa musik op het terras. Dit terras is erg mooi gelegen onder een hoge overhangende rots. Wij gaan er later op de avond ook nog een tijdje bijzitten. Het is een aardig orkest van 8 man uit de kasba Meski.

5 Oktober.
Vandaag blijven we lekker onder de palmbomen luieren en zwemmen in het heerlijke heldere water, waar ook een enorme school forellen in blijkt ze zwemmen. We staan weer alleen op de camping want de Duitsers zijn vanmorgen verder getrokken. Ook een Engels echtpaar die we al op een paar plaatsen hebben getroffen zijn vertrokken. Tegen de avond maken Gepke, Jetske en ik nog een wandeling door de vallei naar de vervallen Kasba aan de overkant. We lopen hier onder de palmbomen en tussen de velden met worteltjes, mais en andere gewassen. Deze kasba aan de zuidkant van de kloof is ca. 60 jaar geleden verlaten en de bruikbare materialen zijn gebruikt om een nieuwe kasba te bouwen boven de camping. Het bestaat ui
t alleen maar puinhopen en stukken muur die nog overeind staan, niet erg aantrekkelijk maar toch wel leuk om het eens te bekijken. Gepke heeft nog een marokkaanse gitaar(tje) gekocht met een antiek berber kompas die als sieraad om de nek kan worden gedragen.

6 Oktober.
Op naar de sahara. Vandaag nemen we de weg naar het zuiden van Marokko. De Ziz stroomt hier door een diepe vallei in zuidelijke richting. Het grootste gedeelte rijden wij dan ook door de palmbossen want daar staat die vallei helemaal mee vol. In de buurt van Borj-Yerdi zien we rechts van de weg plotseling een natuurlijk bron, het water spuit wel twee meter omhoog en is aan de omliggende grond te zien behoorlijk ijzerhoudend. Vlak voor Erfoud bezoeken we een grote expositie van fossielen en mineralen, we komen er met een paar mooie aankopen weer uit. Ik heb een mooie tand van een Mosasaurus gekocht en Gep een steen met lagen malachiet en een fossiel van een zeeanemoon.
In Erfoud parkeren we de campers in een zijstraat en gaan inkopen doen. De plaatselijke super is nog gesloten I.v.b.m. bezoek aan de moskee. Maar we zitten gezellig op het stoepje te praten met met twee Spanjaarden uit Madrid, te wachten tot de winkel open gaat. Een van beiden studeert in Amsterdam en kan al een aardig mondje Nederlands.
Vlak bij onze geparkeerde campers hebben we nog even een piepkleine tegelbakkerij bekeken. De tegels worden hier stuk voor stuk in een pers gemaakt, wel met mooie gekleurde patronen. Heel primitief allemaal. Via Rissani rijden we door naar Merzouga.
Van verte zien we de hoge rode duinen van Erg Chebbi al liggen.
Het laatste stuk door het dorpje Merzouga rijden we over een stuk piste. Er zijn hier veel auberge’s met camping mogelijkheid erbij. Uiteindelijk belanden we in auberge la tradition vlak onder aan een hoog duin. We parkeren onze voorwielen in het rode zand, slepen de stoelen naar buiten en met een glas wijn in de hand voelen we ons gelukkig. Met de hotel eigenaar maken we een afspraak voor een tour met een jeep door de Erg Chebbi. We moeten daar morgenvroeg om 4 uur voor opstaan want we willen de zon op zien komen boven de duinen, dit moet een mooi gezicht zijn dat we niet willen missen.

7 Oktober.

Een lichte klop op de deur zorgt dat we wakker worden om half vijf Onze wekker heeft het af laten weten, toch zijn we nog ruim op tijd om 5 uur rijden we in de jeep met een grote boog naar de andere zijde van de Erg Chebbi. En rijden daar een eind de duinen in, vervolgens wandelen we door het mulle zand over de eerste kleine duinen. Maar al gauw worden ze hoger en na een half uur strompelen, 1 stap voorwaarts en een halve terug glijden, zitten we op 1 van de hogere duinen. We zijn op tijd, want de lucht word steeds roder in het oosten boven Algerije.
We zitten hier maar 25 km van de grens. Het zand is nog heerlijk koel aan onze blote voeten en om ons heen zien we de prachtige contouren van de door de wind gevormde roze duinen. Als de zon na een kwartier boven de kim uitkomt word de gehele omgeving in een warme gloed gedompeld. We worden er stil van,
dit is echt wonderbaarlijk. We blijven foto’s knippen. De zon stijgt snel boven de horizon en wij lopen van het duin af naar een oase die we beneden in het dal zien liggen. Er is een bron en er staat een aantal Tarp’s (bedoeïenen tenten) deze zijn speciaal bedoeld voor toeristen, die hier heen worden gebracht op dromedarissen. Ze blijven hier dan slapen in die tenten. We blijven hier een kopje thee drinken gaan vervolgens terug naar onze eigen jeep. Door de desolate verlatenheid rijden we naar een kwarts mijn. Het stelt niet zo heel veel voor, er zijn een aantal zeer  diepe gleuven in de rotsen uitgehakt, soms wel 15 meter diep. Er is maar 1 jongeman bezig met hamer en beitel stukken rots los te kappen en naar boven te brengen, we horen dat hij hier voor dat zware werk ongeveer 30 dh per dag mee verdiend. Dit is onvoorstelbaar 3 euro voor een dag werken. We trekken nog verder de woestijn in en de gids brengt ons naar een plaats waar we versteende schildpadden vinden. We nemen er een paar van mee, maar ik weet wel haast zeker dat het geen schildpadden zijn, dat zoek ik thuis wel verder uit. Na nog een Afrikaans dorpje en een meer waarin we in de verte een groepje flamenco’s zien staan, rijden we terug naar de auberge waar we een maaltijd krijgen aangeboden in het restaurant. De middag brengen we luierend door bij de camper. Allemaal hebben we nog op een dromedaris gezeten voor een paar mooie foto’s met de duinen op de achtergrond.

8 Oktober.
We waren vroeg uit de veren en reden al snel terug in de richting Ervoud. Hier slaan we af in westelijke richting naar Tinejdad. Het is een vrij saaie weg door de woestijn. Iets voorbij Achouria rijden we langs een grote massa zandhopen links en rechts van de weg, dit blijken echter de schachten te zijn waardoor de mannen vroegen afdaalden naar de khettara’s voor aanleg en onderhoud. Dit zijn ondergrondse kanalen die zeker 15 meter onder de grond zijn aangelegd in de poreuze waterhoudende laag. Deze khettara’s zijn reeds in de dertiende eeuw aangelegd maar doen nu geen dienst meer omdat de grondwaterspiegel te ver is gedaald. Ze zijn nu alleen maar een bezienswaardigheid voor de toeristen. Een jongeman klautert voor ons naar beneden en komt 50 meter verderop plotseling weer boven de grond. Hij verteld dat hier meer dan drie honderd van deze schachten zijn. De dorpjes waar we door rijden zijn hebben aan de weg waar we over rijden allemaal piepkleine winkeltjes en werkplaatsen. Veel daarvan maken stalen hekken en deuren. Anderen maken voor de deur hele kasten en bedden van hout. Veel auto werkplaatsjes, naai atelie
rs en winkels waar gasflessen worden verkocht. De winkels bestaan vaak uit een ruimte met voorin een toonbank over de hele breedte en daarachter schappen langs de wand voor de goederen. Ook veel groente en fruit verkopers zie je er. We kopen een kilo tomaten voor 4 dh, hele mooie tomaten zijn het. Na ongeveer 200 kilometer bereiken we Tinerhir, dat ligt bij de entree van de Todra kloof, ons doel van vandaag. We rijden door het dorp tegen de helling omhoog en zien na 8 kilometer aan de linkerkant hotel “Le Soleil” met een zwembad waar ook een camping aan is verbonden. Na een vluchtige bezichtiging besluiten we hier te blijven, een goede keus want het is schoon, en het zwembad is heerlijk na zo’n warme dag.
Camping “Le Soleil” ziet er schoon en netjes uit, ook het zwembad nodigt je uit voor een duik. Er zijn voldoende toiletten en warme douche’s. Het ligt 8 km de Todrakloof in, gerekend vanaf de afslag in Tinghir. Tel:212 24 89 51 11. Er is gelegenheid voor het vullen en legen van de watertank en chem.toilet.

Vijfde week,
9 Oktober.

Loodrecht zijn de rotswanden waar we vanmorgen tussendoor rijden.De Todrakloof kun je met onze wagen ca 25 km inrijden, dan gaat de weg over in gravel en is dan alleen maar geschikt voor 4WD. Sommige rotswanden zijn wel 300 meter hoog, heel indrukwekkend is deze okerkleurige geologische breuk in het gebergte. We wandelen er dan ook met plezier een stuk doorheen. Oude vrouwtjes met enorme takkenbossen op de schouders willen ons overhalen een foto van hen te maken, tegen betaling uiteraard. Als we foto’s maken van een kudde zwarte geiten, komt onmiddellijk de herder op ons afgestapt en rekent op een paar dirhams. Als we een glaasje gaan drinken op een terras lopen we langs een struik waar gedroogde zaden aan hangen. Ik kan het niet nalaten er een paar van te plukken, er blijken hele mooie boontjes in te zitten, het lijken wel meikevers. We plukken wat trossen en zitten aan het tafeltje de boontjes te pellen. Het is namelijk de bedoeling van onze creatieve dames om hier halskettingen of armbanden van te gaan maken, de ober vindt het maar niks.
De Marokkanen zijn erg vriend
elijk je komt snel met hen in gesprek, maar gedurende het gesprek blijkt al gauw de commerciële achtergrond van die vriendelijkheid. Over het algemeen blijven ze ook wel vriendelijk als je niets van hen wilt kopen, maar soms zijn er uitzonderingen. Dan worden ze pissig en hoor je al heel gauw het irritante “kijke, kijke en niet kope”. We slapen weer op dezelfde camping, nadat we een frisse duik hebben gemaakt in het zwembad.

10 Oktober.
We rijden 55 km verder naar de “Gorges du Dades” deze rijden we enige tientallen kilometers in. Imposante rots formaties, die soms de vorm van hersens hebben, steken uit boven het in cultuur gebrachte dal. De oevers van de rivier de Dades zijn begroeid met zilverkleurige populieren-, vijgen-, amandel- en walnoten bomen. De weg voert door dorpjes en langs kasba’s waarvan enkele mooi zijn gerestaureerd, andere vervallen langzaam tot de stof waarvan ze gemaakt zijn. Helaas wordt er weinig gedaan om deze historische gebouwen te bewaren. koffiedrinken op rustig plekje gaat niet, er zijn namelijk geen rustige plekjes in Marokko schijnt het. In welke woestenij je ook gaat staan. Binnen enige minuten ontstaat er een gestadig groeiende groep kinderen om je heen. Volgens mij is het zo dat als je hier een steen oppakt er een Marokkaantje onder vandaan komt. En heb je ze eenmaal, dan raak je ze ze alleen maar weer kwijt door verder te rijden.
Iets in hun hand leggen heeft geen zin want dan wordt direct de andere hand naar voren gestoken of sluiten ze zich weer achter in
de rij aan. Onderweg naar Ouarzazate doen we in El-Kelaa-M’Gouna inkopen op de plaatselijke groente markt. Dat ziet er erg leuk uit, al die geïmproviseerde tenten met een geweldig assortiment groente en fruit. Hebben de kooplui geen klanten dan liggen ze soms even een uiltje te knappen tussen de peentjes, granaatappels en uien. De dames krijgen het opeens in hun hoofd om voor zo’n slapende man “slaap kindje, slaap” te gaan zingen. Iedereen in de omgeving ligt in een deuk behalve het slachtoffer, die wrijft zich slaperig de ogen uit en kijkt wat bedonderd naar al die lachende gezichten. We lopen maar gauw door, voordat er moeilijkheden ontstaan. Het eerste stuk van de “Vallee du dades” is afwisselend maar het laatste stuk tot aan Ouarzazate is een kale vlakke woestijn. We drukken dan ook het gaspedaal iets verder in zodat we om 5 uur op de camping arriveren.

11 Oktober.
In een hoekje achter in z’n winkel vol splinternieuw antiek staat Hassan stiek
em een sigaret te roken. Steven heeft dat in de gaten en vraagt hem, he….hoe zit dat met de ramadan? st…. zegt hij, ….of ben jij misschien Mohammed? Een Marokkaan die er een grapje van maakt. Hij verteld ons, ook als eerste Marokkaan ook nog even een mop. Waarom hebben Marokkaanse kippen geen bortsjes?  ….omdat de Marokkaanse hanen geen handjes hebben. De shop’s rondom de Taourirt-Kasba zijn rijk voorzien van al die snuisterijen waar de gemiddelde toerist op valt. Er zijn weinig toeristen op de vroege morgen waarop wij hier rond lopen, dus ze hebben alle tijd om ons hun winkels in te sleuren. Echt leuk is dat niet en al gauw vertrekken we weer naar de campers. Maar niet nadat Steven en Jetske een enorme vijzel en stamper, gemaakt van een boomstam hebben gekocht voor een bedrag in dirhams en een lange broek van Wehkamp. Probleem is alleen hoe verstouw je zo’n gevaarte in een doorsnee camper. De weg richting Zagora, ons doel van vandaag, gaat eerst via een stuk steenwoestijn en daarna de pas over de Tizi-n-Tinifift-Tour een kale bergpas met honderden scherpe bochten langs duizelingwekkende afgronden. Na Agdz word de weg wat liefelijker want we rijden hier grotendeels door uitgestrekte dadel plantage’s. Volgens zeggen is dit de grootste dadel plantage van Afrika. Doordat we in Ouazazate veel tijd hebben besteed in het internet café (1,5 uur voor 10 dh) zijn we pas na de middag aan de rit, en rijden we pas tegen 6 uur Zagora binnen. We rijden de stad door en vervolgens over de brug na honderd meter linksaf, een stukje piste en dan rijden we camping “Oasis almier” op. Een goede keus denken we, we staan zeer romantisch onder de palmbomen, er wordt een rieten mat voor onze campers uitgerold, een groot tapijt er tussen in met een tafel en krukjes en even later komen ze met thee en een schaal oliekoeken. Niet te geloven wat een gastvrijheid, en dat voor 4 euro per nacht. Ik vergeet nog te vertellen dat we vandaag onderweg twee maal door een keurige in smetteloos wit geklede heer tot stoppen werden gemaand, ergens midden in de woestenij. Ze stonden midden op de weg zogenaamd met pech aan hun auto, want de motorkap stond open. We waren reeds gewaarschuwd voor deze truc en reden er dan ook met een boog omheen.

12 Oktober.
Het beroemde bord “52 dagen naar Tombouctoo” (per kameel) in Zagora mag natuurlijk niet ontbreken in onze foto galerij. In alle standen worden dan ook foto’s gemaakt van deze “tourist trap”. 100 km kunnen we met onze campers nog doorrijden naar Mhamid. Deze laatste oase voor de Sahara willen we bezoeken omdat hier de asfaltweg eindigt. We kunnen niet verder. Het stadje ademt e
en exotische sfeer uit met de lage lemen huizen en de ongeplaveide hoofdstraat.
Overal liggen mannen in de schaduw te luieren en kleine kinderen rennen achter ons aan bedelend om een stylo of een bonbon. Hier zijn we inmiddels wel aan gewend. Het was een lange warme dag en de koude douche op de camping was dan ook heerlijk. Na het eten hebben we nog even in het donker gewandeld in de omgeving. Op he
t kruispunt even voor de camping blijkt een soort museum annex winkel te ze zijn gevestigd. Ze hebben daar werkelijk onvoorstelbaar mooie spullen, we kijken er onze ogen uit, echt de moeite waard. Wel is het zo dat we in de laatste zaal natuurlijk de onvermijdelijke tapijten verzameling mochten aanschouwen. Hier waren we al een paar keer ingetrapt maar vandaag even niet. We stonden dan ook al gauw weer op straat. Toch is het een aanrader om eens door al die vertrekken te lopen.

13 Oktober.
Vanuit Zagora terug naar Agdz en vandaar nemen we de woestijn weg richting Tazenakht. We rijden dan langs de grootste mangaan mijn van Marokko in Bou-Azzer. Rondom de mijn is een complete krotten wijk gebouwd. We zien weinig activiteiten, de meeste mijn werkers zullen nu wel onder de grond werken. We rijden niet door naar Tazenakht maar nemen de R111 door de ruige bergen naar Foum-Zguid, waar we gaan tanken want de komende 200 km zal dat niet meer mogelijk zijn en in de woestijn zonder diesel lijkt ons nou niet een pretje. 382 km vandaag bij een temperatuur van zo rond de 35 graden met af en toe een zuchtje warme wind door de ramen, we zullen het weten hoor dat het heet is in de Sahara. In Tata vinden we een plaatsje op de camping Municipal, midden in de stad. Het is een redelijk grote camping die bestaat uit 1 grote betonplaat. Het eerste wat we doen is natuurlijk een douche nemen en daarna zaten we in de luie stoelen buiten de campers. Het duurde dan ook geen vijf minuten of we sliepen alle vier.

14 Oktober.

Opnieuw een lange dag in de dessert ruim 300 km naar Guelmim. Voortijd draaien we af naar Abeina, hier moet een mooie camping zijn bij het thermaalbad. Na veel zoeken vinden we dat dan ook het is op een binnen
plaats bij een hotel. Het is schoon en netjes alleen de toiletten zijn een afknapper. Vies en vol zwerfvuil, we rijden door naar Guelmim waar we de weg vragen naar de plaatselijke camping, de man stelt ons voor om ons er heen te begeleiden op z’n brommer. Door allerlei sluip weggetjes loodst  hij ons door de stad naar het plaatselijke hospitaal, daar tegenover is de camping. Het ziet er geweldig uit heerlijk onder de bomen en met veel bloemen, echter hij verteld dat er vanavond een grote groep Marokkanen feest komt vieren en dat dat wel tot vier uur in de ochtend kan duren. Onze gids weet nog wel een camping in Ait-Bekkou 15 km oostelijk van Guelmim.hij rijd met Steven en Jetske in de camper mee om de weg te wijzen en wil met een taxi terug naar huis. Hij begeleid ons naar een hotel waar we op de parkeerplaats kunnen blijven. Hassan is een werkeloze leraar Frans en spreekt ook uitstekend Engels Hij verteld ons veel over het dorp en z’n bewoners, o.a. Dat z’n zuster hier woont en dat hij er zelf ook een grote tuin heeft. Maar tevens verteld hij dat hier een oude kasba is die eigendom is van de thouarec’s uit Dakhla. 1 maal per jaar komt een groep met kamelen hier naar toe voor 3 a 4 week om handel te drijven, kamelen te verkopen en handelswaar mee terug te nemen naar Dakhla. Op dit moment zijn ze hier ook aanwezig, Hassan bied aan er met ons naar toe te gaan, we namen dat voorstel aan. We drinken in het hotel, waar de deelnemers van de Parijs-Dakar race ook 2 dagen doorbrengen, een heerlijke koude cola. Hierna neemt Hassan ons mee door het wirwar van straatjes en paadjes tussen de ommuurde akkers en tuinen. Het is een lange wandeling, maar erg interessant. We moeten af en toe over irrigatie kanaaltjes springen en we zien de granaatappels aan de bomen hangen. We lopen eerst nog even bij het huis van z’n zuster langs om kennis te maken. Een aardige vrouw en erg gastvrij, volgens Hassan is ze nooit naar school geweest. Het huis bestaat uit een aantal vertrekken met een halve meter dikke lemen muren. Het ziet er simpel maar keurig onderhouden uit. We mogen wat foto’s maken en doen dat dan ook graag. Je krijgt niet zo gauw de kans om zo’n gezin in hun eigen omgeving te zien. Na nog een behoorlijke wandeling naar de Kasba worden we daar binnen genodigd door Mohamed Nhabib. Een in een prachtige blauwe djellaba en witte tulband geklede thouarec. Hij gaat ons voor naar de binnenplaats waar een berber tarp staat opgesteld. We moeten onze schoenen uit doen en gaan zitten op de kussens die op de met tapijten beklede vloer liggen. Met behulp van Hassan als tolk verteld hij ons over de gebruiken van z’n volk. Mohamed is een humoristische man met innemende lachende ogen en we vermaken ons dan ook kostelijk met z’n spontane reactie’s. Het gesprek gaat soms zeer diepgravend en af en toe als hij het roerend met ons eens is, vliegt hij ons gillend om de hals, om ons links en rechts te zoenen. Dan weer zit hij te wippen op z’n kussens alsof hij op z’n kameel rijdt.Vanzelfsprekend komt hij al snel met de traditionele thee op de proppen. We noemen dit inmiddels “Lange Thee” omdat de thee vanaf een halve meter hoogte in de minuscule glaasjes worden geschonken. Het is een heel ritueel dat thee zetten, in de theepot met heet  water wordt munt en thee gedaan. Vervolgens wordt er met een koperen hamertje brokken suiker van een grote kegel suiker afgeslagen dat ook in de pot gaat. Na een tijdje word er wat thee in een glaasje gegoten en geproefd, is het niet zoet genoeg dan gaat er weer een brok suiker bij, totdat het voor Marokkaanse begrippen klaar is. Dat betekend mierzoet. Als het ritueel van thee drinken achter de rug is gaan we over op zaken doen. De onvermijdelijke tapijten worden tussen ons uitgerold en er wordt uitleg over gegeven. Daarna graait hij uit de grote schatkist die achter hem staat, een keur van sieraden en prachtig bewerkte wapens en met kamelen botten ingelegde sieraden kistjes en spreid die uit op de tapijten. Als we ergens in zijn geïnteresseerd zijn mogen we dat in een mandje doen en zal er natijd over worden onderhandeld. Er zijn werkelijk prachtige zaken bij en dus gaan de meisjes overstag en worden de mandjes gevuld. De rest gaat terug in de schatkist daarna begint het onderhandelen. Enige halskettingen veranderen na stugge onderhandelingen van eigenaar. Tussen de presentatie door krijgen Steven en ik nog een mooie blauwe tulband om ons hoofd gedrapeerd en Gepke en Jetske krijgen een mooi geborduurde djellaba aan. Het is inmiddels aarde donker geworden en Mohamed heeft een aantal kaarsjes aangestoken, het lijkt wel een story uit duizend en een nacht. Dan volgt nog de wandeling terug in het aarde duister over de paadjes naar de campers. Hand in hand lopen we als ganzen achter Hassan en Mohamed aan. Mohamed had in z’n hele leven nog nooit een camper gezien en wilde graag mee komen kijken. Bij Steven en Jetske werd het toen nog een gezellige boel. De heren hadden honger en dorst want wegens de Ramadan hadden ze de gehele dag niets gegeten. Hassan luste wel een pilsje en Mohamed hield het maar bij jus de orange. Jetske kwam vervolgens met roggebrood met kollumer kaas op de proppen dat ging er ook uitstekend in. Zelfs de “Fryske Molkwarder Reepkoeke” ging met smaak naar binnen. Wij, maar ook zij hebben een geweldige avond gehad.

15 Oktober.
Na twee lange warme dagen willen we vandaag niet al te ver rijden, maar eerst gaan we nog even thee drinken bij de zuster van Hassan en het huis bekijken. We ontmoeten daar ook haar 2 dochtertjes. Thee drinken en haar zelf gebakken brood proeven dat we afbreken van het grote brood, in de honing of olijfolie dompelen en dan in de mond steken.
Via Guelmim rijden we naar Sidi Ifni aan de kust van de Atlantische oceaan. Onderweg door de bergen rijden we tussen enorme plantages met cactussen waar de vruchten rijp aan hangen. Steven en ik weten dat ze lekker zijn en plukken met de blote handen een paar en schillen ze af, met als gevolg dat onze handen vol met afgebroken naalden komen te zitten, dat word een heel gepeuter met een pincet om ze weer kwijt te raken. Afgeschild smaken de sappige
vruchten erg lekker, het lijkt een beetje op Kiwi’s.
In Sidi Ifni strijken we neer op camping “Il Barco” we kijken hier uit over de oceaan en het is heerlijk koel en  nu dus eens geen vliegen. De eigenaar van El Barco heeft jaren in Nederland gewoond en doet z’n uiterste best hier een goede camping van te maken. Er wordt druk gewerkt om het terrein geschikt te maken voor de wat meer eisende toerist, echt een aanrader.

Zesde week.
16 Oktober.

Lekker  luieren op de camping, dekens uitkloppen en luchten en natuurlijk de was doen. Vrouwelijke instincten waar je niet tegen in moet gaan. Nou ja, een paar dagen hier in Sidi Ifni komt ook ons wel van pas. Het is heerlijk koel en toch kun je in de korte broek zitten zonnebaden. In de middag maken we een wandeling door het dorp, bezoeken de schaarse winkeltjes en de markt.Gep koopt daar voor € 4,= een paar mooie leren sandalen. En we nemen een portie sardines mee voor het avond eten € 0,30 voor een maaltijd vis, kom daar in nederland eens om. Ook kopen we nog een zak vol cactusvruchten voor een paar cent bij een zeer verlegen koopman, die zo in een zeerovers film kan figureren, twee bruine tanden steken links en recht over z’n onderlip, gelijk een sabeltijger. De naalden zijn er al van de vruchten af en doorgesneden lepelen we ze leeg. Heerlijk sappig. Terug op de camping schieten 2 mannen ons aan ze willen de beschadiging van de bumper van de camper voor mij repareren, na wat onderhandelingen maken ze dat klaar, niet voor de gevraagde 700 dh maar voor 200 dh. Ze maken er een goed stukje werk van en ik ben tevreden met het resultaat. Met een lange strandwandeling en daarna een maaltje sardines op ons bord besluiten we deze luie dag.

17 Oktober.
Weer een luie dag, de laatste want morgen trekken we weer verder is de bedoeling. 4 of 5 internet café’s zijn er hier in Sidi Ifni, maar om 10.00 uur is er nog niet een open, we lopen dan ook maar even door naar de markt om nog wat inkopen te doen. In een piepklein winkeltje ontdekken we Argana olie. 130 cc voor 50 dh dat is niet duur dus we kopen een flesje. Nog wat andere inkopen in een superette, heerlijk ouderwets winkeltje met volle schappen tot aan het plafond. Het lijkt of het leven hier 50 jaar stil heeft gestaan. De gekste zaken zijn hier te koop, heel leuk om er wat rond te kijken. Het is overigens ook leuk om hier op de markt en in de kleine straatjes om je heen te kijken. Poppetjes kijken is altijd al een hobby van ons beiden geweest. Sidi Ifni is een voormalige Spaanse enclave en de Spaanse overheid gebouwen geven het slaperige stadje nog steeds een Spaans aanzien. Het is aan alle kanten omgeven door het bruinrood granieten rotslandschap, dat in de avondzon mooi afsteekt tegen de diepblauwe hemel.

18 Oktober.

Zachtjes tikt de regen op ons camper dak, de eerste regen in deze vakantie. Een grauw wolkendek hangt over de oceaan. Langs de kust rijden we naar Tiznit, de zilverstad. Het landschap is dor en droog maar dichter bij Tiznit word het heuve
lachtig en zien we weer grote velden met cactussen waar vele rijpe vruchten aan hangen. De toegangsweg van de stad is een brede boulevard, waaraan moderne huizen staan. Op een parkeerplaats buiten de muur van de medina parkeren we de campers waar een wrakke oude man voor 10 dh een oogje in het zeil zal houden. Onder de poort door lopend staan we meteen in de drukte. We worden natuurlijk direct belaagd door hardnekkige verkopers. Als ik belangstelling toon voor grote, amber kralen, gaat dat kennelijk als een lopend vuurtje voor ons uit door de medina, want als we verder gaan laten vele winkeliers mij hun voorraad zien. Ik heb echter allang begrepen dat echte amber hier ook schrikbarend duur is. Mijn bedoeling is ze te verwerken in een door mij te maken “side table” maar daar moet ik dan maar een andere oplossing voor gaan zoeken. € 620,= voor 7 grote kralen vind ik toch te veel, ook al kan ik de prijs misschien wel met 60 % naar beneden krijgen, dan toch. Als troost koop ik maar een paar prachtige kanariegele Marokkaanse puntsloffen voor thuis. Gep vind ook nog een mooie zilveren ketting die mooi bij haar Berber kompas past, dus zij is ook weer gelukkig. We besluiten hier niet te blijven, maar door te rijden naar Tafraout, 108 km verder de bergen in. We rijden door een ruig berglandschap en gaan de 1100 meter hoge Kerdous pas over. Prachtige uitzichten hebben we hier in de  dalen waar kleine gehuchtjes in de diepte liggen. Het weer is gelukkig wat opgeklaard, het is weer droog en af en toe zien we de zon. De laatste 10 km voor Tafraout veranderd het landschap spectaculair, de huizen lijken hier aangeplakt tegen de afgeronde rode rotsen. De bergen zijn hier geërodeerd tot onwaarschijnlijke vreemde vormen. Geweldige tientallen meters dikke ronde keien balanceren op de rand van de steile hellingen. Het is een surrealistisch landschap waar we tussen door rijden. De camping “Les Trois Palmiers” lijkt op een ommuurde binnenplaats, maar is keurig aangeharkt en alles ziet er schoon en netjes uit. Voor we gaan eten maken we nog een wandeling door Tafraoute, het is niet zo groot als we hadden gedacht en onderscheid zich niet van de vele andere dorpjes die we hebben bezocht. Met verbazing constateren we dat de gedachte over dubbele besturing van de lesauto’s hier wel heel ver gaat, niet alleen de pedalen zitten er dubbel in maar tevens is er een echt werkend tweede stuur in aangebracht. Het lijkt mij wat problematisch indien de leerling een andere route wenst te volgen dan de instructeur.

19 Oktober.

De bakker had gisteren geen brood meer, maar we kregen wel een paar koekjes te proeven. Dus eerst maar even brood bij hem kopen vanmorgen en dan verder de bergen in. Ons doel is om vandaag in Taroudant te komen, niet zo’n grote afstand maar doordat de weg door het dal Ait-Baha loopt moeten we een oneindig aantal bochtjes draaien. Het is een grandioze route zo richting Agadir. Het diepe dal is begroeid met palmen en op de kleine akkers groeit Alfafel of andere gewassen. De hellingen zijn totaal begroeid met Argana bomen. Vanaf Sidi Ifni hebben we die al veel gezien, maar de reden waar ze om bekend staan bij de toeristen hebben we nog niet kunnen constateren. Maar vandaag is dat ook aan ons vertoond. Wat is namelijk het geval, de geiten zijn dol op de vruchten en de blaadjes van deze bomen. Ze klimmen dan ook tot in het topje van de bomen om aan de blaadjes te knabbelen. Op een gegeven moment zien we dan ook een hele kudde van die zwart/witte beesten op de vinger dunne takjes balanceren, gelijk de campers de berm in en foto’s maken. Hier had de herder op gewacht want, waar hij zo gauw vandaan kwam, is ons niet duidelijk maar met veel misbaar eiste hij eerst betaling en dan mochten we foto’s maken. Het leek of er een stroom Arabische scheldwoorden uit z’n tandeloze mond kwam, maar ja, ons Arabisch is nogal slecht, dus het kan ook nog best zijn dat hij ons hartelijk welkom heette. In een diep dal duikt opeens een heuvel op met daarop het oude dorpje Tizrgane, we gaan dit bezoeken.er wonen maar een paar oude vrouwtjes en een ezel die luid begint te balken als langs hem lopen. Boven op de top gaat plotseling een deur open en een van de oude vrouwtjes nodigt ons uit om haar woning te bekijken en we mogen het ook fotograferen. Het ziet er keurig uit van binnen maar wel uiterst primitief zo als zijn hier woont. Ze was net bezig een partijtje argana pitten te kraken met een steen. Gep wil dit ook graag eens proberen maar dat gaat haar niet zo gemakkelijk af want ze slaat zich al gauw op de vingers tot grote hilariteit van het vrouwtje. Toch leuk om de levenswijze binnenshuis eens te zien.
De weg waarop we rijden kunnen we niet terug vinden op onze Michelin-kaart, en om een stuk af te snijden kiezen we op goed geluk een afslag die ogenschijnlijk richting Taroudant gaat, nee dus. Na 18 km is plotseling het
asfalt op en eindigt de weg bij een klein verlaten dorpje verderop is het alleen maar “piste” en dus niet voor ons begaanbaar. De afslag vinden we uiteindelijk even voor Biougra en dan gaat het snel want hier rijden we opeens op een vierbaans autoweg. In Taroudant parkeren we, onder de 8 meter hoge muur die de gehele stad omringt, op de parkeerplaats van Hotel Salam, een luxe hotel dat is gevestigd in een oud paleis. We wandelen vervolgens het centrum in maar helaas worden de winkels stuk voor stuk gesloten, dus de sfeer is er een beetje uit. We belanden uiteindelijk op het centrale plein waar we in een eenvoudig restaurant brochettes met salade gaan eten met clematines na als dessert. En wie het breed heeft laat het breed hangen dus laten we ons in een koets terug rijden naar de campers.(20 dh)

20 Oktober.
Als we weer op de snelweg richting Ouarzazate rijden schiet het lekker op. We rijden langs gigantisch grote sinaasappel plantages en broeikassen van grauw plastic waarin bananen en tomaten worden geteeld. Dan komen we bij de afslag naar de Tizi-n-Test pas. Nu begint het echte werk, eerst nog rustig stijgend maar dan word de weg steeds smaller, hij kronkelt zich langs duizelingwekkende afgronden en onder overhellende wanden door. Met een bewolkte lucht zijn we vanmorgen vertrokken maar op 2100 meter zitten we boven de wolken. Een grandioos uitzicht hebben we hier op de ruige toppen die uit de wolken steken, het lijkt of we in een vliegtuig zitten. We blijven foto’s knippen. In Asni slaan we een zijweg in naar Imlil waar een camping moet zijn. Het is druk in Imlil, maar dat kan ook gauw want is erg klein en het ligt aan het eind van de verharde weg. Hier worden sportievelingen a
fgezet om bergwandelingen te maken waarbij ze een gids met een ezel voor de bagage meekrijgen. De eerste camping die we bekijken is geschikt voor 3 tenten en 1 kleine camper. We kunnen er trouwens met onze campers helemaal niet aan toe rijden, zo smal en steil is het weggetje. We belanden uiteindelijk op de parkeerplaats van cafe Soleil, hier mogen we gebruik maken van het toilet en douche. Imlil is een simpel bergdorpje, met een aantal piepkleine winkeltjes en café’s. Het vervoer gaat hier hoofdzakelijk met 4WD en ezels, geweldige vrachten moeten die dieren versjouwen, in een winkel wordt vuur verkocht, men haalt hier de vuurpot voor de tajine gevuld met gloeiend houtskool, alles gaat hier heel primitief toe, maar de mensen zijn hier uiterst vriendelijk en behulpzaam. Waarschijnlijk staat ons stoeltje van de “Vrijbuiter” eenzaam ergens op een parkeerplaats op de Tizi-N-Test pas een traantje weg te pinken, we zijn hem daar namelijk vergeten.

21 Oktober.
Het is zaterdag en dat betekend dat er een grote markt wordt gehouden in Asni. We zwerven daar tussen de stalletjes met allerlei ongeregeld, zoals huishoudelijke artikelen, groenten en fruit maar ook zitten er onder een eenvoudig uitgespreid stuk zeildoek kappers die tevens kiezentrekkers zijn, mannen achter een naaimachine en kramen vol met Tajine’s. Het is leuk om hier rond te lopen, een grote zak met mandarijnen voor nog geen halve euro te kopen en een Marokkaanse vrouwen gordel, die gep als decoratie in de kamer wil hangen. Prachtige types zie je hier rondlopen, maar alleen de jongens die sieraden verkopen zijn erg hardnekkig. Een van hen bleef ons zelfs tot aan de camper achtervolgen. Gewoon negeren helpt echt niet, je moet op een gegeven moment echt kwaad worden voordat ze afdruipen, dat beneemt je wel een beetje de lol om zo’n markt te bezoeken. Als we Marrakech binnenrijden via een prachtige boulevard, vragen we een jongeman waar we de “Marjane” kunnen vinden, hij rijdt vervolgens op z’n brommer door de gehele stad naar de uitvals weg naar Casablanca waar de Marjane gevestigd is. We doen hier in dit hypermodern
e winkelcentra onze inkopen, het assortiment doet hier niet onder voor welke supermarkt in west Europa dan ook. De camping ligt 13 km buiten de stad richting Casablanca en ziet er uitstekend uit.

22 Oktober.
Gisteren nog een afspraak gemaakt met Fedli Hassan, de broer van de camping eigenaar. Hij heeft een “Grand Taxi” en gaat met ons naar diverse bezienswaardigheden in Marrakech. Wij gaan met ons vieren en twee Engelse koppels, Allan & Shirley en David & Jane, sluiten zich bij ons aan. Het zijn gezellige mensen ze wonen in Newcastle. Eerst worden we afgezet bij het Palais Bahia, een prachtig paleis dat aan het eind van de 19e eeuw is gebouwd door twee machtige groot viziers. Het bestaat dan ook uit 2 gedeelten, het heeft appartementen rond een met marmer geplaveide binnenplaats. Het tweede gedeelte heeft een binnenplaats beplant met cipressen- sinaasappel- en jasmijnbomen rond stervormige bassins. De appartementen zijn zeer luxueus met prachtig bewerkte deuren van cederhout terwijl de wanden gedecoreerd zijn met schitterende tegel tableau’s en gekalligrafeerde Friezen met waarschijnlijk religieuze tekst. Het geheel doet niet onder voor wat we gezien hebben in het Alhambra. Hassan brengt ons vervolgens naar het “Menara” park. Er staan hoofdzakelijk olijf- en fruitbomen. In het midden van het 90 ha door Pisemuren omsloten park is een enorme vierkante vijver gegraven met aan de oever een paviljoen.het geheel maakt niet zo’n grote indruk op ons en Hassan had dit, wat ons betreft, best over mogen slaan. De Majorelle-tuin is daarentegen prachtig, deze door de Franse schilder Jacques Majorelle rond 1923 aangelegde tuin bij zijn woning is een aanrader voor iedereen die Marrakech bezoekt. Z’n diepblauw geverfde atelier in het midden van de tuin met de vijvers vol vissen en waterlelies geeft een prachtig contrast waar de in pastel tinten geverfde vazen met planten nog aan meewerken. Prachtige palmen en bougainville en de meer dan 1800 cactus-soorten maken dat je hier niet uitgekeken raakt, het is bovendien heerlijk koel onder de gigantische hibiscusen en yucca’s.
Om 1 uur zijn we terug op de camping voor ons middagdutje en om te eten. Om vier uur staat hij keurig volgens afspraak weer voor ons klaar en brengt ons naar het het bekende “place jemaa el-Fna”. Dit unieke plein is al eeuwen lang het centrum van Marrakech en bekend om z’n unieke sfeer. Het plein heeft een gruwelijk verleden, hier werden de misdadigers onthoofd, soms wel 45 op een dag. Hun hoofden werden op palen geprikt en tentoongesteld bij de stadspoorten. Gelukkig zijn de omstandigheden danig veranderd en lopen we hier nu onbevreesd rond tussen de eetstalletjes, de slangenbezweerders, kruidenverkopers, muzikanten en verhalenvertellers. Magiers en genezers bieden hun diensten aan maar foto’s maken van deze artiesten lukt je niet zonder dat je moet betalen, ze zijn er op getraind om een lens te ontdekken tussen de toeschouwers ze hebben je gelijk door en wordt er een hand of een fez onder je neus gedrukt voor een paar dirhams. De souks rondom het plein bieden een keur aan artikelen, ze zijn naar de aard van hun producten ingericht van textiel, sandalen (babouche’s), lampen tot sieraden. Sigaretten worden per stuk verkocht er tussen door lopen de jongetjes die je plotseling een houten slang onder je neus drukken. Op het dakterras van een restaurant in een zijstraat van het plein, ontmoeten we onze Engelse vrienden weer om gezamenlijk te eten. In een heel gezellige sfeer eten we voor 80 dh onze buik vol. Hassan haalt ons keurig op tijd weer af voor de rit naar de camping. De service van hem heeft ons 100 dh per persoon gekost. Het voordeel is dat we geen tijd verloren hebben laten gaan met het zoeken van taxi’s of ander openbaar vervoer en keurig op bestemmingen werden afgezet. Marrakech is in vergelijking met de andere Marokkaanse steden die we tot nu toe hebben gezien heel modern met enorm veel prachtig aangelegde woonwijken en brede met palmen omzoomde boulevards.


Zevende week.
23 Oktober.

Om 3 uur hebben we een Grand taxi besteld om ons naar de Saadische Graven te brengen. Volgens de camping eigenaar moeten we voor een taxi 10 dh pp betalen 40 dh dus. Als de bestelde taxi komt, krijgen we een hele discussie met de, alleen maar arabisch sprekende,  chauffeur over die prijs. Volgens hem is dat veel te laag. Maar we houden vol dat dat de afspraak is en uiteindelijk brengt hij ons voor die prijs toch weg maar hij blijft onderweg mopperen. Vervolgens weet hij helemaal niet waar de graven zijn, maar na her en der te vragen lukt het hem toch ons er heen te brengen, erg snugger is hij volgens ons niet. De graven van de Saadische dynastie zijn meer dan 2 eeuwen niet toegankelijk geweest maar werden in 1917 opnieuw op
engesteld. Hier zijn o.a. Ahmed-el-Mansour bijgezet. De centrale ruimte, een meesterwerk van moorse architectuur, wordt bekroond door een prachtige koepel met stalactieten, gemaakt van cederhout versierd met bladgoud. 12 zuilen van Carrara-marmer ondersteunen het geheel. De muren zijn voorzien van geglazuurde tegels en weelderig stucwerk. Het is een toeristentrekker van je welste want we moeten ons in de beperkte ruimte tussen grote groepen door wringen. Buiten, in de kasba proberen we een koets te regelen om ons naar het Maderska te brengen, maar we krijgen te horen dat een koets daar niet kan komen en bovendien dat het reeds om 17.00 uur gesloten is I.v.b.m. De ramadan. Daarom lopen we maar naar het grote plein Jemma el-Fna waar we gaan eten bij een van de vele stalletjes. Het is er erg gezellig en de visschotel die we bestellen is rijk gesorteerd en smaakt uitstekend. De prijzen hier zijn heel redelijk en het heeft wel wat om hier met allerlei nationaliteiten aan lange tafels te zitten eten. Als we een taxi zoeken om ons terug te brengen naar de camping spreken we een prijs af met een man die zegt taxi chauffeur te zijn. Als we staan te wachten wanneer hij z’n taxi ophaalt, komt hij opeens langs rennen achtervolgt door 3 mannen. Zij vertellen ons dat hij helemaal geen taxichauffeur is maar een snorder. Zij willen ons wel brengen voor dezelfde prijs en dat doen we dan maar. Het leven in zo’n grote stad is toch wel wat gecompliceerd.



24 Oktober.
Op verkeers- en richtingborden is men erg zuinig hier in Marokko, je ziet ze namelijk erg weinig. Wat als gevolg heeft dat de juiste weg soms moeilijk te vinden is. Op ons gevoel rijden we dan ook in oostelijke richting Marrakech uit totdat we uiteindelijk door krijgen dat we richting Fes rijden, dat is fijn want dat was ook onze bedoeling. Zo’n 200 km verderop liggen de “Cascades d’Ourzoud”  en die mag je niet overslaan als je Marokko bezoekt. Nou, daar hebben we dan ook geen spijt van, want nadat we in het rommelige dorpje Ourzoud de campers hebben geplaatst op de nog rommeliger camping “Ammehoula” nee, sorry Amelou, wandelen we naar de watervallen die werkelijk spectaculair zijn. Eerst van boven af keken we naar het water dat in een aantal stralen in de diepe kloof naar beneden stort. Vervolgens lopen we via een pad en trap naar de bodem van de 100 meter diepe Wadi el-Abid. Hier van onderen uit gezien is het nog veel indrukwekkender. Onderweg komen we nog apen tegen en natuurlijk is op elk vlak stukje een souvenir tentje geïnstalleerd. Halverwege dronken we op een terras een colaatje met een schitterend uitzicht op het vallende water en de permanente regenboog.

25 Oktober. Imi-n-Ifri, de natuurlijke brug lijkt niet echt op een brug. Het is meer een enorme tunnel die onder de weg door loopt. De gigantische kloof is uitgesleten door Oued Ifri een zijrivier van de Oued Lakhdar, maar heeft een plafond over een lengte van ca. 50 m laten staan. Stalactieten hangen aan het dertig meter hoge plafond, we moeten een steil pad af om onder in de kloof te komen en daar over grote keien heen klauteren langs de bijna droog staande wadi. Het is mogelijk om de gehele kloof door te lopen en aan de andere kant er weer uit, maar dat vergt wat extra klauterwerk langs een steile wand. Optimisten dat we zijn, hebben we de wandeling aangevangen op sandalen en die zijn nou niet direct het juiste schoeisel voor dit soort waaghalzerij. Een zwerm kleine zwarte kraaien met prachtige rode snavels maken vrolijke capriolen in de thermiek van de onderdoorgang, een lust om naar te kijken. Imi-n-Ifri, dat 6 km vanaf Demnate ligt, is niet ons enige doel hier. Ergens hebben we gelezen dat hier nog Dinosaurius sporen zijn te vinden, die ooit hier op de kleiachtige oevers van de wadi hebben gelopen. We rijden nog 8 km verder, de weg wordt steeds slechter en veranderd uiteindelijk in een piste. Geen enkel bord of andere aanduiding wijst ons de weg naar de sporen en we besluiten terug te keren. Maar dan loopt er langs de weg een jongeman met z’n muildier volgeladen met alfafal. Hij wenkt naar ons want kennelijk heeft hij begrepen waar we naar zoeken. Toevallig zijn de sporen hier op een kilometer van de weg af te vinden kan hij ons vertellen en hij wil ons wel gidsen. Jetske mag boven op de lading plaatsnemen als ze wil en dat wil ze. Dus met vereende krachten worden ze naar boven gehesen, dat er groene strepen op haar rose broek komen kan haar niets schelen, zij is de prinses en wij sjokken er achter aan. Het is wel een bijzonder landschap, lage rode geërodeerde heuveltjes met enorme cactussen begroeid. Inderdaad brengt de jongeman ons naar een helling waarin zeer duidelijk drietenige afdrukken zijn te herkennen van de kleine Dinosaurius en iets verder nog een hele rij zeer grote ronde afdrukken van een dier dat wel gigantisch groot moet zijn geweest. De afdrukken zijn wel ruim een meter lang en zeker 75 cm breed. In de loop van de wandeling is onze colonne, middels kleine jongetjes uitgegroeid tot zeker twintig personen. In de kakofonie van Arabische klanken herkennen we drie telkens wederkerende woorden, namelijk: dirham, stylo en bonbon. Wat dat betekend weten we inmiddels wel. Als we uit de bergen terugrijden naar Demnate en we uitkijken over het diepe dal waarin deze stad ligt zien we dat er een zandstorm onze richting uitkomt die de stad reeds voor de helft aan het zicht onttrekt. De bedoeling is dat we hier een internet café gaan zoeken voor het uploaden van deze site. Echter, de zandstorm heeft het openbare leven plat gelegd en tevens de elektriciteit voorziening voor het gehele district uitgeschakeld. Internetten is er dus niet bij, evenals diesel tanken denken we. Maar nee, dan hebben we niet goed nagedacht over de inventiviteit van de tankstation bediende, hij opent de de deur van de zuil, goochelt wat  met V-snaren, haalt de slinger onder het bed vandaag en draaien maar, en wij hebben onze tank weer vol. In de zandstorm rijden we verder maar na verloop van tijd gaat het zand over in regen om niet te zeggen stortregen. De ergste regenbui die we hebben meegemaakt hier in Marokko. Het regent nog lang door ook als we al lang op de camping in Marrakech zijn gearriveerd. Willen we naar het toilet of douche dan moeten we eiland hoppen want de gehele camping staat blank.

26 Oktober.
Mijn eerste auto was een Renault R4, tweedehands gekocht in 1966. Nu rijden we in 2006 rond in Marokko, 40 jaar later en wat zie je hier? Renault R4’s bij de vleet. Het lijkt of elke 10e auto en R4 is. Mijn nostalgische gevoelens komen dus goed aan hun trekken. 175 kilometer is het naar Essaouira en die afstand overbruggen we snel want de weg is uitstekend. We zijn dan ook op tijd op de camping waar we onze Engelse vrienden opnieuw aantreffen. we besluiten met een taxi naar het centrum te gaan en de laptop mee te nemen om een internet café te zoeken. Dat gaat vlot, maar wat niet vlot gaat is het uploaden van deze site. De lijn is erg traag en het duurt dan ook bijna twee uur voordat het klaar is. We chatten nog even met fred en pili en zijn om half acht weer terug op de camping waar Gep onmiddellijk aan het koken slaat.
Een deel van de binnenstad van Essaouira staat blank vanwege de overvloedige regenval van gisteren. Van een mede passagier bij ons in de taxi hoorden we dat dat regelmatig voorkomt.

27 Oktober. Luie dag vandaag, na de middag naar het centrum van Essaoura gelopen, voor een deel langs het strand. Daar was het een verschrikkelijke rotzooi. De storm van de afgelopen dagen had enorm veel rommel op het strand geworpen, dat nu door bulldozer’s in vrachtwagen werd gestort en afgevoerd. Zo te zien zijn ze daar wel een paar dagen mee bezig. We vonden ook nog een levende schildpad op het strand. De vissershaven was niet erg indrukwekkend maar wel de verdedigingsmuur met de bronzen kanonnen er bovenop. Achter de muur is een serie eet tentjes met vis, calamaris en garnalen. Voor een paar centen kun je daar heerlijk eten, ware het niet dat de dode vissen in de brandende zon met matte ogen naar je liggen te kijken, erg aantrekkelijk is dat niet en we besluiten dan ook om in de stad een restaurant te gaan zoeken. Dat lukt natuurlijk ook wel, maar daar viel het menu ons ook aardig tegen, we hebben nog niet eerder zo slecht eten gehad hier in Marokko. Onderweg hadden Gepke en Jetske besloten om een bijzet tafeltje te kopen. Je weet wel, zo’n tafeltje die ze al zo lang in hun huis hadden willen hebben en hier diep in Marokko heel toevallig tegen het lijf liepen.   3 km terug lopen naar de camping met een tafel op je nek is niet zo’n leuke gedachte en dus nemen we een “Petit Taxi”

28 Oktober. Aan de rit, op naar Safi, een drukke, redelijk grote stad met een kleine medina. We parkeren aan de haven en lopen door de medina naar het gedeelte van de stad waar al het hier verkochte aardewerk word gemaakt. Een door zich zelf tot “gids” gepromoveerde man voert ons door de straatjes en steegjes omhoog naar de werkplaatsen waar jongens en mannen klei met de voeten kneden, op draaitableau’s die half in de grond zijn gegraven allerlei potjes, schalen en Tajine’s draaien. Jetske koopt daar nog een Tajine in een kleur die we nog niet eerder hebben gezien. Wij zelf zien er een aardige buitenlamp, maar omdat we die te klein vonden, wist de verkoper nog wel een grotere die hij even bij een collega op zou halen. Na een kwartier kwam hij terug met inderdaad een lamp die ons erg aan stond, alleen  hij vroeg er 700 dh voor, wat we veel te veel vonden. We hadden namelijk beneden in de stad al een dergelijke lamp gezien voor veel minder. Hij wilde echter niet met de prijs zakken zodat we er maar vanaf zagen, mopperend bracht hij de lamp terug naar z’n collega. Op de terugweg naar de medina kwamen we bij die collega langs en zagen dezelfde lamp daar voor de deur staan, en na enige geduldige onderhandelingen kregen we hem mee voor 250 dh. Omdat de dag nog jong was besloten we om nog wat door te rijden, zodat we uiteindelijk op de camping in Oualidia terecht kwamen, waar we opnieuw onze Engelse vrienden kunnen begroeten.

29 Oktober. Voordat we vertrekken willen we Oualidia wat beter bekijken en lopen dan ook richting de oceaan. Tussen de ruige rotsen wordt hier een natuurlijk haventje gevormd. Tientallen kleine blauw geverfde vissersbootjes liggen hier op het strand. Als ik een een leuk plaatje van die bootjes wil schieten wordt er direct door een visser een eind verderop “dirham, dirham” geroepen. Allemachtig ze willen hier ook overal geld voor zien dat is gewoon niet prettig meer, ik negeer dat geschooi dan ook maar. Op de rotsen staan mensen te vissen terwijl op de mooie zandstranden ertussen enkele toeristen liggen te zonnen of zwemmen in de wilde branding. Gep vind nog een grote schaal van een krab en mooie schelpen voor haar schatten die ze mee naar Holland wil nemen. Het is overigens heet hier op het strand, tenminste 38 graden. Langs de kustweg rijden we verder. Tussen de weg en het strand met duinen is een brede lagune die zich over tientallen kilometers uitstrekt. Hier worden oesters gekweekt en de brede oevers zijn kennelijk erg vruchtbaar want het zijn allemaal tuinderijen waar we tussendoor rijden. Tomaten, bloemkolen en wortelen is wat er in hoofdzaak wordt geteeld. De produkten liggen dan ook aan de weg uitgestald voor de verkoop. Na een prachtige bloemkool te hebben gekocht moeten er ook nog tomaten worden gekocht. In een grote boerenschuur vraagt Jetske om 5 tomaten en ze mag ze zo menemen zonder te betalen. Dus Gepke, die eigenlijk wel voldoende tomaten had, dacht daar moet ik bij wezen. En ja hoor, zij krijgt ook een arm vol gratis mee. Ze deelt daarop sigaretten uit aan de mannen in de loods. Dat valt kennelijk in goede aarde want een van hen brengt haar nog een tweede arm vol achterna naar de camper. Hij wordt beloond met de laatste vijf in het pakje. Als we een mooi plekje op de camping in El-Jadida opdraaien zien we een paar bekende gezichten de toiletten uit komen, je raad het al, Engeland is weer vertegenwoordigd.

Achtste week.
30 Oktober.
Nog een dagje in El-Jadida om tot rust te komen, alleen daar komt niet veel van, want we wandelen om half tien al over de muren van de citadel. De Portugezen bouwden al in 1513 de stad Mazagao,  -het  huidige El-Jadida- met aan de golf een sterk fort. Kanonnen in alle maten staan er nog steeds krijgshaftig niet allen op de zee maar ook op het land gericht. De Portugezen kregen immers regelmatig met aanvallen van de Berbers te maken. We bezoeken de “Cisterne Portugaise”, deze onderaardse cisterne werd oorspronkelijk gebouwd als opslagplaats en later als munitiedepot. In 1541 werd het als waterreservoir in gebruik genomen. Nu staat er maar een dun laagje water in, maar de reflectie van de vijf rijen zuilen geeft het een mysterieus aanzien. In 1916 werd de cisterne bij toeval herontdekt door een winkelier die z’n winkel wilde vergroten en een muur sloopte. Toen we over de muur rondwandelden, stak uit de vloer van een van de bastions een rokende schoorsteen, die verdacht lekker naar vers brood rook, na ons bezoek aan de cisterne zijn we dan ook op zoek gegaan naar deze bakkerij en inderdaad vonden we, na door een laag poortje te zijn gekropen, een primitieve met hout gestookte oven. De bakker was druk bezig broden naar binnen te schuiven. Op onze vraag konden we er wel een paar van kopen, deze werden uit de oven gehaald en roken natuurlijk overheerlijk. Achteraf bleek het ook nog bruin brood te zijn daar boften we helemaal mee, want die zijn hier in Marokko heel moeilijk te verkrijgen. Er zijn hier soms verrassende winkeltjes te vinden in Marokko, zo zagen we hier een winkeltje met het formaat van een flinke kleerkast , waar alleen maar houtskool en uien werden verkocht. Toen ik een foto wilde maken van de donkere spelonk,kwam er een schelle stem uit het duister, waaruit ik opmaakte dat dat niet op prijs werd geteld. Later heb ik dan ook maar vanuit een hoek waarin ik niet werd opgemerkt stiekem op het knopje gedrukt.

31 Oktober. 75 kilometer is het naar Casablanca, maar als we de stad in de verte zien liggen hangt er een honderden meters dikke laag Smog boven. Dat lokt ons niet erg aan, bovendien hadden we toch al niet de intentie veel tijd aan Casablanca te besteden, we draaien dan ook de autobaan op en rijden met een grote boog om die lucht vervuiling heen. Bij Mohammedia gaan we weer verder over de kustweg die heel mooi langs de oceaan loopt. Ook door Rabat loopt de weg langs de kust. Op de camping in Sale, dat is de buurstad van Rabat, vinden we een plekje en blijven lekker in de zon luieren. Morgen gaan we Rabat onveilig maken.

1 November.
Een grand taxi brengt ons naar de Bab Oudaia, dat is de monumentale toegangspoort van de kasba van Rabat. Deze kasba is op een hoge rots gebouwd omstreeks 1147. We zwerven rond door de smalle straatjes. De indigo-blauwe huisjes zien er welvarend uit, terwijl veel bewoners het nog opfrissen met potten met bloemen. De huizen hebben soms prachtige gebeeldhouwde deuren. Veel van de straatjes hellen af en lijken dan ook meer op trappen. De kasba is niet erg groot en heeft een intieme sfeer. Vanuit café Maure, waar we wat drinken, kunnen we zo de andalusische tuin in wandelen. Vanaf het terras van het café genieten we van een prachtig uitzicht op de medina van sale en op de rivier de Bou Regreg, terwijl we bediend worden door een ober in klederdracht met zo’n oosterse pofbroek met laaghangend kruis. De Andalusische tuin is een oase, zo midden in de kasba, met prachtige bloeiende struiken en bloemen. Het er naast gelegen museum, dat we graag wilden bezoeken, is helaas wegens verbouwing gesloten. We verlaten dan ook de kasba en lopen de medina in. De gemoedelijke sfeer valt ons hier direct op, geen opdringerige verkopers maar alles gaat heel relaxed. We snuffelen in een aantal werkplaatsen waar oude kasten meubels en deuren worden gerestaureerd.
Je weet niet waar je het eerst dan wel het laatst moet kijken zulke mooie spullen hebben ze hier.
Al een aantal weken kijk ik uit naar een niet al te grote antieke berber deur. Ik weet daar een erg mooi plaatsje voor in ons huis. Hier vinden we er een met de juiste maat, en met de redelijke zekerheid dat het ook inderdaad een echte oude is, en uiteindelijk ook nog eens voor een betaalbare prijs. Met wat onderhandelingen krijg ik nog iets van de prijs af en mag mij dan eigenaar noemen. Ik doe een aanbetaling en maak de afspraak om hem morgenvroeg op te halen. We lopen verder door de Rue des consuls, dit is een gezellige, deels met rietmatten en glas overdekte straat. Het zijn vanzelfsprekend hoofdzakelijk souvenir winkels, maar wel met een heel ander assortiment dan dat we tot nu toe hebben gezien. Af en toe duiken we een poortje binnen naar een binnenplaats waar ook allerlei activiteiten zijn te ontdekken. Leer- en houtbewerkers werkplaatsen, schilders en pottenbakkers die hier hun stiel uitoefenen. Ze hebben er geen enkele moeite mee dat je ze op hun vingers kijkt, iedereen gaat hier heel rustig z’n gang. Heel kleurrijke figuren kom je hier tegen, dat maakt het zo bijzonder. Een man die een muur staat te repareren, heeft tegen de warmte een stuk golfkarton met een touw als een puntmuts om z’n hoofd gebonden. Een andere heeft z’n gehele bromfiets opgetuigd met tassen en manden met granaatappels, het geheel aantrekkelijk gemaakt met bosjes groen. Een slager die het blote kruis van een geslachte geit bedekt met een bosje munt. En daar tussendoor allerlei eethuisjes en stalletjes waar sardientjes worden gegrilleerd.

2 November.
We rijden eerst naar het mausoleum van Mohammed V en laten Jetske en Steven daar achter want wij gaan eerst de deur halen. De winkel is reeds open en de deur ingepakt in karton, dat is dan ook snel afgehandeld. Ook kopen we in een andere winkel nog een bovenlicht met prachtige Marokkaanse motieven en gekleurd glas. Deze is deels gerestaureerd en deels moet ik dat zelf nog uitvoeren, ook hiervoor weten we wel een mooi plaatsje in ons huis. We zijn zo snel klaar dat we ook nog voldoende tijd hebben om het mausoleum te gaan bekijken. Ervoor staan een erewacht te paard met groene uniformen aan, in de zomer zijn deze uniformen wit. Ook binnen staan een aantal groene mannen opgesteld, die best met ons op de foto willen, tegen betaling uiteraard. De betaling moet wat sluiks gebeuren want waarschijnlijk is deze “bakksish” tegen de regels, z’n ogen schieten wat schichtig heen en weer als Gep hem wat dirhams in de gehandschoende hand drukt. Het mausoleum is opgetrokken uit Italiaans marmer. Naast de monumentale trappen staan prachtige geperforeerde kandelabers. Direct naast het mausoleum is de nooit afgebouwde moskee met de Hassan-toren. Deze toren zou 80 meter hoog worden, maar bij 44 meter is men gestopt en nu 800 jaar later is hij nog steeds niet afgebouwd. Het kost ons veel moeite om de stad te verlaten, de wegbewijzering stuurt ons steeds naar de autoweg en we willen liever via de secundaire weg rijden wat ons uiteindelijk dan ook wel lukt. Deze weg is landschappelijk erg aantrekkelijk we rijden langs eucalyptus- en kurkeiken bossen. Ook zijn er veel tuincentrums  gevestigd waar allerlei soorten palmen en heesters zoals bougainville worden verkocht. Voorbij Kenitra nemen we alsnog de snelweg want die loopt hier parallel aan de kust terwijl de secundaire weg er pal naast ligt en zo te zien maar 3 meter breed is. We zijn dan ook snel in Moulay Bousselham waar we op de grote bewaakte parkeerplaats willen gaan overnachten. Tijdens de koffie visite bij de buren satk opeens Hassan z’n hoofd door het open raam en deelde mee dat hij de gids was voor een tocht over de lagune en dat z’n naam zelfs in de Lonely Planet was vermeld. We boften dat we hem gevonden hadden, (een statement) want we konden bij hem thuis natijd ook gebakken vis en krab eten.We maakten dan ook een afspraak met hem voor morgen vroeg. Hij kwam ons erg sympathiek over, broodmager maar met grote pretogen. Terwijl ik in de er tegenover liggende “Cybershop” deze site ga uploaden krijgt Gep bezoek van een verlegen jongetje van een jaar of zeven. Hij draaide wat om de camper maar durfde niet om een “bombom” te vragen, Gep gaf hem vervolgens toch een koek, waarna hij de camper mocht bekijken. Terwijl Gep probeerde een gesprek met hem aan te gaan, kwam er plotseling een groen fietslampje uit een van z’n neusgaten kijken. Toen Gep hem daar attent op maakte trok hij z’n broekzak binnenste buiten en snoot daarin z’n neus, waarna de zak weer naar binnen werd gepropt. 87 mailtjes had ik te verwerken, het meest was natuurlijk de bekende rommel waar ik niet om gevraagd heb, maar ook erg veel leuke reacties van vrienden en familie, die onze site regelmatig in de gaten houden. Om een uur of 12 werd er op de deur van de camper geklopt. Na eerst via het raam gegluurd te hebben, opende ik de deur voor 2 gendarmes op de brommer. Volgens hen was het niet goed dat wij hier bleven staan, maar wat discussie mochten we toch vannacht blijven staan, maar morgen moesten we wel naar een camping verhuizen. Ondanks de nachtblaffers vielen we daarop toch weer snel in slaap.

3 November.
Om 9 uur kwam Hassan ons halen en bracht ons naar z’n bootje waarmee we een drie uur durende tocht over de Merja Zerga lagune maakten. Het is een bekende overwintering plaats voor vogels. Zoals reigers, flamingo’s, jan-van-genten, en bergeenden. Erg dicht kunnen we niet bij de Flamingo’s komen, ook niet nadat we een eind door het slib hebben geploeterd. Toch was het een leuke tocht die we niet graag gemist hadden. Luieren op de camping en om half acht naar het huis van Hassan, waar we op kussens gezeten, in de overigens kale kamer genoten van grote krabben en gegrilde vis.

4 November.
We probeerden eerst via de secundaire weg richting Larache te gaan rijden, maar na een tiental kilometers werd deze weg steeds slechter, op de duur leek het of er hier en daar asfalt tussen de gaten was gestrooid, 5 km/h was haast niet haalbaar. Dus terug en dan maar via de autoweg. Larache richting centrum binnenrijdend kwamen we op een mooi plein uit met nog precies 2 parkeerplaatsen voor onze campers. Toevallig vlak voor een barbier, dus Steven en Ik hebben daar eerst onze haren laten knippen, na 7 week mag dat ook wel eens. Volgens de dames waren we nu weer toonbaar en boden ons een kopje koffie aan op een terras. 20 dh (2 euro) kom daar in nederland eens om, ik zal mijn kapper in Zuidhorn eens ernstig toe moeten spreken als we terug zijn. Ik betaal daar notabene 18 euro voor hetzelfde koppie! De kasba hier in Larache heeft een wat Spaans sfeertje, veel mensen begroeten ons ook nog eens met “Ola” . Er gaat tot nu toe haast geen dag voorbij zonder inkopen, dus ook op deze wandeling heeft mijn portemonnee het weer druk, lampje, babouche’s enz.enz. De weg naar Asilah voert o.a door kurkeiken bossen en een tuinbouw gebied. Hier worden waarschijnlijk veel meloenen verbouwd want we zien tientallen stalletjes met enorme hopen gele meloenen. Bij een van de laatste stalletjes besluiten we er een te kopen. We mogen van de koopman eerst een stuk proeven, deze blijkt zo lekker te zijn dan we er gelijk maar 2 kopen. Onder de kraam zie ik een vreemd komvormig stuk kurk liggen, als ik het in m’n handen neem en met belangstelling bekijk, mag ik het zo meenemen van de aardige Marokkaanse koopman. Sukran is het Marokkaanse woord voor “dank u wel”, dat probeer ik dan maar zo accentloos mogelijk te zeggen, het komt goed over want hij lacht mij vriendelijk knikkend toe. Even voorbij Pont-Mohammed V zien we bij het strand een tent staan en veel mensen daar omheen. Wij gaan natuurlijk poolshoogte nemen, en ja het is een treffer, want er wordt een demonstratie gegevens van Marokkaanse dansen voor een grote groep Spaanse toeristen. Wij mengen ons ongemerkt tussen de gasten, tenslotte zien wij er ook uit als toeristen, en genieten mee van de muziek en de klederdrachten. Uiteraard wordt Gep uitgenodigd  om mee te dansen, wat ze dan ook met veel plezier doet, haar danspartner ziet er krijgshaftig uit met z’n geweer op het hoofd balancerend. De camping bij de grotten van Hercules ziet er netjes uit maar heeft (ook) geen warm water om te douchen. Het is een paar honderd meter van de grotten verwijderd, dus lopen we daar heen. De grot is niet erg spectaculair en is volgens mij kunstmatig nogal vergroot, het is bovendien volgebouwd met souvenir stalletjes. Op de terrasjes boven op de rotsen wordt allen maar munt thee geserveerd. We genieten van de thee en tevens van een prachtig uitzicht over de oceaan waar de zon, bloedrood, in onder gaat. (gratis).

5 November.
Opnieuw is het zondag en we rijden naar Tanger. Om negen uur kregen de buren al telefoon uit nederland dat hun schare kleinkinderen met 1 is uitgebreid. Lise-Lotte weegt 3800 gram. Na eerst inkopen te hebben gedaan in de Marjane parkeren we de auto’s bij de haven. Een oud kreupel mannetje zal er op passen en plaatst z’n stoeltje pontificaal voor onze campers, dat zit wel goed dus. In de medina gaan we op zoek naar zo’n karakteristieke hoed waar de oude vrouwtjes op de markt mee op hun hoofd lopen. Ondanks veel rondkijken, en vragen lukt dat helaas niet. Via de kustweg rijden we naar Ceuta. 20 km voorbij Tanger wordt een nieuwe haven gebouwd. Men is druk bezig met de nieuwe infrastructuur zoals wegen e.d. Dit heeft als gevolg dat wij een omlegging moet volgen door de bergen. Een smalle weg met haakse bochten en veel hellingen van zeker 18 %, de gehele vakantie hebben we nog niet zo veel bochten achter elkaar gereden. De bewegwijzering in Ceuta laat ook te wensen over want we rijden plotseling weer door drukke winkelstraten. Om half zeven vertrekt onze boot naar Europa, door de harde wind is de zee onrustig en de catamaran bonkt dan ook danig, gelukkig staan de campers geblokkeerd op de cardeck zodat ze niet aan de rol zullen gaan. In Algeciras laten we elkaar los, Jetske en Steven gaan nog even een dag in Gibraltar kijken terwijl wij gelijk doorrijden naar de parkeerplaats bij Lidl in Tarifa, we zien elkaar daar morgen wel weer. 40 dagen hebben we rondgereden in Marokko en daarbij een afstand afgelegd van ongeveer 3700 km. Met gemengde gevoelens verlaten we dat prachtige land. We zullen het missen de vriendelijke mensen, de mooie natuur en de zon. Wat we niet zullen missen zijn de honden die elke nacht aan een stuk door blaften, de om, bombom, dirhams of stylo’s schooiende kinderen. Ook zullen we het niet erg vinden om “kijke, kijke en nie kope” niet meer zo vaak te horen.

Negende week.
6 November.

We rijden naar de haven, maar daar is de parkeerplaats waar we 6 week geleden gestaan hebben niet meer toegankelijk er word namelijk een nieuwe boulevard met winkeltjes aangelegd langs de haven, we zoeken dan ook een ander plaatsje en gaan naar het ons bekende internet café om onze mailtjes te lezen en deze site te uploaden. Helaas kunnen ik als ik m’n eigen laptop hier aansluit op adsl wel mails ontvangen maar niet versturen dat moet ik nog maar eens uit gaan zoeken wat daar de oplossing voor is. Op een terrasje aan de overkant gaan we nog een kopje koffie drinken met een portie churros erbij. Daarna terug naar de parkeerplaats van de Lidl waar om twee uur stipt op de afgesproken tijd, de familie van Zinderen zich weer bij ons aansluit. De bedoeling is dat we vanmiddag nog even een flinke rit gaan maken richting Portugal. Via Vejer, Medina-Sidonia en Arcos komen we terecht in Las Cabezas, daar vinden we een rustige plek aan de rand van het stadje om de nacht door te brengen. Het landschap was de eerste honderd kilometer heel afwisselend met veel olijf- en kurkeiken bossen. Daarna werd het kale glooiende lanbouwgebied nogal eentonig, maar de weg was goed en het schoot dan ook lekker op.


7 November.
Vanaf Las Cabezas kwamen we al snel op de snelweg naar Sevilla uit, met een grote boog reden we om de stad, waarbij we regelmatig in een file terecht kwamen. Zo’n 35 km voorbij Sevilla namen we de N433, deze mooie weg door een heuvelachtig landschap met kurkeiken en olijfgaarden voerde ons via Aracena naar de Portugese grens. Op de parkeerplaats van de universiteit van Evora vonden we een uitstekende plaats om de nacht door te brengen. We zaten hier aan de rand van het centrum en dus gingen we te voet de stad in om deze te bezichtigen. Het is een leuke stad met vele smalle straatjes en overblijfselen uit de Romeinse tijd. We hebben nog een aquaduct bekeken die vele kilometers buiten de stad via een vesting een eind de stad inloopt. In het donker kwamen we weer bij de campers terecht na nog eerst een puntzak, gemaakt van een telefoonboek, met gepofte kastanjes te hebben gekocht.

8 November.
Vanaf Evora lieten we de snelweg links liggen en volgden de mooie route richting “Lisboa” vooral het stuk voorbij Setubal, door het natuurgebied Sa.da-Arrabida, was erg leuk. Na een heuvel werden we plotseling geconfronteerd met de indrukwekkende hoge en lange brug over de Taag, geweldig wat een magnifiek uitzicht heb je hier op de zon overgoten stad. Rond het middaguur kwamen we op de camping in Lissabon aan. Eindelijk weer eens warme douches, de was moest ook nodig weer eens worden gedaan en de camper was ook nogal stoffig geworden, dus de middag was zo maar voorbij op deze prachtige camping. Morgen zullen we de stad gaan verkennen.


9 November.
Bus 714 vertrekt schuin tegenover de camping en voor € 1,20 p/p enkele reis worden we midden in de stad afgezet op het plein “da Figueira” . Het is een zonnige dag met temperaturen van rond de 25 graden dus de jas kan wel uit en is de gehele dag ook niet weer aangeweest. Eerst wandelden we naar het plein “Dom Pedro” waar de toerist office is gevestigd. Na een arm vol folders was er eerst behoefte aan een kop koffie, de busrit van drie kwartier heeft nogal wat van onze krachten gevergd?! Vervolgens naar de “Elevador de Sta Justa” dat is een, door Gustav Eifel gebouwde lift aan het eind van een zijstraat. Je kunt hier ca. 50 meter omhoog en vervolgens over een luchtbrug naar de hoger gelegen wijk “Chiado” lopen. Wij blijven gewoon beneden en lopen de berg op door de smalle straatjes van de wijk Alfama, naar het Castelo de Sao Jorge. Het is een steile wandeling maar het loont de moeite. Het kasteel is mooi gerestaureerd en vanaf de muren hebben we een prachtig uitzicht over de gehele stad. De grote hoge brug over de Taag is van hieruit prachtig te zien, het is wel een gigant hoor. Op een terrasje in een van de smalle steegjes nemen we een lekker diner tot ons en lopen vervolgens bergafwaarts terug naar de busstop en zijn rond vijf uur terug bij de camper, warm, moe en dorstig en tevreden.


10 November.
Om zeven uur reden Jetske & Steven van de camping richting nederland. Na 40 dagen door Marokko samen opgetrokken te hebben scheiden zich onze wegen hier in Lissabon. Wij vertrekken nu ook, maar wij gaan in grote trekken de kust volgen. Voor het gemak verlaten we Losboa via de autoweg, we weten immers dat de bewegwijzering je meestal naar de autoweg stuurt en dus kiezen we voor de richting Cascais, maar bij Carcevelos pakken we de secundaire weg weer op. Via Estoril  bereiken we Cascais. Hier vandaan volgen we de prachtige kustweg, langs “Boca do Inferno”, “Cabo Raso” en “Cabo de Roca” naar Sintra. Allemaal tot de verbeelding sprekende namen die uitstekend passen bij deze geweldig mooie route. Schitterende uitzichten hebben we over het landschap en de oceaan onder een strakblauwe lucht. Het is namelijk schitterend weer vandaag en de temperatuur schommelt rond de 25 graden. Het oude stadsdeel van Sintra ligt tegen de berghelling geplakt en daar bovenuit torent het “Palacio Nacional de Pena” . Een paar uur zwerven we hier rond, eten een zakje gepofte kastanjes en vervolgen de weg om uiteindelijk een overnachting plaats te vinden in Consolacao, vlakbij het schiereiland Peniche. We staan hier samen met 10 andere camperaars, allemaal Portugezen en kijken uit op de oceaan.

11 November. We vervolgen de route via Caldas naar Sao Martinho en Nazare. In 2000 zijn we hier ook al eens geweest. Op het strand naast de boulevard zijn een paar oude vrouwen bezig vis te kaken, die vervolgens op grote rekken te drogen worden gelegd. Af en toe wordt er een emmer vol vis afval op het strand gegooid, honderden meeuwen vallen daar onder luid gekrijs op aan, de vissersman verdwijnt haast onder dat geweld. Via de saaie secundaire weg rijden we naar Coimbra. Hier vinden we een prachtige plaats op een groot feestterrein naast de brug naar het centrum. Het is zaterdag en als we door de stad wandelen worden reeds veel winkels gesloten waardoor het er erg rustig is. Het is een prachtige oude universiteitsstad, we lopen wat rond door de smalle straatjes. Terug bij de camper steekt een andere camperaar een enorm verhaal tegen mij af in vloeiend Portugees, iets anders spreekt hij namelijk niet. Het stoort hem nauwelijks dat ik geen Portugees kan verstaan, hij ratelt maar door.
12 November.

Afgezien van 1 franse camper naast ons in Coimbra zijn we vandaag geen buitenlanders tegen gekomen,met buitenlanders bedoel ik hier natuurlijk niet Portugezen. De IC2 is saai en blijft saai, daarom besluit
en we om via een royale omweg op Porto aan te koersen. Bij Albergaria buigen we dan ook af naar het oosten en het is gelijk raak. De N16 kronkelt hier door de eucalyptus bossen en volgt de loop van de Rio Vouga. Het tempo ligt laag maar onze ogen genieten! Dit is een geheel ander Portugal, alleen de namen van de dorpjes al, Paradela, Arcorelo en St.Vicente de Lafoes. We genieten dan ook als een poes van een schotel met verse room.  In San Pedro de Sul genieten we van ons middagbrood met jambon. Maar bij Castro Daire krijgen we wat problemen met de route, onze kaart mist een aantal namen van dorpjes, waardoor we ons niet zo goed kunnen oriënteren, maar uiteindelijk na een paar maal navragen lukt het ons toch om op de weg over de Sierra de Montemuro uit te komen. Deze weg voert ons over de 1381 m hoge kale pas. Een wonderlijk landschap, de bergtoppen lijken te bestaan uit hopen grind, maar dan wel grind met het formaat van de dekstenen van een hunebed. Sommige stenen liggen te balanceren op de toppen. Uiteindelijk komen we bij Cinfaes bij de Rio Douro uit. Hoog boven de rivier kronkelen we richting Porto. Bij Castelo de Paiva denken we een mooi slaapplaatsje te hebben gezien bij het water. Een mooie nieuwe weg voert richting de rivier, maar al gauw wordt deze weg smaller en smaller en tenslotte gaat hij over in een klinker weggetje niet breder dan 2,5 meter. Maar ook steeds steiler gaan we naar beneden zonder enige mogelijkheid om te keren. Ook bij de huisjes waar we langs komen lukt dat niet. Bijna beneden lukt het uiteindelijk de camper met veel moeite te keren. Maar dan begint echter de ellende, de spekgladde keitjes in combinatie met een helling van 16 % en een zware camper zorgen ervoor dat de banden het af laten weten en slippen door. Een eind terug rollen en opnieuw proberen geeft hetzelfde resultaat. Als bij de derde poging gep de camper verlaat en ik de aanloop nog wat langer maak, lukt het mij om over het gladde stuk heen naar boven te sukkelen. Ik rij dan ook maar gelijk de gehele helling omhoog, stoppen durf ik niet meer. Dit betekend wel dat Gep zeker 2 kilometer de helling op moet lopen. De schat komt met een gelukkige blik in haar ogen, maar hijgend en met een rood hoofd aan sjokken, ze krijgt een extra zoen van mij vanavond. Bij Meires komen we uiteindelijk toch nog bij een strandje aan het water te staan. Heerlijk rustig kijken we uit over het spiegelgladde water.


Tiende
week.
13 November.

Gisteren schreef ik dat we zo’n rustig plaatsje hadden gevonden, nou dat klopt, tenminste tot half twee ‘s nachts, toen vond een groepje jongelui het nodig om een feestje te bouwen direct naast onze camper, barbecue aan, gelach en gejoel, autoradio op maximaal vermogen, door de Portugese rap muziek lagen we haast te trillen in ons bed. Na een half uur was de muziek gelukkig voorbij maar het feestgedruis hield wel aan tot half zes, maar daar waren we na een tijdje aan gewend en konden we er door heen slapen. Even voorbij de dubbele brug, ontworpen door Gustav Eifel, konden we de camper kwijt op een parkeerplaats aan de Douro, vandaar wandelden we het centrum van Porto in. We hadden het echter al wel gauw bekeken, het maakte op ons niet zo’n geweldige indruk, veel leegstaande panden en rommelige straten. We reden dan ook al gauw weer de stad uit. De bedoeling was Vigo te bereiken maar het werd toch Ponte de Lima, naast een middeleeuwse brug over de rivier de Lima vonden we een mooi vlak stuk voor onze camper.

14 November.

Het was niet zo eenvoudig om een parkeerplaats te vinden voor onze camper in Santiago de Compostela, maar uiteindelijk vlak bij de campus van de universiteit was een leeg plekje dat voldoende lengte had om onze camper te plaatsen. Dit betekende wel een fikse wandeling naar het historische centrum van de stad, wat niet zo erg is want we wandelen graag. We bekeken eerst de Kathedraal, heel imposant. Daarna haalden we een route beschrijving bij het toeristen bureau en liepen aan de hand van die kaart kriskras door de oude binnenstad. Er is veel te zien, we vinden het dan ook een erg interessante stad. Echt een aanrader! De camping is een eind buiten het centrum en is vrij moeilijk te vinden omdat de borden niet echt consequent zijn opgesteld. Maar na verwoed zoeken reden we dan toch de mooie, maar vrijwel lege camping “As Cancelas” op. Niet goedkoop, maar ja, wij zijn wat dat betreft dan ook verwend in Marokko.
15 November.

Vanuit Santiago de C. Rijden we in noordelijke richting naar La Coruna, we nemen de secundaire weg, die word groen aangegeven op de kaart en hij is ook groen d.w.z. De omgeving is groen en niet de weg natuurlijk. La Coruna is een grote havenstad waar we niets te zoeken hebben en we rijden dan ook gelijk door via Ferrol naar Ortigueira.dit is een leuk plaatsje, schitterend gelegen aan een soort fjord. Vanuit het haventje, waar we ons broodje opeten, hebben we een prachtig uitzicht over de beboste hellingen van de ver land inwaarts gaande baai. Na de middag rijden we langs de Costa Verde over een uitstekende secundaire weg tot aan Larca. Bij een sprthal parkeren we de camper en maken nog een lange wandeling naar en door het stadje. En passant kopen we hier nog wat kadeau’s voor de kinderen. Weer een paar kilo’s er bij in de toch al overvolle camper.
16 November.

Over de snelweg naar Oviedo en dan via de sec.weg naar Congas. Hier bekijken we een hoge Romeinse voetbrug over de rivier. We willen nu de west- en de zuidkant van de “Picos de Europa” gaan verkennen. Helaas is de weg ongeveer 10 km zuidelijk van Congas geblokkeerd door een grote vrachtauto, volgens de chauffeur kan het wel 4 uur duren voor de weg weer vrij is. Een Spanjaard die kennelijk hier in de buurt woont weet een sluipweg en zal voor ons uit rijden. Terug naar Congas en dan via de AS 339 nog eens proberen. Dit betekend wel een omweg van 40 km. Maar na 10 km is ook deze weg geblokkeerd, nu door een over de weg gevallen dode boom. De luxe auto kan er wel langs maar wij niet. Gelukkig kan ik een paar dode takken uit de boom breken waardoor er ruimte komt en kunnen we toch weer verder. Het is inderdaad een sluiproute, de smalle weg kronkelt over dicht begroeide hellingen, maar veel tegenliggers komen we niet tegen en dat is fijn want we moeten dan steeds wat heen en weer schuiven om langs elkaar te rijden. Op een gegeven moment zien we een kleine bestelauto tussen de bomen hangen vlak boven een steile afgrond. Voor de zekerheid gaan we even kijken of er nog iemand in zit. Gelukkig is dat niet het geval en is het waarschijnlijk met een sisser afgelopen. Mede door de omweg rijden we de tank bijna leeg en met de laatste druppels diesel rollen we in Riano naar een tankstation. Je moet maar op zo’n pas zonder brandstof komen te staan. We hebben overigens genoten van de grandioze route door de “Desfiladero los Beyos” zelden hebben we zo’n prachtige gorge doorkruist. In Riano overnachten we op een Parkeerplaats bij een haventje aan de Embalsa de Riano.

17 November.

Het was koud hier bij het water en voor het eerst deze vakantie gaat de kachel doen waar hij voor is gemaakt, warmte geven. Daarbij deden we een grote aanslag op de gasfles van 11 Kg want na 10 minuten was eindelijk het laatste gas verbruikt. Nog nooit hebben we zo lang gedaan et een gasfles, 64 dagen met 1 fles dat is een record. Gep is helemaal in de wolken en heeft mij beloofd zich nooit weer zorgen te zullen maken over de hoeveelheid gas die we elk jaar weer meeslepen. Vijftig kilometer is het naar Potes, maar wel kilometers die wij ons zullen blijven herinneren. Een onvoorstelbaar mooie bergweg met daarin een 1900 meter hoge pas. Voortdurend kijken we uit op de steile door de zon beschenen kale bergtoppen van de Picos. We moeten uitwijken voor mooie lichtbruine koeien die de weg oversteken. De trompet vormige oren gespitst en met een tevreden blik in de ogen gaan ze pas aan de kant als het hun uitkomt. Nou, ik zou ook tevreden zijn als ik hier als koe mocht grazen, alhoewel het hier ‘s winters behoorlijk te keer kan gaan te oordelen naar de sneeuw markering stokken die naast de weg zijn gepoot. Maar ja, ik ben geen koe en ik ga weer naar huis toe. In Potes willen de lieftallige dames van de tourist office  mij graag behulpzaam zijn bij het tot stand brengen van een verbinding met internet, helaas lukt dat niet en zijn we afhankelijk van het Cyber cafe dat pas om 2 uur open gaat. Een paar uur wachten in dit mooie dorp is geen straf, we kunnen het mooi gaan bekijken. Het zijn hoofdzakelijk souvenir winkels onder de  colonnade van de hoofdstraat. De andere met, keitjes bestrate straten, tussen de oude huisjes lijken sinds de Middeleeuwen niet te zijn veranderd. De bemoste dakpannen op de daken versterken dat beeld ook nog eens.
Natuurlijk moet ik eerst de vele ongewenste en irritante mailtjes verwijderen uit mijn postbus, maar dan genieten we van de leuke reacties van vrienden op onze site. We chatten nog even met fred en vervolgen dan de mooie route naar San Vincinte aan de kust. Weer 40 km door die prachtige kloof “Desfildero de La Harmidie” er komt geen eind aan deze ruige kloof, we rijden langs honderden meters hoge rotswanden en schampen soms bijna de wand bij het passeren van tegenliggers. Wat erg tot onze verbeelding spreekt zijn de oude sporen van menselijke activiteiten. Hier en daar zijn brokstukken van paadjes te zien op de steile rotswanden Honderden jaren geleden moeten die, met primitieve hulpmiddelen, zijn uitgehouwen in de harde rots. Veel stukken zijn ingestort, overwoekerd of doodgewoon verdwenen, maar toch herkenbaar. De richels zijn soms niet breder dan een halve meter, niet alleen het aanleggen maar ook het reizen door deze kloof moet een hels avontuur zijn geweest. Nee, dan wij in onze comfortabele camper, wij doen over dit stuk een uurtje, maar toen koste het misschien wel een aantal dagen. Hoe ziet het er hier uit over 25 of 50 jaar? Een 4 baans snelweg? Tunnels? Hopelijk niet. San Vincinte is een leuk plaatsje aan de beschutte monding van een baai. Na 2 lange bruggen te hebben overgestoken vinden we een prachtige plaats bij een “Praya” tegenover de stad. Hier konden we nog lekker even een uurtje van de zon genieten in onze luie stoelen, het was een pracht dag met 21 graden en veel zon.

18 November.

Vanmorgen stonden er opeens 3 campers en een caravan om ons heen, zijn er gisteravond dus nog bij gekomen in het donker, niets van vernomen. Een deel van de kustweg gereden maar Santander Bilbao en San Sebastian met behulp van de snelweg omzeild. En dan rijd je voor je er erg in hebt Frankrijk binnen. 2 keer zagen we verkreukelde auto’s tegen de vangrail gedrukt staan, echt ontspannen rijden is zo’n weg bepaald niet. Voorbij Bayonne gaan we dan ook gauw weer secundair. Dax rijden we binnen en vinden daar bij de brug over de  Ardour een speciale camper plaats voor 5 plaatsen die allemaal bezet zijn door Franse camperaars, we wurmen ons er toch maar naast en voelen ons een beetje een illegaal. ‘T is vier uur dus nog mooi tijd om de binnenstad te verkennen.

19 November.
Geen brood voor vanmiddag, dat is in Frankrijk echter geen probleem , de boulangerie is hier ook op zondag open. Er is niets zo heerlijk als een vers stokbroodje met flink roomboter een aardbeien jam, dat word lijnen als we weer thuis zijn. En dat huis komt steeds dichterbij. We rijden eerst door de redelijk saaie bossen  van de Aquitane maar als we de Garonne oversteken wordt het landschap richting Bergerac en door de Dordogne heel aantrekkelijk. We doen dan ook rustig aan en tegen vieren stoppen we dan in Sereilhae, 20 km voor Limoges. Op het kerkplein is een service punt voor campers, we vullen de watertank en legen het toilet. Onder de platanen, die gesnoeid zijn als knotwilgen waardoor het lijkt of de bomen met tientallen woedende vuisten naar de hemel schud, staan we dus lekker veilig denken we. Helemaal als de kerkklokken vlak boven ons hoofd een kelere herrie maken. Gelukkig gaat dat niet de hele nacht door. De muezin op de minnaret in Marokko had niet zo veel consideratie met ons, die riep ons elke morgen om 5 uur al op tot het gebed. Morgen zien we wel weer verder. Omdat het nog heerlijk zonnig is maken we nog een fikse wandeling in en rond het dorp.

Elfde week.

20 November.

Dit word een lange rit vandaag, bij Limoges schieten we de autoroute op en gaan er niet eerder weer af dan bij de afslag naar Compiegne, 40 km boven Parijs. We kijken bij het eerste dorp Verberie uit naar een kerktoren en ja, daaronder is ook een plein dat zich leent om op te overnachten. Het begint er op te lijken dat wij iets hebben met kerken maar dat berust louter op toeval. Nagenoeg de gehele dag heeft het geregend, maar zoals jullie weten is het tussen twee buien altijd droog. Dat treffen we hier dan ook uitstekend, de wandeling door het dorp van een half uur maken we dan ook zonder dat we de paraplu open te hoeven maken. Als beloning voor deze toch wel lange en saaie dag over de autoroute eten we elk twee karbonades op.

21 November.

‘T is niet zo ver meer naar Heusden bij Gent. Dat is onze volgende stop. Belgische vrienden die we in Griekenland hebben ontmoet, hebben ons uitgenodigd hen op de terugweg te bezoeken. Vanaf Verberie blijven we dan ook vooralsnog de secundaire weg volgen. Eerst door de nauwe straten van de binnenstad van Compeigne en dan door het glooiende maar kale landschap waar de boeren het druk hebben met het oogsten van de suikerbieten naar Arras. Hier pakken we de autoroute weer op en rijden dan in hoog tempo naar Lieve & Marcel in Heusden waar we worden opgewacht met champagne. We hebben een heel genoeglijke middag en avond bij hen. We slapen in de camper naast het huis.

22 November.

Om half negen stond het ontbijt voor ons klaar maar het was pas tegen tienen voor we weer reden, er is altijd genoeg te praten als je elkaar een jaar niet hebt gezien. De afspraak voor ons volgende bezoek was reeds in Groenlo gemaakt, Gera & Jan van Loenen wonen mooi op onze route, ook in Belgie, en ook daar hebben we een gezellige middag en avond doorgebracht.
23 November.
Op naar Arnhem, waar onze dochter Anita met haar gezin woont, hier blijven we een paar dagen hangen. De vakantie is hiermee in wezen dus beëindigt en daarmee dus ook dit verslag.

 

 

Marokko is niet naast de deur, vanuit Zuidhorn is het ongeveer 3000 kilometer naar de ferry in Alceciras, daarnaast hebben we in het land zelf nogal wat kilometertjes gedraaid. Kortom de teller staat nu 11.379 verder.